Onderzeeer (2)

Het artikel over de vondst van de 'O 22' stelt dat deze onderzeeboot vermoedelijk destijds in een mijnenveld is terechtgekomen.

Een mogelijke andere oorzaak wordt beschreven in het boek Zij vochten op de zeven zeeën van K.W.L. Bezemer, oud-hoofd van de Marine Voorlichtingsdienst. Hierin wordt desgevraagd van Duitse marinezijde na de oorlog vermeld dat: “op 8 nov. 1940 door hun onderzeebootjager '177' op 57ß855' N/6ß850' O hydrofonisch contact werd verkregen met een onderzeeboot. Na twee aanvallen met dieptebommen verscheen een luchtbel, weer werden 8 dieptebommen geworpen. De luchtbel werd opnieuw waargenomen. Tijdens een vierde aanval met 8 dieptebommen verscheen er gedurende 1minuut een luchtbel van 25 tot 30 meter doorsnede en 1 meter hoogte. Een tweede onderzeebootjager wierp in dezelfde positie nogmaals 3 dieptebommen af. De plaats werd enkele uren afgezocht doch zonder resultaat; de echo was volkomen verdwenen. Aangenomen werd dat de onderzeeboot tot zinken was gebracht.” Gezien het feit dat de O 22 nu gevonden is op de positie 57ß855' N/5ß831' O (dit is 78 km pal westelijk van de plaats van de aanval) moet het niet uitgesloten worden geacht dat de O 22 tengevolge van de beschreven aanvallen niet meer heeft kunnen opduiken. Alleen een nader onderzoek van het wrak kan hierover uitsluitsel verschaffen. Ook voor de nabestaanden van de dappere bemanning zou dit een goede zaak zijn.

    • P.M.J. Somers