Ook kinderen kunnen nu makkelijk programmeren

Programmeren voor Kinderen. Een stap-voor-stap methode voor iedereen van 9 tot 99 jaar. Door Addo Stuur. 372 blz., Bruna Informatica 1994, f 99,90. ISBN 90 229 3843 3 Vereist: Windows 3.1, 2Mb RAM, VGA-monitor. Aanbevolen: geluidskaart.

Kinderen en computers, het blijkt een gapend gat in de markt te zijn. Uitgeverij Bruna Informatica en auteur Addo Stuur hebben het gat ontdekt en bouwen er in hoog tempo een industrie omheen. De laatste uitgave is een programmeertaal voor kinderen vanaf 9 jaar: SuperLogo. Zelf animaties maken!

Het begon twee jaar geleden met het boek 'Windows voor Kinderen'. Daarvan zijn er intussen bijna 50.000 verkocht en het ziet er naar uit dat het boek op grote schaal vertaald gaat worden, onder andere in het Chinees. Het aantal boeken van Stuur loopt intussen tegen de tien (het is gevaarlijk een getal te noemen want dat kan morgen verouderd zijn) en er zijn losse diskettes zoals een 'Feestdisk' en een 'Dinodisk' voor kinderen. Bij de presentatie van de laatste uitgave, 'Programmeren voor Kinderen', werden meteen voor de komende zomer twee vervolgboeken aangekondigd. Verder is er een telefonische helpdesk ingesteld, is er een computerkrant voor kinderen verschenen en had per begin april de nieuwe Computerclub voor kinderen 5000 leden, een aantal dat per week met circa 250 toeneemt (het lidmaatschap is gratis). In het najaar denkt Bruna een programmeerwedstrijd te organiseren en er loopt overleg met speelgoedfabrikant Lego over het maken van software voor Lego-Dacta (door de computer te besturen hardware van Lego). Het is om buiten adem van te raken.

Dat kinderen gek zijn op computerspelletjes weet iedereen. Dat sommige kinderen op de computer tot verbluffende dingen in staat zijn is ook al lang bekend. Maar pas sinds een paar jaar zijn de meest gangbare computers hanteerbaar geworden voor normale kinderen: Windows verandert computers met het grimmige MS-DOS besturingssysteem van een vélocipède in een gewone fiets. En Addo Stuur maakt daar dan weer een mountainbike van.

Alle boeken en programma's van Stuur vereisen Windows en 'Programmeren voor Kinderen' is geen uitzondering. Het pakket bevat de programmeertaal SuperLogo, een aan Windows aangepaste versie van Logo. Logo is eind jaren zestig ontwikkeld door de Amerikaan Seymour Papert als jeugdvriendelijke programmeertaal. Logo gaat uit van een grafisch scherm waarover een schildpadvormige cursor, de 'turtle', heen en weer kan worden gecommandeerd. De programmeur kan zo heel makkelijk plaatjes op de monitor toveren die sterk doen denken aan het bekende Spirograph. Rekenen en manipuleren met letters kan met Logo ook; het is een volwaardige programmeertaal die overigens nooit is doorgebroken.

Een voorloper van de versie die nu voor Windows is verschenen is door Bruna ontdekt aan de Comenius-universiteit in Bratislava in Slowakije, waar deze vorm van Logo gewoon door studenten wordt gebruikt. Er wordt ook software voor scholen mee ontworpen. Met een beperkt aantal aanpassingen was SuperLogo geschikt voor Nederlandse kinderen.

Nederlandstalig

Het meest opvallende aan SuperLogo is dat het een Nederlandstalige programmeertaal is. Alle programmeertalen zijn afgeleid van het Engels en kennen opdrachten als READ, DRAW, DEF FN (define function), CSRLIN (cursorline) en erger. Niet te onthouden als je geen Engels beheerst. SuperLogo heeft uitdrukkingen als DOE, LEER, HERHAAL en LAATZIEN. Een meer complexe opdracht is bijvoorbeeld ZETVULKLEUR. Daarmee geef je aan met welke kleur een gesloten figuur moet worden gevuld. Als je dat één keer hebt gehoord of gelezen vergeet je het niet makkelijk meer. Voor gevorderden bestaat de mogelijkheid afkortingen te gebruiken voor veel gebruikte opdrachten, bijvoorbeeld ZVK in plaats van ZETVULKLEUR. SuperLogo is zelfs tweetalig: het Engelse vocabulaire is nog steeds te gebruiken.

De foutmeldingen zijn eveneens in het Nederlands. Dat had ook niet anders gekund. Een kind kun je moeilijk trakteren op een humeurig 'syntax error' of 'illegal function call'. In geval van een typfout, bijvoorbeeld VOORUT in plaats van VOORUIT (de turtle moet voorwaarts), meldt SuperLogo: 'Ik weet niet wat ik moet doen met VOORUT. Je hebt een typfout gemaakt of je hebt de procedure nog niet gemaakt.' Bij het bewerken van programmafragmenten krijgen SuperLogo-opdrachten vanzelf een andere kleur (blauw) dan de rest van de tekst, zodat schrijffouten makkelijk zijn op te sporen. Een verkeerd gespeld commando heeft niet de SuperLogo-kleur en is dus makkelijk op te sporen.

Eerste beginselen

Het SuperLogo-pakket bestaat uit twee schijven met de programmatuur en twee boeken: een woordenboek (nogal omslachtig 'referentiegids' genoemd) en een handleiding. De handleiding is een vervolgverhaal waarin de lezer stukje bij beetje leert de turtle te besturen. Eerst met losse opdrachten, dan in procedures (min of meer op zichzelf staande programmafragmenten) en tenslotte in complete programmaatjes. Auteur Stuur legt de o zo belangrijke eerste beginselen uit van het overzichtelijk programmeren: een programma zo schrijven dat je later nog kunt zien wat een bepaald gedeelte precies doet, en dat een ander dat ook kan. De turtle, die in SuperLogo alleen nog in zijn groene kleur aan een schildpad doet denken kan elke door de gebruiker gewenste gedaante krijgen uit een bestand van tekeningetjes. Voertuigen, vogels, vissen, alles zit erbij.

Zelf turtles ontwerpen kan ook. Je kunt in SuperLogo tekeningen invoeren die zijn gemaakt met Paintbrush, het tekenprogramma dat standaard bij Windows hoort. Zo kun je al vrij snel eenvoudige animaties maken, bijvoorbeeld van een rijdende fietser tegen een zelf bedachte achtergrond.

Alsof de handleiding niet duidelijk genoeg is barst SuperLogo haast uit zijn voegen van de helpfuncties, bijvoorbeeld een gewoon helpmenu en een reeks demoprogramma's waarvan sommige het karakter hebben van een spelletje. En niet te vergeten voorzieningen als een lineaal en een gradenboog waarop je alleen maar met de muis hoeft aan te wijzen onder welke hoek of over welke afstand de turtle verder moet. Het moet een hele toer zijn om hier de weg kwijt te raken, wat overigens niet wil zeggen dat ouders hun toetsenwondertjes aan hun lot moeten overlaten.

Een bijzonder aardig extraatje is de mogelijkheid om je eigen creaties op schijf mee te geven aan vriendjes die géén SuperLogo hebben. Het hulpprogramma Superdisk zet de zelf gemaakte software op een schijf samen met een demonstratieversie van SuperLogo. Vooropgesteld dat het vriendje of vriendinnetje wel over Windows beschikt valt het werkstuk dan te bekijken. Leuke reclame meteen ook.

Met de eerste eigen animaties zit 'Programmeren voor Kinderen' er al weer op. Het gebruik van tekst, van programma's die reageren op ingevoerde gegevens ('interactief'), zelfgemaakte spelletjes, dat komt allemaal in een volgend deel. Voor een volwassene met enige programmeerervaring is dat weinig indrukwekkend, maar kinderen in de doelgroep zullen er wel even mee zoet zijn. De handleiding alleen al telt 244 pagina's. En de bedoeling is natuurlijk dat het niet blijft bij het braaf uitvoeren van de opdrachten en suggesties in het boek.

En dan is het wachten op het Jeugdjournaal-effect. Wanneer je kinderen serieus neemt en ze voorziet van zinnige informatie, zonder dikdoenerij of flauwekul, blijken volwassenen daar met groot plezier ook kennis van te nemen. Soms geven ze er zelfs de voorkeur aan boven de volwassenenversie van hetzelfde. Volgens Bruna Informatica wordt 15% van de verkochte boeken van Stuur door volwassenen voor zichzelf gekocht, 5% door het bedrijfsleven (Stuurs 'Windows voor Kinderen' is op het ogenblik in aangepaste versie in gebruik bij het Ingenieursbureau van de Nederlandse Spoorwegen) en 5% bovendien door 50-plussers. Oma kan eindelijk leren programmeren.

Er waren wat verschillen met de clusters in Seascale en bij Dounreay. In Glenrothes werden niet alleen autochtone kinderen ziek. Kinlen wees erop dat de import in Glenrothes uit andere landelijke streken kwam in plaats van uit stedelijke gebieden. In Glenrothes zet de leukemie snel in als de groei begint en de mini-epidemie is ook gauw weer afgelopen. Dat is in Seascale en bij Dounreay niet het geval. Kinlen verklaart dit uit het grote verloop onder werknemers van de opwerkingsfabrieken. Wel gig het zoals verwacht hoofdzakelijk om leukemie bij nul- tot vierjarigen.