Taal en tuintje zijn de toetsstenen

DRONTEN. Als Jezus terug op aarde komt, kan hij maar het beste in Dronten landen. Ruimte genoeg, om te beginnen. De straten zijn er breed, voorzien van bermen met dunne boompjes en stoepen waarop je elkaar zonder moeite kunt passeren. Het waait er altijd, de hemel is hoog en wanneer de avond valt gaan in honderden kleine huizen de schemerlampen en de televisietoestellen aan zodat de mensen na gedane arbeid vredig bijeen kunnen zitten op de paar vierkante meter die zij hun domein mogen noemen. Het pleit voor de zelfbeheersing en het sociaal gevoel van de Nederlanders dat ze zich zelfs in het nieuwe, wijde land vrijwillig schikken in zo'n nauw verband. Het is een hoge vorm van cultuur, niet mijn favoriete, maar wel een waar men ontzag voor moet hebben. Als de Heiland bereid is zich ook een beetje aan te passen vindt hij in deze polder een gastvrij onthaal.

Ik was vorige week in Dronten om er een paar vragen te stellen over de verkiezingen van 3 mei. Het resultaat van die onderneming, waarbij ruim dertig verslaggevers waren ingeschakeld, stond afgelopen zaterdag in deze krant. Het was een onthutsend verhaal, want in gemeente na gemeente, niet alleen in de roemruchte 'oude wijken' maar ook in het forensendorp en de groeikern-in-de-polder lieten kiezers noteren dat hun grootste zorg 'de buitenlanders' gold. En als ze in plaats van 'buitenlanders' de criminaliteit noemden of de sociale zekerheid of de werkgelegenheid dan was het verband tussen deze problemen en de komst van nòg meer immigranten snel gelegd.

In Dronten noemden veertien van de zestien mensen die ik sprak spontaan de immigratie als grootste probleem voor Nederland. Drie of vier van hen dachten er daarom ernstig over om hun stem op de Centrum-Democraten uit te brengen. Een schoonheidsspecialiste, een landarbeider, een timmerman. Stuk voor stuk aardige mensen, trouwe belastingbetalers, goede buren voor hun buren, nauwgezette verzorgers ook van het lachwekkend kleine lapje zeeklei dat hen als voortuin was toegewezen. Mensen die bang waren dat hun aan de golven ontworstelde beschaving straks weer weg zou spoelen, geïnundeerd zou worden door een vloed van vreemde zeden en gewoonten. Mensen die niet gedreven werden door het verlangen premier Janmaat spoedig de troonrede te laten schrijven maar wel het gevoel hadden dat ze de politici in Den Haag alleen op die manier een hevig signaal van hun angst en onvrede konden geven. Had Den Haag niet zelf in de meest schrille toonaarden laten weten dat een stem op de CD zou worden opgevat als een affront van al haar mores, een onoirbare aanval op haar zedelijkheid? Waren er geen uitgebreide campagnes geweest om dat duidelijk te maken? Nou dan! Als daar de enige gevoelige plek lag, moest daar de vinger worden gelegd. De timmerman aarzelde nog het meeste. Hij had in '89 al CD gestemd en nu zag hij dat Janmaat volgens de peilingen op zeven of acht zetels afkoerste. Dat was nu ook weer niet de bedoeling.

Volgens het gemeentehuis telt Dronten slechts vijftienhonderd allochtonen op een bevolking van 29.000. Dat is niet veel. Maar wandelend langs de kaarsrechte rijen eengezinswoningen, terwijl in menige huiskamer de halzen zich rekten om te zien wat dat daar moest zo laat en zo vreemd op straat, zag ik opeens wat één ongemanicuurd voortuintje betekent in een omgeving als deze. Het is een visuele bom. Een aanslag op horticulturele normen en daarmee ook op maatschappelijke waarden. Een PvdA-stemmer legde me met iets van wanhoop in zijn stem uit dat hij zijn Turkse buren hielp met het invullen van al hun formulieren, maar dat op zijn verzoek om iets aan het tuintje te doen altijd met dezelfde vage glimlach werd gereageerd. Hij vroeg zich ook af waarom buurvrouw geen Nederlands wilde leren, of er althans geen moeite voor wilde doen, en haar kinderen nog steeds in het Turks toesprak.

Taal en tuintje zijn blijkbaar de toetsstenen voor Nederlanderschap. Men kan dat kleinburgerlijk vinden, en dat is het ook, maar als het waar is, is het geen slecht nieuws. Het betekent dat we het er nog altijd over eens zijn dat er rationele eisen moeten worden gesteld aan wie een Nederlands paspoort wil hebben - en geen racistische, irrationele. De taal kun je leren, die tuin kun je wieden. Nederlanders koesteren kennelijk nog altijd een groot, bijna archaïsch vooruitgangsgeloof.

De schoonheidsspecialiste, de landarbeider, de timmerman en de weifelende PvdA-stemmer bezwoeren dan ook dat ze geen enkel probleem hadden met een donkere huid en gekrulde haren. Er was sprake van een Thaise schoondochter, Surinaamse collega's, Indische vriendinnen. Ik ben geneigd hen te geloven. In het televisieprogramma NOVA werden gisteravond enquêtecijfers publiek gemaakt die dit vertrouwen ondersteunen. Tachtig procent van de Nederlanders vindt volgens deze gegevens dat allochtonen dezelfde rechten moeten hebben als autochtonen bij de toewijzing van woonruimte en banen. Zeker in internationaal perspectief is dat cijfer ongelooflijk hoog. Ruim zeventig procent wil bovendien dat buitenlanders niet op een kluitje, apart gaan wonen maar zoveel mogelijk gespreid worden gehuisvest. Men wil hen, met andere woorden, graag als buren. Men wil dat ze na hun immigratie Nederlander worden.

Het is de vraag hoe realistisch die wens is in een tijd waarin het door goedkope en snelle communicatiemogelijkheden heel makkelijk is geworden tegelijkertijd in Dronten en Ankara te wonen, en uit beide culturen de voordelen te pikken en de nadelen te negeren. Maar racistisch en extremistisch is dit verlangen naar een rustige, geordende samenleving nu ook weer niet. Met enige huiver las ik dan ook de deze week op grote schaal verspreide Handleiding ter bestrijding van extreem rechts. De brochure is een initiatief van de uit het verzet voortgekomen uitgeverij De Bezige Bij en bedoeld om de opmars van Janmaat en consorten te stuiten.

Het boekje bevat cijfermateriaal over de omvang van buitenlandse gezinnen, asielzoekers, werklozen en criminelen en brengt daardoor sommige problemen tot hun ware proporties terug. Dat is nuttig. Helaas bestaat het grootste deel van de tekst uit een dialoog met een denkbeeldige 'vertegenwoordiger van extreem-rechts' wiens denkbeelden juist op karikaturale manier worden opgeblazen. Hij is niet bang en onzeker, maar vooral oerdom en verkondigt dan ook meningen - zoals de eis dat Nederlanders liefst 'Bataafs bloed' in de aderen moeten dragen - waarin ook de meeste CD-stemmers zich niet zullen herkennen. De auteurs herinneren in een vraaggesprek aan de Weimar-republiek die ook “op democratische wijze om zeep werd geholpen”. Dat is een unzeitgemässe, onzinnige vergelijking. Dronten is geen Weimar. Het heeft geen zin om een bang land eerst belachelijk te maken en dan de oorlog te verklaren.

    • H.M. van den Brink