Het einde van de verzuiling is voorlopig nog niet in zicht

Veel kiezers 'zweven' en veel waarnemers verwachten volgende week een politieke aardverschuiving. Maar onder intensieve begeleiding van de campagnestrategen en de verkiezingsadviseurs zullen heel wat kiezers op 3 mei toch weer landen op vertrouwd gebied, voorspelt Kees Versteegh.

In Liberaal Reveil, het blad van het wetenschappelijk bureau van de VVD, verscheen vorig jaar een interessante beschouwing over de achterban van de partij (1993, nummer 3). Op basis van analyses van inkomensgroepen en kerkelijke gezindheid concludeerde de auteur dat de VVD “in electoraal opzicht nog steeds een verzuilde partij is gebleven”.

De groei van de partij door de jaren heen is niet te danken aan een doorbraak bij andere inkomensgroepen. De geseculariseerde bovenlaag en middenklasse waar de VVD altijd het sterkst vertegenwoordigd was, vormt nog steeds de belangrijkste electorale steunpilaar van de partij. Die groep is door de ontzuiling wel flink gegroeid. “De paradoxale conclusie is dat de VVD weliswaar veel baat heeft gehad bij de ontzuiling, maar dat tegelijkertijd haar aanhang van alle grote partijen het meest een verzuild karakter heeft behouden”, concludeerde de Twentse onderzoeker M. Visser.

In Socialisme en Democratie, het blad van het wetenschappelijk instituut van de PvdA, verscheen begin dit jaar eveneens een opmerkelijke beschouwing, maar dan over de achterban van deze partij (1994, nummer 1). Deze blijkt nog steeds ver van die van de VVD af te liggen. De onderzoekers M. Leijenaar en K. Niemöller schreven dat de PvdA haar kiezers nog steeds rekruteert uit de lagere inkomensgroepen en delen van de middenklasse. Een kwart van de PvdA-kiezers heeft een inkomen van ƒ 20.000 per jaar, ruim de helft verdient minder dan ƒ 30.000. Eveneens vijftig procent heeft een lage opleiding genoten. Hoewel de cijfers dateerden uit 1991, zegt H. Anker, de onderzoeker die tegenwoordig voor de PvdA dit soort analyses verricht, dat in deze verhoudingen niets wezenlijks is veranderd.

De gepresenteerde cijfers van VVD en PvdA zijn opmerkelijk vanwege de continuïteit die ze laten zien. In de politieke commentaren komt deze 'voortgezette verzuiling' nauwelijks ter sprake. Die staan immers vol met beschrijvingen van de zogeheten zwevende kiezer die geheel onafhankelijk zijn keuze bepaalt, en niet gebonden is aan welke partij dan ook, maar hoogstens aan personen. Onder de kop 'De zachte revolutie van 1994' meldde Het Parool vorig week zaterdag bijvoorbeeld: “De nieuwe kiezer acht zich aan niemand meer verplicht”. En D66-leider Van Mierlo riep afgelopen maandag voor een gehoor van Utrechtse studenten uit: “De ontideologisering is compleet geworden. De zuilenstructuur is verdwenen.”

Het is vooral het absolute karakter van dergelijke observaties dat opvalt en dat niet door de cijfers wordt gedekt. Toegegeven, de kiezersbewegingen zijn veel extremer dan bij vorige verkiezingen. De hoeveelheid kiezers die 'het' nog niet weet, is groter dan bij vorige verkiezingen. Maar de gepresenteerde cijfers laten ook een andere kant van het kiezersgedrag zien.

Marx is nog niet dood: inkomenssituaties en opleidingskenmerken die op hun beurt vaak nog enigszins gerelateerd zijn aan de inkomenssituatie van de ouders, oefenen nog steeds een aanmerkelijke invloed uit op het stemgedrag. Veel kiezers 'zweven'. Maar onder intensieve begeleiding van de 'imagologen' (campagnestrategen/verkiezingsadviseurs) landt een flink aantal van hen op de dag van de verkiezingen toch weer op vertrouwd gebied.

Er zijn nog andere aanwijzingen dat de zwevende kiezer minder vrij zweeft dan de - veelal zelf ontzuilde - politieke commentatoren suggereren. Dat is de manier waarop de verliezers CDA en PvdA in de laatste fase van de verkiezingsstrijd stemmen trachten terug te winnen. Zij doen dat door traditionele sentimenten in de strijd te werpen - met enig succes, getuige de zetelwinst die beide partijen de laatste weken boeken.

De PvdA is al maanden bezig om de kiezer zo veel mogelijk het pijnlijke verleden van ingrepen in de WAO en andere uitkeringen te doen vergeten. Zij voert een traditionele campagne met een 'sociaal gezicht'. PvdA-leider W. Kok zet zich scherp af tegen het 'asociale' ministelsel van de VVD, en wordt door zijn media-adviseurs 'gecharismatiseerd' tot toekomstig minister-president die de sociale vrede in het land waarborgt. De nummer twee van de kandidatenlijst, staatssecretaris J. Wallage, neemt enige afstand van een maatregel die de oude, deels weggelopen achterban tegen het hoofd zou kunnen stoten: de aangekondigde versoepeling van het ontslagrecht. Van enig liberaal geluid in de PvdA-verkiezingscampagne is nauwelijks sprake, alle eerdere pleidooien van partijvoorzitter Rottenberg voor een onderzoek naar programmatische overeenkomsten met de liberalen ten spijt.

Ook het CDA voert een, voor een middenpartij, herkenbare campagne. Enerzijds waarschuwen christen-democratische politici als Lubbers voor een 'ruk naar links'. Anderzijds benadrukken ze ook weer het sociale gezicht zoals lijsttrekker Brinkman tijdens en na de AOW-crisis steeds meer ging doen. Tevens schuift de partij 'herkenbare' christelijke politici als Deetman en Hirsch Ballin naar voren om de confessionele kiezer die nu uitwijkt naar de kleine confessionele partijen, terug te winnen.

De strategie helpt beide partijen iets van het grote verlies goed te maken. De PvdA gaat in de opiniepeilingen op kop, het CDA volgt op de voet en blijft ondanks het enorme verlies in aanhang, de middenpartij die zowel onder (christelijke) lage inkomensgroepen, middengroepen, als topmanagers aanhang heeft. Hoewel CDA en PvdA volgens alle peilingen volgende week woendag enorm zullen verliezen, zal een deel van de traditionele achterban die bij de gemeenteraadsverkiezingen op lokale partijen of ouderen partijen heeft gestemd, waarschijnlijk terugvloeien naar CDA en PvdA. De wedstrijd tussen CDA en PvdA om de vraag wie de grootste partij wordt, speelt zich opnieuw af, al is het op een veel lager niveau dan bij de vorige verkiezingen.

Dat de ontzuiling niet zo compleet is als politici als Van Mierlo willen doen geloven, toont ten slotte een analyse van de kiezers die de traditionele partijen CDA en PvdA vaarwel zeggen. Toegegeven, verreweg de meeste van hen gaan naar de 'doorbraakpartij' D66 en protestpartijen als de Socialistische Partij, de Centrum-Democraten en het Ouderen Verbond, al moet nog worden afgewacht of die de voorspelde winst helemaal kunnen vasthouden. Het zijn echter ook de kleine christelijke partijen en GroenLinks die van het verval van het centrum profiteren.

Als er één stroming is die nog is georganiseerd langs verzuilde lijnen met een eigen omroep, krant en school, zijn het wel de orthodox-christelijke partijen SGP, RPF, GPV. GroenLinks verenigt kenmerken van de oude en nieuwe tijd in zich, zoals uit de samenstelling van het duo-lijsttrekkerschap blijkt. I. Brouwer komt voort uit een van de oudste partijen van Nederland, de CPN. M. Rabbae, uit Marokko afkomstig, werd pas vorig jaar lid van de politieke formatie waaraan hij nu leiding geeft.

VVD, PvdA, CDA, SGP, GPV, en RPF zullen op 3 mei ongeveer 100 van de 150 zetels halen. Dat zijn er veel minder dan in 1989. Het zijn er echter teveel voor de conclusie dat op die datum een nieuwe tijd begint.

    • Kees Versteegh
    • Kees Versteegh is redacteur van NRC HANDELSBLAD