Meer recht op pensioen voor oudere gescheiden vrouwen

Vrouwen die vóór 1981 zijn gescheiden, kunnen een deel van de pensioenrechten van de voormalige partner krijgen. Deze 'rechtvaardiging van jaren onbetaalde arbeid' is deze week door de Eerste Kamer aangenomen

DEN HAAG, 28 APRIL. Mits lang genoeg getrouwd krijgen vóór 1981 gescheiden vrouwen recht op een kwart van het pensioen van hun voormalige echtgenoot. Tot nu toe hadden alleen vrouwen die in of na 1981 zijn gescheiden recht op een deel van het pensioen van hun ex-echtgenoot. Zij krijgen de helft.

Het gaat daarbij om de pensioenrechten die tijdens het ontbonden huwelijk zijn opgebouwd. In de nieuwe wet is tevens vastgelegd dat de duur van de alimentatie die de ex-man betaalt wordt beperkt tot maximaal twaalf jaar.

Voor de in totaal 140.000 vóór 1981 gescheiden vrouwen gelden wel strenge voorwaarden. Zo moet het huwelijk 18 jaar hebben geduurd en moeten er minderjarige kinderen zijn geweest op het moment van de scheiding. De vrouwen van de stichting 'Recht op Recht vóór '81' zijn “heel blij”, maar “nog niet klaar” met de strijd. De stichting waarin vrouwen die zijn gescheiden voor 1981 samenwerken, ijvert al jaren voor hun recht op een deel van het pensioen van hun ex-man.

De nieuwe wet wordt door veel betrokken vrouwen als een “rechtvaardiging ” van hun inspanningen tijdens het huwelijk ervaren. Zo ook mevrouw O. van Hoorn (64). “Ik weet helemaal niet hoeveel het is, maar ik heb het gevoel dat we dat tijdens al die jaren huwelijk samen hebben opgebouwd. Je moet niet vergeten dat het een heel generatiegebonden probleem is. Wij trouwden in de jaren vijftig en ik volgde mijn man. Hij was veel op reis en dan was het vanzelfsprekend dat ik thuis bij de kinderen was.”

Mevrouw Van Hoorn kan nu AOW'er mèt een klein pensioen worden. Want ze voldoet aan de voorwaarden van de nieuwe wet. Na een huwelijk van 23 jaar gingen zij en haar man uit elkaar. Drie kinderen bleven bij haar wonen. Afgesproken werd dat de man haar vijf jaar alimentatie zou betalen. “Dat leek mij genoeg tijd om zelf een baan te vinden om in mijn levensonderhoud te voorzien”, vertelt zij nu.

Het liep anders. In het begin van de scheiding zocht zij stad en land af om een baan te vinden. Het moest ook nog een parttime baan zijn, omdat zij voor de kinderen wilde zorgen. De baan werd niet gevonden. Mevrouw van Hoorn: “Ik snoepte langzaam het zo zorgvuldig opgebouwde erfenisje van mijn moeder op.”

Om emotionele problemen te voorkomen, hoeven de ex-partners voor de toekenning van de pensioenrechten geen contact met elkaar op te nemen. De pensioenfondsen zullen de praktische uitvoering ter hand nemen. Maar Van Hoorn heeft haar eerste nachtmerrie al gehad. “Ik heb vannacht echt slecht geslapen, omdat ik droom van allemaal advocaten die zich er mee gingen bemoeien. En dat ik weer maandelijks zo'n overschrijving van hem krijg. Dat zou ik heel vervelend vinden. Ik zal blij zijn als een onpartijdige derde mij dat geld gewoon overmaakt.”

De Stichting Recht op Recht vóór '81 is druk bezig met de informatieverstrekking over de gevolgen van de nieuwe wet. Voorzitter van de Stichting mevrouw Ch. de Saint Aulaire (65) valt overigens zelf buiten de boot: “We waren zestien jaar getrouwd toen ik er een punt achter zette. Als ik geweten had dat er zo een regel zou zijn, had ik het nog wel een jaartje volgehouden”. Saint Aulaire vindt het onderscheid in de wet tussen vòòr en na 1981 “onlogisch”. “Er is geen verschil tussen vrouwen die 'toen al' of 'net nu' gescheiden zijn. We hebben precies hetzelfde huiswerk gedaan: onbetaalde arbeid. Daarom zullen we verder strijden. Als terriërs zullen we onze tanden erin zetten.”

Ook in de Dreigroschenroman (1933), ditmaal niet geschreven door Elisabeth Hauptmann maar door de minder getalenteerde Grete Steffin, lijkt Macheath als twee druppels water op Bertolt Brecht. In dit boek, dat geen aanspraak kan maken op plagiaat aangezien het louter uit clichés bestaat, wordt de doortraptheid van Macheath nader uitgewerkt. Zijn georganiseerde bende is hier uitgegroeid tot een heus syndicaat, de zogeheten B-Läden. Waar die B voor staat, weet niemand. Is het een afkorting van billig of, naar kwade tongen beweren, van Betrug? Of... van Brecht? Maar, moet Steffin hebben gedacht, Brecht of bedrog, wat maakt het uit welke naam je het geeft. Een andere inside joke die de hier debuterende Steffin uithaalt, is dat Macheath steeds onder andere identiteiten opereert, zodat niemand precies weet wie hij zelf is.