Japanse discountketen voert bittere strijd tegen de bureaucraten; Discount-koning Toshio Miyaji haat regels

TOKIO, 28 APRIL. Op zijn directiekamer, boven een van zijn kleine warenhuizen, is het een rommel, maar een gezellige rommel. Rondslingerende kranten, een grote oude koffer, pluche antieke stoelen. Buiten, aan een drukke winkelstraat in Tokio, staat zijn wijnrode Rolls Roys scheef geparkeerd. Toshio Miyaji is zakenman en haat regels. Met de stropdas on-Japans los, vertelt hij met een vrolijk gezicht over zijn vijand: de Japanse bureaucratie.

Een paar verdiepingen lager, bij de afdeling cosmetica, staat op een bord: 'Deze produkten zijn in strijd met de wet op farmaceutische produkten. We mogen ze niet verkopen. Klanten die ze willen kopen, worden verzocht contact op te nemen met het ministerie van gezondheid en welzijn. Telefoon naast de kassa'. Het wemelt er van de dames die de wet overtreden.

Lipstick van Chanel wordt grif verkocht voor nog niet de helft van de gewone detailhandelsprijs. “Ik ben nooit in het buitenland geweest. Mijn dochter wel, vorig jaar, in Amerika, en ze kwam thuis met dezelfde cosmetica die in Japan zo duur is”, zegt Ritsuko Nishimura. Ze is huisvrouw en koopt regelmatig bij Jonan Denki: “Omdat het hier spotgoedkoop is”.

In 1968 opende Toshio Miyaji in de wijk Jonan zijn eerste discountwinkel, in denki, elektrische apparatuur. Winkels die nu in Japan overal verschijnen en dwars tegen de recessie in goede zaken doen. Als een sprinkhaan in de zomer begon hij zaken te doen, door links en rechts voorraden op te kopen. Eerst van vrijwel failliete bedrijven die dringend geld nodig hadden. Later van gevestigde detaillisten die groot inslaan en die maar wat blij waren hun onverkochte spullen te kunnen slijten aan hem. Hij kreeg eindeloos telefoontjes met dreigementen. Zijn winkels werden geboycot door fabrikanten. Hij trok zich er niets van aan. Nu is hij groot genoeg om direct van de fabrikanten te kopen.

Dat Japan zo extreem duur is, komt volgens hem doordat de bureaucraten de hand hebben in alles. Zij houden het ingewikkelde distributienetwerk in stand, waar alle produkten eerst doorheen moeten en waar iedereen zijn commissie opstrijkt, voordat ze de consumenten bereiken. Hij wil dat veranderen. Want politici begrijpen niets van de economie. Daarom zijn er handelsfricties met de VS. Hij is nu 65. Miyaji: “Ik heb niet zo veel jaren meer voor me. De president van de Verenigde Staten doet er beter aan te praten met mij”.

Miyaji zegt regels te breken die slecht zijn, want elk produkt heeft een eerlijke prijs. Hij wijst op de vele eerbewijzen aan de wand in zijn kamer. Gekregen van de politie van Tokio. “Die steunt me, 53 onderscheidingen, dat bewijst dat ik geen misdadiger ben.”

Hij koopt alles contant in. Cash, dat is zijn wapen, zegt hij. Buitenlandse fabrikanten komen tegenwoordig direct naar hem toe. Hij niet naar hen. Natuurlijk heeft hij vijanden. Maar niet meer onder de fabrikanten. Zijn vijanden zijn vooral de bureaucraten die na hun pensioen zijn gaan werken voor de vele intermediairs tussen de industrie en de ministeries. Zij schermen de ministeries af, zij schermen de industrie af, zij beschermen de gevestigde belangen. Zij zorgen dat op de markt geen concurrentie ontstaat, want aan concurrentie, door hen 'excessieve concurrentie' genoemd, hebben bureaucraten een broertje dood. Miyaji: “Wat ik doe is in hun ogen onwettig. Maar als ik doe wat wettig is in hun ogen, wordt het duur”.

Op de begane grond, op de afdeling elektronica, worden grote kleurentelevisies van Sony verkocht voor 39.800 yen, dat is omgerekend 676 gulden ('Detaillistenprijs 95.000 yen', staat erbij), tv's met ingebouwde video gaan weg voor 175.000 yen ('detaillistenprijs 250.000 yen'), een koffiezetapparaat van Philips doet 8.740 yen ('detaillistenprijs 30.500 yen').

De fabrikanten, van wie Miyaji de meeste produkten rechtstreeks inkoopt, zijn volgens hem gelukkig met zijn warenhuizen. Vooral nu ze door de recessie grote voorraden hebben. Hij maakte vorig jaar ruim zeven miljard yen omzet. “Bedrijven die zwak zijn, jaah, die gehoorzamen de bureaucraten. De anderen doen alsof ze sterk zijn. Maar allemaal zijn ze bang voor de bureaucraten. Want die kennen hun geschiedenis, misschien ook de geschiedenis die het daglicht minder goed verdraagt en die tegen hen kan worden gebruikt. Zij willen hun goede naam niet verliezen. Ze trekken een vroom gezicht, maar ze verkopen wel aan mij”.

Hij laat een enquête zien: “De overgrote meerderheid, 82 procent, van de Japanse vrouwen zegt dat ze buitenlandse cosmetica wil kopen. Maar op de Japanse markt wordt wegens de bureaucratische regels maar zeven procent aan buitenlandse cosmeticamerken verkocht”. Behalve een label, waarop de ingrediënten staan vermeld, moeten daarnaast geïmporteerde cosmetica-produkten ook een nummer hebben. Dit nummer, dat staat voor een geautoriseerde agent, heeft Miyaji eraf laten halen. Zodoende kan niemand zien van wie hij zijn cosmetica goedkoop betrekt. Zou hij het nummer erop laten staan, dan is één dreigend telefoontje naar zijn leverancier voldoende om hem geen produkten meer te verkopen. Miyaji: “Eerder dan te hervormen, moeten we de moed hebben tegen de wet in te gaan. De meesten durven dat niet. Maar ik ga voor de consument graag de gevangenis in”.

Veel regels dateren nog uit de oorlog, zegt hij. Japan is een oorlogseconomie. Hij heeft het gevoel dan ook in oorlog te zijn. Hij leerde van de Amerikaans bezetter wat democratie is: opkomen voor je rechten. Iemand moet zich volgens hem opofferen. Hij is daartoe graag bereid. Tegen zijn personeel zegt hij: 'Gebruik als je leeft je hersens, want als je dood bent zijn ze waardeloos'.

Trots vermeldt hij dat hij nog niet zo lang geleden met Tsutomu Hata heeft gesproken, nu de nieuwe premier van Japan. En nog trotser: “Ichiro Ozawa prees mij kortgeleden voor de tv. Als eerste, als enige. Zij snappen het. Ozawa is niet bang voor de bureaucraten. Hij is de machtigste politicus. Hij heeft ideeën. Hij wil Japan hervormen. Want de extreme prijzen zullen niet omlaag gaan, tenzij dit bureaucratische systeem wordt opgedoekt”.