Rapportcijfers van de Nederlandse economie

Grafiek: De Nederlandsche Bank noemt de Nederlandse conjuncturele ontwikkeling in haar vandaag gepresenteerde jaarverslag over 1993 “weliswaar niet florissant, maar evenmin dramatisch”.

Economische groei, werkgelegenheidsontwikkeling, inflatie, overheidstekort en rente doen het niet slecht vergeleken met die van andere Europese landen. In Nederland groeide het bruto binnenlands produkt in 1993 miniem, maar stak toch voordelig af bij het gemiddelde van de Europese Unie waar de produktie kromp. Dat komt volgens de bank omdat Nederland relatief veel produkten maakt die weinig gevoelig zijn voor de economische situatie, zoals zuivel. Ook de relatief lage rentestand had een gunstig effect. De werkgelegenheidsontwikkeling was in 1993 nog gunstig, hoewel de werkloosheid door de grote hoeveelheid nieuwkomers op de arbeidsmarkt steeg. De inflatie in Nederland was relatief laag door de sterke gulden.

De vergelijking op structureel terrein is minder flatteus: met name de arbeidsmarkt en de overheidsfinanciën staan er niet best voor. De overheidsschuld blijft groot, hoewel het de Nederlandse regering in tegenstelling tot die van de omringende landen wel gelukt is het overheidstekort terug te dringen. Ook de collectieve lastendruk (uitgedrukt in procenten van het bbp) overtreft het Europese gemiddelde.

De participatiegraad, het deel van de bevolking tussen 15 en 65 jaar dat betaalde arbeid verricht, ligt in Nederland 15 procentpunten lager dan het gemiddelde in de Europese Unie.

De structurele problemen in Nederland vereisen volgens de bank een 'langdurige beleidsinspanning'. Een veeleisende taak voor een volgend kabinet.