Duisenberg in greep van de internationale kapitaalmarkt

AMSTERDAM, 28 APRIL. Bij het voeren van het monetaire beleid moet de Nederlandsche Bank steeds meer rekening houden met de ontwikkelingen op de internationale kapitaalmarkt. Vier thema's van het afgelopen jaar, die gisteren bij de presentatie van het jaarverslag werden aangesneden, maken dit duidelijk.

Het alarm dat bankpresident W. Duisenberg gisteren sloeg over de ontwikkeling van de overheidsuitgaven in het lopende jaar springt daarbij het eerst in het oog. Om de kracht van de gulden te verdedigen - een van de belangrijkste opdrachten van de Bank - is een uitgekiend geldmarktbeleid niet genoeg. De Nederlandse munt zal moeten worden geschraagd door wat vorig jaar op de financiële markten de fundamentals is gaan heten: de gezondheid van de monetaire huishouding, waarvan de eisen tot in detail zijn vastgelegd in het verdrag van Maastricht als toegangsbiljet voor de Economische en Monetaire Unie van de EU. Wanneer die fundamenten, inflatie en rente in lijn met overig Europa, een begrotingstekort van maximaal 3 procent van het bruto binnenlands produkt (bbp) en een staatsschuld die niet hoger is dan 60 procent van het bbp, niet op orde zijn dan is de positie van de gulden moeilijker te verdedigen.

Op de vraag of de gulden daarom last kan krijgen van de veronderstelde lossere begrotingsmoraal van de overheid wilde Duisenberg niet ingaan. Uitlatingen van de centrale bank in die richting zouden hun uitwerking op de valutamarkt niet missen. De Nederlandse gulden is als enige Europese munt in gekoppeld aan de Duitse mark, binnen een maximale fluctuatiemarge van 2,25 procent, en dat houdt het Frederiksplein liever zo.

Daarmee raakte Duisenberg impliciet aan de tweede 'marktkwestie' waar de Bank vorig jaar mee te maken kreeg. Het wisselkoerssysteem van het Europese Monetaire Stelsel, waarin de meeste EU-munten aan elkaar waren gekoppeld met een maximale onderlinge fluctuatiemarge van 2,25 procent, bezweek onder grootscheepse verkoopgolven op de valutamarkt. De oorzaak van de crisis lag volgens de Nederlandsche Bank in een gebrek aan monetaire eensgezindheid onder de deelnemers aan het systeem.

In de lente van vorig jaar, toen de onrust op de valutamarkten leek te zijn bezworen, gebruikte met name Frankrijk de vrijheid om met renteverlagingen de economie te stimuleren. Toen de druk op de valutamarkten vervolgens weer sterk toenam, aarzelden de Fransen om de rente weer te verhogen ter verdediging van de franc, een daad die de regelementen onder dergelijke omstandigheden voorschrijven. De spelers op de valutamarkt zagen de eerste scheurtjes in de monetaire eensgezindheid ontstaan, en pleegden de beslissende aanval op het wisselkoerssysteem. DNB stelt zich daarmee in feite op het standpunt dat Fransen de valutacrisis van augustus vorig jaar voor een deel aan zichzelf te wijten hebben.

Sinds de crisis zijn de fluctuatiemarges opgerekt tot een vrijblijvende 15 procent - de enige manier om het EMS te redden. “Het rentebeleid zal nu echt in dienst moeten worden gesteld van het handhaven van wisselkoersstabiliteit”, zei Duisenberg gisteren op vragen over de toekomst van het wisselkoerssysteem. Het herstel van de 'oude' fluctuatiemarge van 2,25 procent zal voor veel Europese munten niet haalbaar zijn. Duisenberg noemde gisteren een bandbreedte, “ergens tussen 2,25 en 15 procent” als een van de voorstellen die op dit moment in Europese monetaire kringen worden besproken.

Ook de vorig jaar sterk gedaalde, en in het jongste kwartaal weer even scherp gestegen, 'lange' kapitaalmarktrente tekent de onstuimigheid van de financiële markten. In de eerste drie maanden van dit jaar is de kapitaalmarktrente, waar het beleid van de Nederlandsche Bank geen directe invloed op heeft, scherp gestegen van 5,5 procent tot 6,7 procent. “Misschien was het wel een correctie van de scherpe dalingen aan het einde van vorig jaar.” Op vragen of deze rente, die onder meer van invloed is op de hypotheekrente, verder daalt ging Duisenberg niet in. “Maar ik heb niet het idee dat de kapitaalmarktrente nu uitzonderlijk hoog is”.De bankpresident zei gisteren in de eerstkomende maanden een “voorzichtige en geleidelijke” verlaging van de officiële Duitse en ook Nederlandse geldmarktrente te verwachten. Hij liet doorschemeren dat dit jaar de bodem van de geldmarkttarieven wellicht zal worden bereikt.

Zowel de valutacrises als de scherpe schommelingen op de kapitaalmarkt worden deels geweten aan de toegenomen kracht van de spelers op de financiële markten. Die maken steeds meer gebruik van zogenoemde 'derivaten' - afgeleide financiële instumenten als opties, termijncontracten en ruilcontracten, waarmee prijsrisico's op de financiële markten kunnen worden vermeden of juist doelbewust aangegaan. Met weinig kapitaal kunnen grote posities op de markt worden ingenomen.

De toezichthouders op de financiële sector maken zich zorgen over de razendsnelle ontwikkeling op de derivatenmarkt. Volgens bankpresident Duisenberg is de situatie in Nederland “betrekkelijk onder controle”. Hij verwees naar een lopend voorstel van het zogenoemde Bazel-comité van de groep van tien rijkste industrielanden. Daarin wordt voorgesteld om banken meer eigen vermogen opzij te laten zetten voor hun derivatentransacties, zodat missers makkelijker kunnen worden opgevangen. Ook overlegt DNB met de banken in Nederland over een uniform rapportage- en risicobeheersingssysteem.

    • Michel Kerres
    • Maarten Schinkel