Hirsch Ballin antwoordt op verwijten van VVD en D66: 'Het gaat om bescherming van het leven'

DEN HAAG, 28 APRIL. Komt het ooit nog goed tussen prof.mr. E.M.H. Hirsch Ballin en de liberalen? Eerst wilden VVD en D66 dat hij aftrad vanwege de IRT-affaire, nu zien ze hem na de verkiezingen ongaarne terugkeren op Justitie. De liberalen voelen zich aangesproken door de waarschuwing van Hirsch Ballin, vorige week in Breda, dat er nooit tijden mogen komen waarin “ouders met een mongooltje als kind zich als het ware moeten excuseren dat ze 't kind niet hebben laten wegmaken”. “Als hij het zo gezegd heeft, trek ik hem de oren van zijn hoofd” riep D66-voorman H. van Mierlo vorige week geagiteerd uit.

“Dat was dus een aanval ad hominem in de meest letterlijke, fysieke zin van het woord”, reageert Hirsch Ballin. “Op mijn oren, ad aures hominis als het ware”. In ernst voegt hij er meteen aan toe: “Het voorval past in wat ik tot nu toe het meest teleurstellende aspect van de verkiezingscampagne vind: dat het debat over beginselen wordt verduisterd door discussies over personalia.”

Op medisch advies ijsbeert de minister enkele keren door zijn werkkamer. De rug moet recht blijven. Speculeren over zijn eigen politieke toekomst doet hij niet. Daarmee zou hij meedoen aan het door hem gelaakte personalisme in de politiek. Wel wil hij misverstanden over zijn opmerking uit de weg ruimen. “Ik bestrijd nadrukkelijk dat ik andere politici onzorgvuldig handelen bij kwesties van leven en dood in de schoenen wil schuiven. Het doet mij verdriet dat mijn opmerkingen, tegen mijn bedoeling in, die lading hebben gekregen. Waar het mij om gaat is de vraag met welk beleid we het kwetsbare leven het beste kunnen beschermen. Over dat beleid bestaan duidelijke verschillen van inzicht met de VVD en D66. Daarmee pretendeer ik niet dat er verschil is in zorg om de kwetsbare medemens.”

Hirsch Ballin voegt er echter aan toe ook gekwetst te zijn. “Ons is in de schoenen geschoven dat we bepaalde onderwerpen aan de orde stellen, omdat we bang zijn de macht te verliezen. Dat ervaar ik als kwetsend. Ik heb mijn opmerking in Breda gemaakt in een poging onszelf als politieke beweging te hervinden. Dat is in de media onvoldoende overgekomen. Het is zaak om aan te geven waar voor ons als partij punten van zorg liggen. Daarbij ben ik zelf al heel lang bezig met het onderwerp van de bescherming van het kwetsbare leven. Al in 1987 heb ik meegewerkt aan een rapport over allerlei technieken in de medische wetenschap: 'wensgeneeskunde', vertechnisering van de omgang met menselijk leven. Het gaat om een Faustiaans proces van techniek die met de mens op de loop gaat. Daarom wil onze politieke beweging medisch-technische ontwikkelingen in een kader plaatsen. Anders werken ze een klimaat in de hand waarin alles uit de kast wordt gehaald om gehandicapt leven te verhoeden. De aandacht die we nu gelukkig normaal vinden voor een gehandicapt kindje, kan dan veranderen in een sfeer waarin wordt gezegd: 'Je had toch de kans om pre-natale diagnostiek aan te vragen? Waarom heb je dat niet gedaan?' Hiervoor mag je toch in de campagne aandacht vragen, zonder dat je - en dat is gebeurd - in de schoenen krijgt geschoven dat je het zegt om mensen bang te maken voor een paarse coalitie?”

Lubbers zei dat een paarse coalitie de euthanasieregeling verder zou versoepelen. Brinkman verwees naar de financiële beurzen die onrustig zouden kunnen worden als er zo'n coalitie kwam. Zelf zei u dat het bijzonder onderwijs 'lijkbleek' van kleur zou verschieten bij zo'n paarse coalitie. Is het een wonder dat men spreekt van een bangmaak-offensief van het CDA?

“Bij dat onderwijs had ik inderdaad de paarse partijen met name genoemd. Maar dat kon ook omdat zich in de afgelopen kabinetsperiode een coalitie tussen die partijen aftekende die verder wilde gaan met de veralgemenisering van het onderwijs dan wij willen. Op het punt van de bescherming van het kwetsbare leven heb ik echter geen partijen genoemd. Ik ga er absoluut niet vanuit dat andere politieke stromingen op dat punt verkeerde gedachten hebben.”

Maar D66 en VVD verwijten u de openbare moraal te monopoliseren. Alsof oude mensen hun leven niet meer veilig zijn als het CDA uit de regering verdwijnt.

“Ik veronderstel niet dat de voorlieden van onze partij de enige zijn die zich daarover zorgen maken. Wij hebben daar geen monopolie op. Zo ben ik samen met Hans Simons (oud-staatssecretaris van WVC, red.) opgetrokken in de euthanasie-wetgeving. Beiden zagen we die niet als plat compromis waarvoor het vaak versleten is, maar als een echt gemeenschappelijk resultaat van werken.”

Maar delen VVD en D66 uw zorg over de voortschrijdende medische techniek?

“Ik ga daar nu niets over veronderstellen. In een verkiezingsstrijd moet je bezig zijn met de noden in de samenleving, niet met andere partijen. Ik doe via dit gesprek tevens een appel op andere partijen om het debat anders te voeren, het te hebben over onze principes.”

Bolkestein vindt het beledigend dat u een verband legt tussen de Verlichting enerzijds en criminaliteit en erosie van normen anderzijds. Neemt u de liberale moraal wel serieus?

“In de christelijk-sociale traditie gaat het om weefsel van samenleving als geheel. Er is meer tussen hemel en aarde dan de staat en de markt alleen. Daarom letten we ook op ontwikkelingen in de zieken- en bejaardenzorg: of mensen daar niet bloot worden gesteld aan de ontworteling en vervlakking van de individualisering, die trouwens niet alleen slechte kanten heeft. Daarbij ontzeg ik anderen het recht niet om de individualisering positief te waarderen. Maar wij mogen dat toch anders zien, zeg ik nu een beetje verontwaardigd?”

Maar dat was niet de vraag.

“Hoofdzorg voor mij ligt erin dat politiek zich teveel los maakt van een visie op hele netwerk van de samenleving. Daarom ook heb ik zorgen over vormen van liberalisme die ik nu bij de VVD vind. Je hebt in dat liberalisme een harde, utilitaristische traditie die uitgaat van het denken in termen van nut. Die traditie wordt steeds sterker. Je ziet het in het ministelsel van de VVD terug, waarbij het gaat om een gebrek aan zorg om degenen die bij werkloosheid van de ene op de andere dag keihard terugvallen in inkomen. En ander voorbeeld is het milieu waarbij de lijn van de partij ook het harde utilitarisme is geworden. Mensen als Nelie Kroes en Pieter Winsemius leveren nu intern het gevecht tegen deze bierkaai. Het utilitarische liberalisme domineert op dit moment bij de VVD.

Ook bij Bolkestein?

“Vijf, zes jaar geleden had ik bij hem de indruk dat hij dichter stond bij het gevoelige liberalisme, ook omdat hij filosofisch geinteresseerd is. Maar de afgelopen driekwart jaar vind ik daar bitter weinig van terug, bijvoorbeeld als ik pleit voor een publieke moraal. Hij denkt dan dat ik de samenleving een christelijk patroon wil opleggen. Quod non.”

    • Kees Versteegh