Dwars, één been in de kraakbeweging, één in de politiek: Beatrix mag solliciteren

De Nederlandse parlementariër wordt door jonge mensen weinig status toegedicht. Liever wordt men account-manager of advocaat. Politieke jongerenorganisaties proberen interesse te wekken voor de politiek. In de aanloop naar 3 mei een serie over vijf van deze organisaties. In dit laatste deel: Dwars, de GroenLinkse jongerenorganisatie.

“Laatst zei iemand: als ze dit pand opblazen, blazen ze in één keer heel jong progressief Nederland op.” 'Het Gespuis', een pand aan de Amsterdamse Spuistraat. In de laatste zonnestralen van een lenteavond hangen vier jongens en meisjes uit het raam op de eerste verdieping. Judith Sargentini heeft een flesje bier in de hand en onder het rode petje op haar hoofd springen blonde krullen. “Flink tegen de deur duwen, de trap op en naar rechts.”

In clubhuis 'Het Gespuis' wonen de Groenlinkse jongerenorganisatie Dwars, het Algemeen Nederlands Jeugdverbond (ANJV) en Jeugd van de Migratie samen. Een jongen staat in de keuken achter het fornuis en roert in een grote pan.

“Deze keer wèl vlees?”

“Ja. Maar Claudia is vegetarisch vandaag.”

In de gemeenschappelijke zaal hangen posters van de kraakbeweging, ANC en Marxisme 94. In een oud bankstel hebben GroenLinkser Peter Lankhorst en een medewerker van het Anti Discriminatie Buro zich genesteld. Want vanavond is er een discussieavond over de opkomst van extreem-rechts. Of: hoe moet je Janmaat de mond snoeren.

Na dertien jaar in de Tweede Kamer heeft Lankhorst de verschuiving gezien van negeren naar serieus nemen. Lankhorst: “Als je de keuze hebt tussen 'laat Janmaat maar een eind weg lullen' en 'onderuithalen met harde feiten', dan kies ik voor het laatste. Zolang je maar niet emotioneel wordt.” Volgens een meisje in de zaal wordt er op televisie een negatief beeld gegeven van allochtonen. “Al die problematische reportages en documentaires over allochtonen. Dat bevestigt voor potentiële CD-stemmers alleen maar dat er met Turken en Marokkanen altijd iets aan de hand is.”

“Over één ding zijn we het natuurlijk allemaal eens. Iedereen van Dwars is tegen racisme. Maar verder is er erg veel meningsverschil. Dwars staat met één been in de kraakbeweging en één been in de parlementaire politiek.” Judith Sargentini (20) is tweedejaars student geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Op de middelbare school was ze korte tijd lid van de PSP-jongeren. Toen WVC geen trek meer had in subsidieverlening aan twee progressieve jongerenorganisaties (PSP en PPR), werd er in 1991 gefuseerd in Dwars. Tot oktober vorig jaar zat Judith in het landelijk bestuur van de kleinste politieke jongerenorganisatie (350 leden). “De fusie kwam niet echt soepeltjes tot stand. De PSP-jongeren waren chaotisch en radicaal, die van PPR wroeten in beleidsstukken. Probeer dat maar eens bij elkaar te houden.”

Dwars wil dan ook niet met een ideologie naar buiten treden, heeft geen voorzitter, geen politieke moties of persberichten. Officieel heet het dat Dwars 'kritisch-sympathiek' tegenover GroenLinks staat. Judith: “GroenLinks is niet altijd even blij met ons. Veel van onze leden willen helemaal niets te maken hebben met GroenLinks of welke parlementariër dan ook. De anarchisten en krakers binnen Dwars zijn faliekant tegen verkiezingen, ze gaan niet stemmen. Ik vind dat belachelijk, daarmee verspeel je het recht om gekozen politici op de vingers te tikken als ze iets fout doen.”

Judith kan zich wel vinden in het republikeinse standpunt van GroenLinks. “Het Koningshuis moet je afschaffen. We hebben niets tegen Beatrix, zij mag wat ons betreft solliciteren als premier. Natuurlijk mag iedereen dat, maar het gaat om de manier waarop je zoiets brengt, ik bedoel: ze hoeft niet meteen onder de guillotine.”

Naast haar Dwars-activiteiten is Judith tevens bestuurslid van GroenLinks Amsterdam. Ze houdt spreekbeurten op scholen en neemt deel aan forumdiscussies. “Naar die scholen moet je geen partij-bobo's sturen. Het spreekt jonge mensen veel meer aan als ik daar als twintigjarige het verhaal houd. Ik spreek nog een beetje te snel in het openbaar, maar ik heb nu een serieuze GroenLinks-kadertraining gevolgd.”

“Hallo, ik ben Wessel, en ik heb een vraag over milieu.”

De aula van het Montessori-lyceum aan de Amsterdamse Pieter de Hoochstraat zit stampvol. Op het podium zitten politici van de grote partijen. Uiterst links draait Judith ongedurig op haar stoel. Ze neemt de vraag voor haar rekening. “Wij zijn tegen uitbreiding van Schiphol. Vliegverkeer binnen een straal van duizend kilometer rond Schiphol moet je afschaffen. Dan kun je net zo goed met de Hoge Snelheids Trein.”

Een andere scholier vindt dat er tot nu toe helemaal niets is verbeterd aan het milieu. Namens het CDA neemt Helmer Koetje het woord. “Nou, nou, niet zo sombertjes, er is heel veel gedaan, in de sfeer van verpakkingen en biobakken.”

Judith wordt ongeduldig en kapt de oudere politicus af. “Je moet drastische maatregelen durven nemen. Bijvoorbeeld in de landbouw, daar moet worden omgeschakeld naar ecologische produktie. Daar gaat tijd overheen, maar je moet het wel doen.” Als ze één ding heeft geleerd tijdens de kadertraining, dan is het wel het bespelen van een zaal. De Montessori-leerlingen klappen om alles wat ze zegt. CDA-er Koetje ergert zich er zichtbaar aan.

“Gaat het CDA het minimumloon nou afschaffen”, wil een jongen weten.

“Nee”, antwoordt Koetje kortaf. Er ontstaat wat verwarring in de aula. De meesten nemen met het antwoord geen genoegen.

Koren op Judiths molen. “Waarom ben je niet eerlijk en zeg je gewoon dat het CDA het minimumloon wil verlagen.”

Koetje: “Ik gaf antwoord op de vraag.”

Tijdens de rondvraag over wel of niet een Betuwelijn mogen de politici alleen met ja of nee antwoorden. Vooral de D66-er heeft er moeite mee. “Meneer de voorzitter, mijn fractie, ons programma, maar ook ik zelf . . .” Achterin de zaal schreeuwen twee meisjes: “Jezus man, zeg nou gewoon of je voor of tegen bent.”

Na het forum wordt Judith omringd door nieuwsgierige scholieren. Uit haar koffertje haalt ze een stapeltje folders over Dwars en GroenLinks tevoorschijn. Koetje wenst haar op de valreep succes met de strijd.

Judith: “Sommige politici zouden een cursus moeten volgen: 'Hoe vertel ik, effectief en toegankelijk, wat ik eigenlijk bedoel.' Ik kan daar zo woedend over worden. Natuurlijk geeft Koetje met zijn 'nee' antwoord op de vraag. Maar dat is een smerige manier van discussiëren. Dan heb ik echt de kolere in.”