Ritzen: overladenheid meer 'gevoel' dan feit

AMSTERDAM, 28 APRIL. Klachten van onderwijzers dat zij een te vol lesprogramma moeten afwerken, zijn volgens minister Ritzen (onderwijs) gebaseerd op “een gevoel van overladenheid”. Het probleem is niet de grote hoeveelheid vakken, maar de hoeveelheid administratieve handelingen die de onderwijzers moeten verrichten, aldus Ritzen. Eind vorig jaar hield de minister nog een pleidooi voor minder vakken op de basisschool. De basisscholen moesten zich volgens hem meer gaan richten op rekenen, taal en lezen.

Ritzen sprak gisteren op een bijeenkomst in Amsterdam waar vertegenwoordigers van onderwijsorganisaties discussieerden over het rapport van de Commissie Evalutatie Basisonderwijs (CEB). De bijeenkomst vormde de afsluiting van een 'onderwijs-tournee' met gesprekken met 'mensen uit het veld' over het in januari verschenen rapport. Dit rapport schetst een somber beeld van de kwaliteit van het basisonderwijs: door een overladen lesprogramma leren de kinderen onvoldoende basisvaardigheden als lezen, schrijven en rekenen. Deze conclusie werd toen grotendeels door Ritzen onderschreven.

Om de kwaliteit van het basisonderwijs te verbeteren, adviseerde de commissie een investering van ten minste 217 miljoen gulden en vermindering van de zogenoemde 'kerndoelen', die per vak aangeven wat leerlingen aan het eind van het jaar moeten kennen. Ritzen wil geen extra geld beschikbaar stellen voor de verbetering van de kwaliteit van het basisonderwijs.

Na vier bijeenkomsten noemt Ritzen de overladenheid van het lesprogramma vooral “een gevoel van overvraagd zijn”. P.H. Holthuis, directeur-generaal van het ministerie, noemde in zijn samenvatting de bijeenkomsten “interessant maar weinig verhelderend”. De bijeenkomsten waren volgens Holthuis vooral “emotioneel” geweest. “Een intellectuele verdieping” had hij gemist. De discussie over de overladenheid was voor iedereen 'herkenbaar' geweest, maar met de kerndoelen had dat weinig te maken. Want “een onthutsend groot aantal scholen” heeft volgens Holthuis de kerndoelen nog steeds 'in het cellofaan' zitten. J. van Bruggen van de Onderwijsinspectie merkte op dat “gevoelens ook feiten zijn”. Hij vindt het daarom verstandig dat de commissie Heroverweging Kerndoelen opnieuw naar de inhoud van het basisonderwijs kijkt.

Van Eijndhoven, voorzitter van deze commissie, gaf te kennen dat heroverwegen niet hetzelfde is als schrappen. Volgens commissielid M. den Ouden-Dikkers kan het gevoel van overladenheid worden weggenomen door “kerndoelen te combineren en scherper te formuleren”. Volgens voorzitter Van Eijndhoven kan de conclusie van de commissie ook best luiden dat Ritzen “de oplossing op een ander terrein moet zoeken” en dus niet in aanpassing van de kerndoelen.