Het laatste oordeel

VLAK VOOR DE VERKIEZINGEN komt De Nederlandsche Bank met een pijnlijke mededeling. Het vertrekkende kabinet laat Nederland achter met een overheidsboekhouding die nog steeds niet op orde is en ook de komende vier jaar blijft het financieringstekort de Nederlandse politiek achtervolgen. Deze boodschap, vervat in het jaarverslag dat president Duisenberg vanmorgen heeft gepresenteerd, is niet nieuw. Al jaren maant De Nederlandsche Bank tot voortvarendheid bij de sanering van de overheidsfinanciën. Het bracht een prominent Haags politicus eens tot de badinerende opmerking dat Duisenberg zo voorspelbaar was als de wisseling van de seizoenen.

Voorspelbaar is het politieke onvermogen om krachtig het financieringstekort te verminderen. Zo'n twintig jaar is Nederland nu al bezig om de boel op orde te krijgen - en het is Den Haag nog steeds niet gelukt. De constante in al die jaren is Ruud Lubbers, als minister en later fractievoorzitter van het CDA, als premier sinds 1982. Lubbers, die voor elk probleem een oplossing zoekt door voortdurend aan de knoppen van de economische sturing te draaien en door soms zelfs - tevergeefs - te proberen het rentebeleid van De Nederlandsche Bank te beïnvloeden, laat Nederland achter met een staatsschuld van 390 miljard gulden en een jaarlijkse rentelast van 28 miljard gulden.

De ergernis hierover valt in het jaarverslag van De Nederlandsche Bank te proeven. Duisenberg wijst op de recente vertroebeling van de begrotingscijfers door creatief boekhouden. Hij komt uit op een bedrag van maar liefst 23 miljard gulden dat de komende kabinetsperiode moet worden omgebogen om het financieringstekort in 1998 op een duurzaam laag niveau te brengen en om de lastenverzwaringen van het kabinet Lubbers/Kok ongedaan te maken.

DE GROOTSTE fout die het kabinet in zijn nadagen naar het oordeel van De Nederlandsche Bank maakt - en Lubbers' hand is daarin nadrukkelijk aanwezig - is de verfloddering van het besef dat het financieringstekort verder omlaag moet. Tot en met 1996 mag het tekort wat dit kabinet betreft op het (hoger dan in het regeerakkoord afgesproken) niveau van 1994 blijven steken. De dalende lijn die Kok drie jaar heeft volgehouden, is weg. Geschrokken door de problemen met de werkloosheid zijn alle lessen uit de afgelopen jaren overboord gezet. De incidentele dekkingen, waarvan Kok de begroting geleidelijk had gezuiverd, zijn in volle omvang terug. Het verfoeilijke instrument van 'rijksbijdragen' uit de jaren zeventig (dat wil zeggen: subsidies voor de sociale zekerheid betaald met belastinggeld) is van stal gehaald. Tegen het advies van de ambtelijke top van Financiën is bijna achteloos een lastenverlichting van vijf miljard gulden voor 1994/95 doorgedrukt.

DEZE VERONACHTZAMING van financiële deugdelijkheid komt op een buitengewoon ongelukkig moment. Andere industrielanden, zoals het jaarverslag van De Nederlandsche Bank terloops opmerkt, zijn begonnen om met parlementaire instemming sneller - en vanaf een hoger niveau - hun tekorten te verminderen. Bij voortzetting van het uitgezette beleid zal Nederland tot in lengte der dagen niet voldoen aan het criterium van het Verdrag van Maastricht dat de staatsschuld maximaal zestig procent van de nationale economie mag zijn.

En dat terwijl een oplossing waarmee het gezeur over ombuigingen eindelijk tot het verleden kan behoren binnen bereik ligt. Als het volgende kabinet direct na zijn aantreden een stevige bezuinigingsronde doorzet, en als de economische groei een beetje hoger uitvalt dan de zuinige ramingen waarmee nu wordt gewerkt, dan zal het financieringstekort moeiteloos onder de twee procent van de nationale economie duiken. Daar moet het zo snel mogelijk terechtkomen. Dan is er ruimte voor lastenverlichting, voor investeringen, voor loslating van de kaasschaafmethode als hoogste vorm van begrotingsbeleid. Het is eigenlijk heel eenvoudig, maar geen van de partijen heeft het in haar verkiezingsprogramma staan. Vreemd dat het nog nooit is uitgevoerd, alle uiteenzettingen in de jaarverslagen van De Nederlandsche Bank ten spijt.