Te weinig R&D

Niet picking the winners maar let the winners pick: overheidsbeleid op het gebied van research and development (R&D) moet niet sturen maar aansluiten bij initiatieven vanuit het bedrijfsleven. De politiek moet niet op de stoel van de ondernemer willen plaatsnemen door bepaalde technologiegebieden tot speerpunt van het beleid te verheffen, de kennisintensiteit in alle sectoren moet worden verhoogd. Beter is het een algemeen stimuleringsbeleid van R&D in heel het bedrijfsleven te entameren, onder andere door fiscale maatregelen.

Dit schrijft de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) in zijn gisteren verschenen rapport Technologiebeleid en Economische Structuur. De opdracht tot het rapport kwam van het Ministerie van Economische Zaken, waar men zich zorgen maakt om de onevenwichtige economische structuur van ons land en de beperkte innovatiekracht bij het leeuwendeel van het Nederlandse bedrijfsleven. Omdat R&D bij enkele zeer grote bedrijven is geconcentreerd, zo vreest het ministerie, zou de basis voor technologische vernieuwing in ons land te smal zijn.

De AWT ziet een voortrekkersrol weggelegd voor de bedrijven zelf, maar tegelijk onderkent de Raad het belang van een stimulerend ondernemingsklimaat vanuit de overheid. Technologiebeleid, aldus het rapport, 'is de humuslaag die alleen vruchten afwerpt als de bodem stevig genoeg is; die bodem wordt gelegd door goed onderwijs en een aantrekkelijk algemeen sociaal-economisch beleid.'

AWT-voorzitter dr ir H. Beckers benadrukt dat alleen geld niet helpt. 'De dienstensector is bezig delen van de industriële sector, die daar geen kernactiviteit meer zijn, naar zich toe te trekken. Diensten én industrie zijn beide belangrijk, het gaat om het samenspel. En dan is er ook nog de globalisering. In de toekomst gaan diensten uit Nederland wellicht de industrie in Duitsland bedienen. Er wordt nog veel te vaak van grenzen uitgegaan.'

Concurrentieoverweging

Grote bedrijven besteden gemiddeld een hoger percentage van hun omzet aan R&D dan kleine. Philips, Shell, AKZO, Unilever en DSM nemen de helft van de R&D in Nederland voor hun rekening, een paar honderd andere ondernemingen de rest. De huidige trend bij 'de grote vijf' is een overheveling van een deel van hun R&D naar het buitenland. Beckers: 'Dat gebeurt uit concurrentieoverwegingen, R&D is geen doel op zich. Doet Philips teveel aan R&D, dan prijst het zichzelf de markt uit. Doet Philips te weinig aan R&D, dan is het niet meer innovatief genoeg en loopt de concurrentie er met dezelfde gang overheen. En dan moet ook nog bedacht worden dat de ene sector de andere niet is. Farmacie heeft meer R&D dan consumentenelektronica.'

Door de opstelling van onze multinationals is het percentage R&D van het bruto nationaal produkt in Nederland sinds 1987 dalende. Voor de werkgelegenheid binnen deze sector een kleine ramp die, zo hoopt de AWT, door het doelgericht naar Nederland lokken van R&D-vestigingen van buitenlandse ondernemingen kan worden bestreden. Beckers: 'Door onze goede infrastructuur - Nederland distributieland - kiezen veel Japanse bedrijven voor Nederland.'

Het AWT-rapport vestigt de aandacht op de problematische R&D-positie van het midden- en kleinbedrijf (MKB) in ons land. Binnen het MKB staan toeleveranciers onder druk. Omdat de grote bedrijven meer uitbesteden, krijgen de kleinere tegenwoordig ook ontwikkelingswerk toegeschoven. Wil het MKB, mede gezien de wegvallende Europese binnengrenzen, de concurrentieslag overleven, dan zal het adequaat op deze veranderingen moeten inspelen, ook al zijn de mogelijkheden voor eigen R&D beperkt.

De overheid, zo vindt de AWT, moet daarbij de helpende hand bieden. Bijvoorbeeld door te stimuleren dat het MKB de beschikking krijgt over relevante kennis die aanwezig is bij de klant, bij TNO, de universiteiten, bedrijven of buitenlandse instellingen. 'Technologie-arsenaalmanagement', zoals de Raad dit kennisvergaren noemt, is essentieel voor bedrijven die zelf weinig aan R&D doen. 'We zijn teveel gebiologeerd door witte jassen,' vindt Beckers. 'Door de korte tijdhorizon is R&D voor het MKB eenvoudig niet lonend, zie die kosten maar eens terug te verdienen. Tegelijk ligt de technologische kennis op straat. Wat het MKB nodig heeft is iemand die goed uit het raam kijkt, die TNO weet te vinden.'

Kortingsfonds

Een innovatief MKB is een van de vestigingsvoorwaarden voor multinationale ondernemingen. Reden te meer voor de overheid om faciliteiten te scheppen. De AWT noemt als voorbeelden bredere mogelijkheden tot technische ontwikkelingskredieten, innovatiecentra die meer bedrijven dan tot nu toe bedienen en deze ook deskundig doorlichten, het stimuleren van personeelsuitwisseling tussen bedrijven en onderzoeksinstellingen, netwerkvorming en het financieren van kleine demonstratieprojecten. Instituten als TNO en ECN(Energiecentrum Nederland), maar ook de universiteiten, zouden marktgerichter moeten operen. De Raad wil daartoe een kortingsfonds instellen voor strategisch onderzoek dat bedrijven bij de publieke infrastructuur uitzetten. Beckers: 'Geef de bedrijven 50% en laat ze alles bij succes terugbetalen. Dan raken ze tenminste echt betrokken.'

Ten slotte bepleit de AWT een goed beroepsonderwijs, met bijbehorende kwalificaties. Beckers: 'Ook voor timmerlieden moeten er carrièremogelijkheden komen. Vroeger hadden ze bij Shell senior-chauffeurs, die wisten hoe ze met zo'n limousine om moesten gaan. Tegenwoordig word je opgehaald door een ex-vrachtwagenchauffeur die net is afgekeurd en toch wat moet.'

    • Dirk van Delft