Je eigen sportterrein kopen

Het sportterrein van het Heerlense Bernadinus College, waar de jeugdige Jo Ritzen zich ooit nog tijdens de gymlessen in het speerwerpen bekwaamde, dreigt nu door deze zelfde oud-leerling te worden onteigend. Een paar maanden geleden kreeg rector J. Bovens van minister Ritzen het genereuze aanbod om het bij de school gelegen sportterrein van 7500 m te kopen voor het bedrag van anderhalf miljoen gulden.

Daar keek de Heerlense schoolleiding raar van op, want ze wist niet beter of het terrein was juridisch eigendom van de school. In 1957 werd het immers met 80.000 gulden overheidssubsidie gekocht van de paters Jezuïeten op de voorwaarden dat het een sportbestemming zou krijgen en goed onderhouden werd. “De velden liggen er picobello bij”, verklaart de rector, “van de vier klassen die gymnastiek hebben gaan er altijd drie naar buiten.”

Het Heerlense Bernardinus College is een van de twee- tot driehonderd scholen die een taxateur van het ministerie op bezoek kregen om de waarde van de sportvelden vast te stellen. Want minister Ritzen heeft niet alleen leren speerwerpen op het Bernardinus, maar ook handig leren rekenen. Hij wilde zijn onderwijsbegroting met 70 miljoen spekken door via een noodwetje scholen te dwingen hun eigen sportterrein te kopen. Niet tegen de subsidiewaarde die het ministerie zelf altijd had gehanteerd, maar tegen marktwaarde.

In de Heerlense situatie pakte dat nogal prijzig uit, omdat deze school de pech heeft in het stadscentrum te staan. Het lapje grond dat vrijwel geheel omsloten wordt door schoolgebouwen en dat volgens het bestemmingsplan niets anders mag zijn dan een sportveld, werd in één oogopslag getaxeerd op 200 gulden per vierkante meter. Als het Bernardinus het bedrag van anderhalf miljoen niet kan opbrengen, dan moeten de sportvelden 'om niet' worden aangeboden aan het ministerie van onderwijs dat vervolgens op zoek gaat naar de hoogstbiedende koper. “Je moet er toch niet aan denken dat hier flats midden tussen de schoolgebouwen komen te staan”, gruwt rector Bovens. “Als stadsschool is het toch al moeilijk concurreren met de nieuwbouwscholen in de ruimbemeten groene buitenwijken.”

Ook het Aloysius College in Den Haag kreeg een nota door het ministerie gepresenteerd. Meer dan drie miljoen gulden moet deze school betalen voor sportvelden die tezamen 10.000 m beslaan en die in 1920 met een overheidssubsidie zijn verworven. “Als we dat moeten betalen kunnen we de school wel sluiten”, voorziet rector R. Smeets. “Alleen al de rentelasten zijn de helft van onze huidige exploitiekosten”, rekent voorzitter van het schoolbestuur F. Nieuwenhuis voor.

Ondertussen rennen zo'n zestig in geel en groen gestoken leerlingen over de zonovergoten velden, samen een vierkant terrein met veel groen dat omgeven wordt door een sloot en dat volgens de rector een “enorme meerwaarde” vertegenwoordigt die de aantrekkingskracht van zijn college verhoogt. De velden worden intensief gebruikt. Zomer en winter gaan beide gymleraren Jos van Zeeland en Marcel Mulders met de kinderen naar buiten, barre weersomstandigheden daargelaten. Volgens Van Zeeland noodzaak omdat niet alle klassen in de twee beschikbare sportzalen terecht kunnen. “Buiten kan zoveel meer dan binnen”, voegt Marcel Mulders hieraan toe. “Als je dertig kinderen in een zaal zet worden ze agressief, ze vreten elkaar op. Op het veld verspreiden ze zich, ze kunnen in kleine groepjes sporten beoefenen die nooit binnen gedaan kunnen worden.”

Een van de overwegingen waarmee het ministerie de verkoop van de schoolsportvelden rechtvaardigt is de veronderstelling dat de meeste kinderen buiten school op een sportclub zitten. Een kleine enquête onder de leerlsingen van het Aloysius College wijst echter uit dat slechts 30 tot 50% van de leerlingen buitensport beoefent.

Heeft de Tweede Kamer de sportveldenkwestie - die verstopt zat in een heel pakket van voorstellen - laten passeren, de Eerste Kamer werd door de schoolbesturen gealarmeerd. Inmiddels heeft ze tegen de maatregel verzet aangetekend. Complicerende factor is dat minister Ritzen de 40 miljoen gulden die hij met de eerste transacties hoopte binnen te halen in 1993 al heeft uitgegeven. Bovendien zou hij, vooruitlopend op het tijdelijke wetje, met sommige onderwijsinstellingen al 'deals' hebben gesloten: in ruil voor de aankoop van hun sportvelden zouden deze scholen van het ministerie toezeggingen hebben gekregen voor verbouwingen of andere voorzieningen.

Zowel rector J. Bovens van het Bernardinus College als bestuursvoorzitter F. Nieuwenhuis van het Aloysius College vinden de verkoop van de velden een onverteerbare zaak die bovendien een gevaarlijk precedent schept. Ook als de minister met de grondprijs niet hoger dan f.60,- per m gaat, zoals zijn laatste voorstel aan de Eerste Kamer luidde. “Het gaat om het principe”, meent F. Nieuwenhuis, “straks wil de overheid de tuinen van bejaardenhuizen, ooit met subsidie verworven, met winst terugeisen. Bejaarden kunnen best naar het park lopen, luidt dan het argument.” Rector Bovens wil de gedwongen verkoop van de sportvelden desnoods bij de Raad van State aanvechten. Maar stilletjes hoopt hij dat het wetje voor de verkiezingen strandt en door een nieuwe minister van onderwijs wordt vergeten. En dat is inderdaad wat er afgelopen dinsdag in de Eerste Kamer gebeurde. Minister Ritzen kreeg zoveel commentaar op zijn tussenvoorstel dat hij aankondigde voor nader beraad terug te gaan naar het kabinet. Insiders weten dan genoeg: de gedwongen verkoop van de sportvelden is van de baan en de minister zit met een lelijk gat in zijn begroting.