Muziekstuk als een knerpende asfaltroller van Christopher Fox

Concert: Ives Ensemble o.l.v. Richard Rijnvos. Werken van Fox, Cage, Ives en Ayres. Gehoord: 26/4 Paradiso, Amsterdam. Opname VPRO voor latere uitzending op Radio 4.

Een zwarte spin schoot dinsdag-avond in Paradiso opeens, dekking zoekend, onder mijn stoel. Dat beeld paste precies bij het nieuwe werk A Penny o' Fa van de Engelse avantgardist Richard Ayres (geboren 1965), waarin voortdurend snel wegschietende figuraties voor blaastrio, strijkkwartet, harmonium en slagwerk verdwijnen in lang aangehouden, spanning verwekkende stiltes. Het is ruige horrormuziek, grijs en grauw, schor en kaal, die gebruik maakt van bewust onuitgewerkte, als het ware vergeten klanken, onesthetisch en onhandig, in een idioom dat zowel herinnert aan punkrock als aan post-expressionisme à la Rihm.

Het is ook een open muziek waarin van alles kan gebeuren. In de woorden van de componist: “Mijn ideale stuk om naar te luisteren zou levendig zijn, nieuwsgierig en onderzoekend, niet pretentieus, noch hooghartig, en nog het belangrijkste: een muziek die aan het eind niet alle antwoorden geeft. Getuige zijn van andermans prachtig verpakte visie interesseert me niet zoveel - ik hou ervan mijn eigen vragen te kunnen stellen en tot mijn eigen conclusies te komen, en ik tracht muziek te maken die anderen hetzelfde toestaat.”

Dit is een boeiend uitgangspunt dat ook een boeiend discours kan opleveren, maar Ayres' compositie duurt veel te lang (25 minuten), en is, wanneer de rusten worden opgevuld door aanhoudend tromgeroffel, te primitief. Bovendien toont het materiaal zijn beperkingen als tegen het eind de structuurtjes steeds langer aaneengeregen worden.

Ook de tweede Engelse première Etwas Lebhaft van Christopher Fox (geboren 1955) voor dezelfde bezetting als Webern's Konzert op. 24 is hectisch van aard, maar ditmaal dynamisch verfijnder uitgewerkt als één consequente timbrestudie. Zo discontinu als Ayres componeert, zo lang trekt Fox zijn ongenaakbaar snerpend doorklinkende lijnen. Met Webern heeft het niets van doen, het klinkt meer als een Japanse Gagaku met zijn wringende hoge blazers. Een passende beeldspraak is hier muziek als een wals, als een knerpende asfaltroller.

Wanneer in het centrum het geluid afneemt, breekt de voortdurend zachtjes musicerende en achteraan opgestelde piano opeens door het ensemble heen, als een bloemenkrans wiegend in een lentebriesje. Van dan af heeft Fox zijn voertuig niet meer onder controle, het belandt in de berm, en zwalkt nog een tijdje doelloos heen en weer. Kortom, in de opzet is ook Etwas Lebhaft (negen instrumenten, negen toonhoogten, negen secties enz.) boeiender dan in de uitwerking. Meer plettend dan verpletterend.

Dan was Fourteen (1990) van John Cage - een Nederlandse première - een gaaf voorbeeld hoe idee en uitwerking perfect kunnen samenvallen: een van begin tot eind consequent volgehouden boventonenstudie. Alle lang aangehouden tonen (en dat zijn er vele) moeten fluweelzacht worden uitgevoerd, de dynamische schakering van de vlugge nootjes is vrijgelaten. Daarnaast eist Cage van het slagwerk een rijke resonantie.

De uitvoeringen waren zowel wat die luid wringende horror als Cage's pianissimo-concentratie betreft, voorbeeldig. Maar niet alleen de stukken, ook het concert als geheel met nog acht composities van Ives duurde veel en veel te lang.

    • Ernst Vermeulen