NAVO verhult belangenstrijd

Wat is de overeenkomst tussen het partnerschap voor de vrede en het ultimatum van Gorazde? In beide gevallen wordt de NAVO voorgesteld als een neutraal instrument, als een organisatie die blind is voor waarden en belangen. Dat doet alleen al onrecht aan de geschiedenis van het Atlantische pact als beschermer van rechtsstaat en democratie. De NAVO wordt nu immers gebruikt voor een vorm van crisisbeheersing waarbij aard en aanleiding van de crisis zoveel mogelijk worden weggemoffeld. Op die manier wordt zelfs wapengeweld voorstelbaar, compleet met verwoesting en verliezen, met geen ander doel dan het herstel van een onbevredigend minimum aan menselijkheid. Want zelfs de rechtsgronden, zoals vervat in het Handvest van de Verenigde Naties en op grond waarvan agressie wordt veroordeeld en moet worden bestreden, zijn kennelijk niet langer aan de orde.

Veronderstel dat de Serviers zich uiteindelijk niet bij het jongste ultimatum van de NAVO wensen neer te leggen: zij zijn weliswaar opgehouden Gorazde te bestoken, maar blijken te sjoemelen met de opdracht om zich nog een aantal kilometers extra terug te trekken. Veronderstel verder dat de NAVO-luchtmacht toch nog toeslaat, dat de Serviers zware verliezen worden toegebracht en dat enkele toestellen worden neergehaald. In hun woede vergrijpen de Serviers zich aan blauwhelmen en andere VN-functionarissen. In het geldende concept van de crisisbeheersing worden ze daarvoor niet veroordeeld. Het gaat er immers om de Serviers weer aan de onderhandelingstafel te krijgen, waar ze (noodgedwongen) met respect worden behandeld.

Op die manier valt de crisisbeheersing als het ware de crisis binnen zonder dat er vragen worden gesteld over het voorafgaande. Slechts het geweld van het gekozen moment telt. Daar moet een einde aan komen. Maar de door agressie verkregen terreinwinst, de etnische zuivering en haar duizenden slachtoffers, de vele honderdduizenden ontheemden, de verwoeste economie en infrastructuur zijn niet meer dan onderhandelingsobject. De verantwoordelijkheid ervoor wordt hooguit ten behoeve van de geschiedschrijving vastgelegd, maar zij doet verder bij het overleg over een 'modus vivendi' niet terzake. Het is bijvoorbeeld niet ondenkbaar dat een beperkte herverdeling van de Servische terreinwinst ten gunste van andere partijen wordt gekocht met toezeggingen in de sfeer van de wederopbouw in door Serviers beheerst gebied, te beginnen met het verzachten van de sancties.

Een dergelijke aanpak gaat uit van een formele en morele gelijkheid van partijen en van belangeloosheid van de intervenierende instelling. De bemoeienis is zuiver humanitair, zelfs als daarbij geweld wordt gebruikt. Het gaat erom partijen naar een in verhouding tot de geschapen omstandigheden als redelijk te beschouwen convergentiepunt te manoeuvreren waarop vrede, ofwel een staat van non-belligerentie, een kans krijgt. Hoe gering de kwaliteit van die toestand ook mag zijn.

Intussen heeft de Russische bemoeienis met de Bosnische kwestie sinds het ultimatum van Sarajevo een streep door die saldoloze rekening gehaald. De Russen hebben grote moeite met een gewapend optreden van de NAVO in Bosnie, niet zozeer omdat zijzelf zo geweldloos zijn, (dat zijn ze in het 'nabije buitenland' niet) maar omdat het niet strookt met hun opvattingen van wat de Russische belangen zijn. Van de zijde van de NAVO mag steeds weer worden verklaard dat de NAVO een verdedigingsorganisatie is zonder hegemonistische doelstellingen, in Moskou wordt dat niet geloofd, ofwel het wordt niet relevant geacht. Dat heeft meer te maken met traditionele opvattingen over macht, machtsverhoudingen en machtsinstrumenten dan met restanten van achterdocht uit de periode van de Koude Oorlog. Succesvol gebruik van macht leidt tot meer macht, of dat nu wordt beoogd of niet. Afstraffing van de Serviers gaat onontkoombaar ten koste van Russisch krediet. De Amerikaanse diplomatie heeft zich dat overigens gerealiseerd.

Moskou vraagt aandacht voor zijn belangen, in Bosnie maar ook in Midden- en Oost-Europa. Het Russische verzet tegen Atlantische luchtoperaties boven voormalig Joegoslavie ligt in het verlengde van het Russische verzet tegen het door vier Middeneuropese landen verlangde lidmaatschap van de NAVO. De Atlantische organisatie heeft als verzoenend gebaar het partnerschap voor de vrede bedacht _ waaraan alle Middeneuropese en Oosteuropese landen kunnen meedoen. Het partnerschap moet verdoezelen dat er tussen de verschillende landen in de regio zoiets als belangentegenstellingen bestaan. De Polen wensten het NAVO-lidmaatschap als een garantie tegen eventuele Russische bemoeizucht. De Russen verzetten zich om niet bij voorbaat manoeuvreerruimte te verliezen.

Het partnerschap loopt daar nu met een grote boog omheen. De Russen hebben dan ook bedachtzaam gereageerd: ja, ze wilden wel partner zijn, maar dan wensten zij een bijzondere status. De veronderstelling dat er geen belangen zijn zolang er niet over wordt gepraat, wil Moskou niet overnemen. In de status aparte zullen de Russische belangen moeten worden verdisconteerd.

Uit die vicieuze cirkel is voor de NAVO geen ontsnapping mogelijk. Moskou wil erkenning van zijn 'recht' om in het 'nabije buitenland' militair op te treden. Daarvoor wil het zelfs internationale financiele steun met als argument dat het in feite de zaakjes van de Verenigde Naties opknapt. Laten we aannemen dat de bevolking van de Krim, gezien de recente pro-Russische verkiezingsuitslag, ernst maakt met een afscheiding van de Oekraine, dat de Oekraiense regering ingrijpt om aan die beweging een einde te maken en dat de Russen intervenieren om in het Gemenebest van Onafhankelijke Staten de vrede te herstellen. Er van uitgaande dat de NAVO met beide landen een partnerschap voor de vrede heeft gesloten, hoe reageert dan de onpartijdige, belangeloze, niet- hegemonistische Atlantische wereld?

Natuurlijk, tegen dit soort redeneringen kan met reden worden ingebracht dat een partnerschap met alle partijen een dergelijke ontwikkeling kan helpen voorkomen, dat in onderling overleg een oplossing kan worden gezocht. Maar dan moeten de tegenstellingen niet worden verdonkeremaand, dan moet het bestaan van tegenstrijdige belangen niet worden ontkend en dan moeten gepleegde misdaden niet om de lieve vrede over het hoofd worden gezien. In voormalig Joegoslavie overheerst het 'vredesproces', in Midden-Europa het 'partnerschap'. Het is een Russische verdienste de onderliggende competitie weer aan de oppervlakte te hebben gebracht.

    • J.H. Sampiemon