Kritiek voor Kok van een voorganger

Tot het voorjaar van 1993 dachten ze bij De Nederlandsche Bank dat in Den Haag eindelijk een solide minister van financiën zetelde. Sindsdien is Koks partijgenoot en verre voorganger W. Duisenberg daarop teruggekomen. Hij ergert zich aan de wijze waarop Kok schuift met geld en het financieringstekort manipuleert.

Tijdens zijn persconferentie over het vandaag verschenen jaarverslag van De Nederlandsche Bank was Duisenberg uitermate behoedzaam. Hij wilde zijn partijgenoot Kok niet onnodig in de wielen rijden en gaf daarom geen interviews aan kranten en tijdschriften. De feiten spreken echter voor zichzelf. Hoewel Duisenberg Kok niet met name noemde, is zijn kritiek niet voor tweeërlei uitleg vatbaar.

Duisenberg veroordeelde niet alleen de door het kabinet doorgevoerde lastenverhogingen (7 miljard gulden) en de incidentele dekkingen van het overheidstekort (12,5 miljard), maar wees er desgevraagd ook fijntjes op dat “verdergaande ingrepen in het stelsel van sociale zekerheid in de komende kabinetsperiode onontkoombaar zullen zijn”. Een klap in het gezicht van zijn partijgenoten die nog steeds menen dat het aantal inactieven ook zonder pijnlijke ingrepen kan worden teruggedrongen. Het was de tweede mokerslag in een paar maanden tijd. Eerder kwam het Centraal Planbureau met soortgelijke verwijten over incidentele dekkingen, doelstellingen die niet werden gehaald en niet werkende WAO-ingrepen. Lubbers en Kok wuifden die verwijten weg en zullen dat nu nog een keer moeten doen. Het is tenslotte verkiezingstijd en dan tellen niet de meningen maar de beelden. (FvE)

    • Koen Greven
    • Kees van der Malen
    • Frank van Empel
    • Derk-Jan Eppink