Lubbers: misverstand over wens euthanasie

DEN HAAG, 28 APRIL. Minister-president Lubbers heeft nooit gezegd dat hij “graag zou willen” dat een arts een einde aan zijn leven zou maken als hij in coma mocht raken. Ook de veronderstelling dat hij die wens schriftelijk had laten vastleggen, berust op misverstanden, aldus de premier.

Lubbers zei dit gisteren in een reactie op een open brief van fractieleider Schutte van het GPV. Schutte had Lubbers om uitleg gevraagd na uitlatingen van de premier over euthanasie in een vraaggesprek met het televisieprogramma Nova twee weken geleden. Schutte meende een verandering van Lubbers' persoonlijke opvatting over de kwestie te hebben geconstateerd.

Lubbers zei in het najaar van 1988 in een interview met het Australische televisiestation Channel 9 dat hij beëindiging van zijn leven “zou accepteren” bij een “echt zinloos rekken van leven - met geen uitzicht meer - en in coma verkerende”. Volgens Lubbers is het woord “accepteren” in de loop van de tijd door anderen veranderd in “graag willen”.

De premier zegt ook toen al, conform het regeringsstandpunt, nadrukkelijk te hebben gesteld dat de betrokken arts zich ervan zou moeten vergewissen dat aan de zorgvuldigheidseisen was voldaan. Die houden onder meer in dat er een schriftelijke verklaring van de patiënt is waarin het verzoek tot levensbeëindiging staat. De veronderstelling dat Lubbers zo'n persoonlijke verklaring over euthanasie op zak had, is niet juist. Hij had indertijd, en onlangs ook in het programma Nova, alleen gedoeld op zijn donorcodicil, een verklaring waarin de drager ermee instemt dat zijn organen na het overlijden kunnen worden getransplanteerd.