Docenten lijden onder stortvloed van regelgeving

DEN HAAG, 28 APRIL. De Commissie Albeda, die bemiddelt in arbeidsconflicten tussen bonden en de overheid, meent dat de personeelsregelingen in het onderwijs elkaar in een te snel tempo opvolgen. De commissie meent dat dit “niet de indruk wekt dat een consistent personeelsbeleid wordt gevoerd”.

Zij beveelt het ministerie van onderwijs aan meer consistentie te betrachten ten aanzien van de rechtspositie van het onderwijzend personeel. De Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst, onder voorzitterschap van oud-minister W. Albeda (sociale zaken), komt tot dit oordeel in een arbitrage tussen het ministerie en de ambtenarencentrales in een conflict over de mogelijkheden oudere leraren te ontslaan bij fusies tussen scholen.

Volgens de commissie bevordert de omvang van de regelgeving “onrust” in het onderwijs en wordt “de individuele ambtenaar telkenmale geconfronteerd met nieuwe regelingen die ook nog eens tussentijds gewijzigd worden”. “Het is dan voor een individueel ambtenaar haast niet mogelijk een helder perspectief op de loopbaan op te stellen”, waardoor, zo meent de commissie, het personeelsklimaat “verslechtert”.

De kritiek van de commissie komt kort na klachten van de vereniging van gemeentelijke onderwijsambtenaren (LVBO) en van de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS) over de “enorme stortvloed van regelgeving” die sinds begin dit jaar de scholen heeft getroffen, vooral veroorzaakt door de nieuwe CAO die in augustus van kracht wordt. Het officiële beleid van het ministerie houdt juist versterking van de autonomie van de scholen in en flexibilisering van de arbeidsverhouding.

De commissie deed gisteren uitspraak in een meningsverschil tussen de bonden en Onderwijs over de mogelijkheid voor leerkrachten van 55 jaar en ouder om bij scholenfusies onder bepaalde omstandigheden ontslag te nemen met recht op een werkloosheidsuitkering. Ritzen wilde die regeling afschaffen, maar de bonden wilden de regeling onder beperktere voorwaarden laten voortbestaan. De commissie heeft besloten dat de huidige regeling in 1996 mag worden afgeschaft, maar tot dit tijd niet wordt veranderd. Over een eventuele nieuwe regeling moeten bonden en ministerie opnieuw onderhandelen.