Privatisering in Italië leidt tot machtsconcentratie

ROME, 28 APRIL. De economische vernieuwing die de politieke omwenteling in Italië zou moeten vergezellen, komt in gevaar nu het privatiseringsproces bestaande machtsmonopolies blijkt te bevestigen en zelfs te versterken.

De privatisering van staatsbedrijven is steeds gezien als een dubbelsnijdend zwaard. Allereerst zou de efficiëntie omhoog gaan en de greep van politieke partijen op de economie verminderen. Bovendien zouden er in de particuliere sector meer middelgrote bedrijven komen, waarmee de feitelijke monopoliepositie zou verdwijnen van het handjevol grote ondernemingen dat nu de Italiaanse economie domineert.

Dat tweede effect is uitgebleven bij de privatisering van de Comit, de Banca Commerciale Italiana, een van de grootste banken van het land. Op de aandeelhoudersvergadering vorige week en de vergadering van de nieuwe raad van bestuur bleek dat de bank in handen is gekomen van de handelsbank Mediobanca, het centrum van de financieel-economische macht in de particuliere sector.

Van verschillende kanten wordt alarm geslagen. Er dreigt een economisch machtsblok te ontstaan “dat in geen enkel Westers land zijn gelijke heeft”, schreef Romano Prodi, president van de staatsholding IRI, zaterdag in een ongewoon felle aanval in La Stampa. De IRI was eigenaar van de Comit en van twee andere banken die de afgelopen maanden zijn geprivatiseerd, Credito Italiano en de handelsbank IMI. Prodi is een verwoed voorstander van privatisering, volgens hem de lakmoestest om te bewijzen of Italië echt economische veranderingen wil. Daarbij heeft hij steeds gezegd dat de verkoop van staatsbedrijven moet leiden tot herschikking en vooral verdunning van de economische macht in de particuliere sector. De dominerende positie van Mediobanca en de bedrijven daaromheen, verenigd in de salotto buono, de salon van het economische establishment, verstoort volgens hem het marktmechanisme.

Prodi schreef dat Mediobanca onder regie van zijn honorair president, de 84-jarige Enrico Cuccia, “een enorme machtsconcentratie in de particuliere sector (heeft geschapen) waarbij zij geleidelijk aan haar traditionele macht aanvult met die van de geprivatiseerde publieke bedrijven.” Privatisering versterkt op deze manier de bestaande machtsposities in plaats van dat zij de markt opengooit, en betekent zo geen vernieuwing maar een stap terug.

Ook politieke partijen luiden de alarmbel. Roberto Maroni van Lega Nord, die waarschijnlijk vice-premier wordt, wil voorkomen dat nieuwe privatiseringen leiden tot een verdere machtsconcentratie bij Mediobanca. Een van de eerste tests daarvoor is de staatsholding voor telecommunicatie Stet, die eind deze zomer moet worden geprivatiseerd. De Stet is ook onderdeel van de IRI.

Volgens Marco Formentini, Lega-burgemeester van Milaan en een van de economisch deskundigen in de partij, moeten de regels voor privatisering worden veranderd en moet een nieuw kabinet proberen een tegenpool voor Mediobanca in de particuliere sector te scheppen. Hij ziet daarbij een rol weggelegd voor de handelsbank IMI, die drie maanden geleden is geprivatiseerd.

Mediamagnaat Silvio Berlusconi, die vandaag zou worden benoemd tot kabinetsformateur, heeft zich buiten de twisten gehouden. Hij staat meteen voor een mogelijk belangenconflict. Prodi heeft er in zijn aanval van zaterdag op gewezen dat Mediobanca betrokken is bij het saneringsproces van Berlusconi's Fininvest concern.

Carlo Scognamiglio, een economisch expert van Berlusconi's Forza Italia en eerder deze maand gekozen tot voorzitter van de Senaat, heeft in een reactie op Prodi's uitlatingen gezegd dat het onaanvaardbaar zou zijn dat Stet in handen komt van Mediobanca. Telecommunicatie is, net als het ook te privatiseren elektriciteitsbedrijf Enel, een public utility, zei Scognamiglio. De enige manier waarop dergelijke bedrijven geprivatiseerd kunnen worden is als public company, met een diffuus aandeelhouderschap waarin niemand de controle heeft.

Dat was ook de bedoeling met de privatisering van de Comit, eind februari. Het stemrecht was beperkt tot maximaal drie procent van de aandelen. Met de privatisering hebben een paar honderdduizend Italianen aandelen Comit gekocht, maar een aantal van hen heeft de stukken al met koerswinst op de beurs verkocht. Bij de aandeelhoudersvergadering afgelopen vrijdag bleek dat de Comit in de praktijk geen public company is geworden. Er was plaats voor 1.900 aandeelhouders, maar er waren er niet meer dan vierhonderd. En de kleine aandeelhouders kwamen niet aan bod tegenover het consortium dat onder regie van Mediobanca is gevormd.

De president van de Comit, Sergio Siglienti, die veel waardering heeft geoogst voor de manier waarop hij de privatisering van zijn bank heeft begeleid, is afgezet. Slechts twee leden van de raad van bestuur, beiden bondgenoten van Mediobanca, hebben hun post behouden. Dinsdag is Lionello Adler, president van het papierbedrijf Burgo, gekozen tot voorzitter van Comit, zonder uitvoerende functies. Burgo wordt gecontroleerd door Mediobanca. De bank heeft voortaan twee managing directors: Luigi Fausti, een van de leden van de raad van bestuur die mochten blijven, en Enrico Beneduce, een neef van Cuccia.

Tot de bondgenoten van Mediobanca behoren Gemina (financieringsmaatschappij in handen van de Fiat-groep), de verzekeringsmaatschappij Generali, kledingfabrikant Stefanel, bandenfabrikant Pirelli, en een buitenlandse groep, waaronder de Commerzbank, Creditanstalt, Paribas en Albert Frère.

De conflicten rondom de privatisering van de Comit illustreren de problemen die politieke en economische vernieuwing met zich meebrengen als de spelregels nog niet zijn aangepast. Italië kent nauwelijks mechanismes om de belangen van kleine aandeelhouders te beschermen. Bovendien zijn wetten om in aandeelhoudersvergaderingen stemmen bij volmacht of per post mogelijk te maken, blijven liggen. Tekenend voor de opstelling van het consortium rond Mediobanca is dat de kandidaten voor de nieuwe raad van bestuur pas op de aandeelhoudersvergadering zelf bekend werden gemaakt.

IRI-president Prodi is verweten te veel te willen met privatisering: zowel het Italiaanse kapitalisme hervormen als middelen binnenhalen om de enorme schuldenlast van de IRI te verminderen. Nu zijn beide doelen maar half bereikt: als de drie banken die zijn geprivatiseerd, direct aan één of meerdere kopers waren verkocht, had de IRI er meer voor kunnen vragen. Bovendien bestond er in het kabinet van premier Ciampi veel kritiek op Prodi's idee van een public company. Met name minister van industrie Savona vond dat de staatsbedrijven beter aan bepaalde groepen in de particuliere sector verkocht konden worden. Alleen zo zou goed management te garanderen zijn.

Maar de Lega Nord heeft aangekondigd dat zij in het komende kabinet de lijn-Prodi zal volgen. Maroni heeft gezegd dat privatisering tot doel moet hebben dat de economische macht wordt verdund, en dat dit voor zijn partij net zo'n belangrijke doelstelling is als het federalisme.

    • Marc Leijendekker