'Tweede bevrijding' Afrika loopt vast

JOHANNESBURG, 28 APRIL. Toen Nelson Mandela op 11 februari 1990 triomfantelijk de gevangenis bij Kaapstad uitliep, hadden niet alleen zwarte Zuidafrikanen een gevoel van bevrijding. Miljoenen Afrikanen ervoeren het einde van de apartheid en de ontwikkeling naar democratie als een morele aanmoediging zelf te gaan strijden voor hun rechten.

De Zuidafrikaanse bisschop Desmond Tutu had tijdens zijn bezoeken aan Afrikaanse staten in de jaren tachtig tot ergernis van menig Afrikaans alleenheerser verkondigd dat wat in Zuid-Afrika onderdrukking heet, in landen elders op het continent niet mag worden gemaskeerd, zelfs niet “in het belang van de nationale eenheid”. Immers, terwijl Afrikaanse leiders vrijwel dagelijks de blanke onderdrukking in Zuid-Afrika aan de kaak stelden, was in de meeste zwarte staten onder een rigide eenpartijsysteem de meerderheid eveneens monddood gemaakt.

De frisse wind die uit het zuiden woei, leidde samen met druk van het Westen en de binnenlandse oppositie tot een democratiseringsgolf in zwart Afrika. Als in het gefragmenteerde Zuid-Afrika werd gestreefd naar een multiraciale democratie, dan bestond er geen reden meer om in de langs etnische lijnen verdeelde zwarte staten niet eveneens een pluriform politiek bestel te introduceren. Terwijl de hervormingen in Zuid-Afrika plaatshadden, begon zwart Afrika aan wat in de volksmond ging heten 'een tweede bevrijding'.

Het unieke van Zuid-Afrika is dat er een einde kwam aan het apartheidsregime door onderhandelingen en niet door een complete 'bevrijdingsstrijd'. Aan een dergelijke inschikkelijkheid en aan respect voor de politieke tegenstander ontbreekt het in de meeste Afrikaanse landen. Het gevecht om de macht wordt in de nieuwe meerpartijenstaten volgens andere regels dan vroeger gespeeld, maar het eindresultaat blijft hetzelfde: de winnaar trekt alle macht aan zich, de parlementaire oppositie speelt geen rol. Het gevolg is voortdurende politieke instabiliteit. Zo blijft zwart Afrika worstelen met zijn politieke bestuursmodellen en stelt het zijn toekomst op het spel.

Pag.4: Les van Z-Afrika werd niet geleerd in Rwanda

In Zuid-Afrika riep Mandela zijn aanhangers op zich te verzoenen met hun voormalige overheersers. De blanke minderheid dient volgens hem niet onmiddellijk haar politieke en economische macht te worden ontnomen. Als onderdeel van het geleidelijke democratiseringproces en in het belang van de stabiliteit spraken daarom Mandela en De Klerk af in de komende kabinetsperiode een coalitieregering te vormen.

Die les van Zuid-Afrika werd niet toegepast bij de democratisering in Burundi. Een gebrek aan verzoening en tolerantie leidde in dit Middenafrikaanse land vorig jaar tot een burgeroorlog waarbij in tien dagen naar schatting tienduizend mensen werden vermoord. De eerste verkiezingen onder een méérpartijensysteem in Burundi betekenden vorig jaar voor de Hutu's, net als nu voor de zwarten in Zuid-Afrika, een bevrijding. Eeuwenlang had de Tutsi-minderheid immers het Hutu-volk onderdrukt. Wraakgevoelens kregen echter al snel na de verkiezingen de overhand. In korte tijd probeerde de eerste Hutu-regering de dominantie in het leger, de economie en de ambtenarij van de voormalige Tutsi-heersers ongedaan te maken. Dit lokte een reactie uit van het leger, dat alleen uit Tutsi's bestaat, en er volgde een mislukte militaire staatsgreep gevolgd door slachtpartijen tussen Hutu's en Tutsi's. De introductie van een méérpartijenstelsel in Burundi leidde zo tot een groot bloedbad; het land is vrijwel onbestuurbaar geworden. Het buurland Rwanda leert nu dezelfde pijnlijke les: zonder tolerantie en verzoening biedt een democratisch bestel voor Afrika geen oplossing.

Juist om zo'n catastrofe te voorkomen, koos Ethiopië in 1991 voor een geheel ander politiek systeem. De regering van de bevrijdingsbeweging van president Meles Zenawi gelooft niet zoals Mandela in een multi-etnische democratie. De tegenstellingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen zijn nog te groot om een moderne democratie te kunnen grondvesten, aldus de Ethiopische machthebbers. Zij kozen voor een 'tribale' democratie. Iedere bevolkingsgroep heeft haar eigen autonome regering en parlement en geniet onder bepaalde omstandigheden zelfs het recht op totale onafhankelijkheid. Het Ethiopische model vertoont overeenkomsten met de sterke federale staat waarnaar Inkatha-leider Buthelezi altijd heeft gestreefd.

Het unieke Ethiopische experiment kan evenals de pogingen in Zuid-Afrika om een multiraciale democratie te vestigen als een voorbeeldfunctie voor het continent gaan werken. Hoge ANC-leiders betogen dat in Zuid-Afrika de stammentegenstellingen minder scherp liggen. De belangentegenstellingen tussen blank, zwart en kleurling bleken tijdens de verkiezingscampagnes echter nog levensgroot. De tribale spanningen in Ethiopië blijken tegelijkertijd nauwelijks te zijn verminderd door de vergaande autonomie voor de regio's. Menig Ethiopiër klaagt al over toegenomen xenofobie onder de verschillende bevolkingsgroepen.

Een land dat heeft ervaren hoe tribale en raciale verdeeldheid een samenleving ten gronde kan richten, is Oeganda. Nog vele jaren zal de buitenwereld deze 'parel van Afrika' associëren met een slachthuis. Politieke partijen en de kerken zetten de stammen tegen elkaar op. De bevrijdingsbeweging van president Yoweri Museveni schoof daarom in 1986 alle politieke partijen aan de kant. Hij vestigde een 'geen-partijendemocratie', nam de oppositie in zijn regering op, gaf een stem aan lokale volksraden en heeft een ruime mate van vrijheid van meningsuiting toegestaan. Bij vrije verkiezingen voor een grondwetgevende vergadering vorige maand behaalden zijn aanhangers een ruime meerderheid. Oeganda volgt in Afrika een geheel eigen weg en vooralsnog met succes.

De ontwikkelingen in zwart Afrika sinds de onafhankelijkheid spelen een grote rol in Zuid-Afrika. Hoge ANC-leiders die een belangrijk deel van hun leven in Afrika in ballingsschap doorbrachten, keerden drie jaar geleden vele ervaringen rijker terug in hun vaderland. Zij ervoeren aan den lijve hoe menig Afrikaanse staat ten gronde werd gericht door corruptie en het aanwakkeren van tribale tegenstellingen door politici, door dictatoriaal bestuur en door een gebrek aan bescherming van de individuele mensenrechten. Die fouten mogen in Zuid-Afrika niet worden herhaald, concludeerden ze. Mede daarom staan er in de nieuwe grondwet naar het voorbeeld van de Amerikaanse constitutie talrijke clausules die de rechten van iedere individuele bewoner moeten garanderen.

“Zuid-Afrika is een modern en ontwikkeld land en onderscheidt zich daarom van alle andere staten op het continent”, zei Zuid-Afrika's toekomstige president, Nelson Mandela, dit weekeinde op zijn laatste verkiezingsbijeenkomst in Durban. De Afrikaanse staten hopen dat die economische macht zal worden ingezet voor de ontwikkeling van de rest van het continent. Blanke Zuidafrikaanse zakenlui onderstrepen dat zij veel goedkoper goederen en diensten kunnen leveren dan hun Europese collega's. Zuid-Afrika zou als katalysator kunnen fungeren voor economische groei zodat het continent verlost raakt van zijn marginale rol in de wereldeconomie.

En daar waar het Westen nu bij burgeroorlogen in wanhoop wegrent, zoals onlangs weer gebeurde in Rwanda, kan misschien Zuid-Afrika als vredestichter een politieke oplossing afdwingen. De behoefte aan een redder voor Afrika is groter dan ooit, een stabiel Zuid-Afrika zou die helpende hand kunnen bieden.