Cebeco ziet winst door malaise dalen

ROTTERDAM, 28 APRIL. De vrije val die het winstcijfer van de aan- en verkoopcoöperatie voor land- en tuinbouw, Cebeco-Handelsraad de laatste jaren maakt, heeft alles te maken met de malaise in de toeleverende en afnemende sector. Maakte de coöperatie in 1991 nog een winst van 34,5 miljoen gulden bij een omzet van ruim vijf miljard gulden, in 1992 halveerde die en vorig jaar is het netto-resultaat geslonken tot 1,9 miljoen, terwijl de omzet 4,8 miljard bedroeg. De ledenvereniging, die het al niet breed meer heeft, hoeft dit jaar dus niet op een uitkering te rekenen.

Cebeco-Handelsraad had vorig jaar opnieuw te maken met een veelvoud van lastige omstandigheden. De activiteiten in het voormalig Oostblok kwamen toch moeilijker van de grond dan was voorzien, land- en tuinbouw in de gehele Europese Unie kregen te maken met een nog verder toenemende concurrentie van buiten, op de belangrijkste afzetmarkt - Europa - hield de recessie aan en de gulden bleef sterk, terwijl de Italiaanse, Spaanse en Britse valuta devalueerden. De lage rente kon die tegenvallers niet opvangen. Nog belangrijker is echter dat de Europese land- en tuinbouw voor een structurele overproduktie zorgt, waardoor de prijzen laag zijn.

Om de teruglopende omzet op de traditionele markten te compenseren had de coöperatie gehoopt zich in het voormalig Oostblok wat steviger te vestigen, maar dat vergt hogere investeringen dan was verwacht. Dat Cebeco genoodzaakt is markten te zoeken die wat verder van huis liggen maken de omzetcijfers wel duidelijk. In Nederland zakte die omzet vorig jaar met 21 procent. Voor de Europese Unie gold een stijging van slechts 5 procent. In Oost-Europa nam de omzet met 50 procent toe (een verviervoudiging ten opzichte van 1992), daarbuiten met 28 procent.

De 50.000 boeren, die leveren aan de 35 coöperaties die Cebeco overkoepelen en afnemen van de 100 werkmaatschappijen van het bedrijf hadden het vorig jaar zwaar, met uitzondering van de melkveehouderij en de bloemisterij-sector. De akkerbouw kreeg een klap van de MacSharry-regeling die vorig jaar van kracht werd. Land- en tuinbouw in het algemeen hadden te maken met lage opbrengsten als gevolg van de overvolle markt en internationale concurrentie. Vooral de tuinders van groenten onder glas hebben daar sterk van te lijden.

Bij die tegenvallers werden ze ook nog geconfronteerd met noodzakelijke investeringen om te voldoen aan de verscherpte milieu-eisen, die overigens op termijn wel eens voorsprong kunnen gaan geven ten opzichte van boeren in andere landen, zo meende voorzitter van de hoofddirectie, ir. H. de Boon.

Doordat Cebeco-Handelsraad zich heeft verankerd in vrijwel elke tak van de agrarische sector, is het logisch dat ook de coöperatie klappen krijgt. Boon lichtte dat toe aan de hand van dochter Cebeco Mechan Holding, een bedrijf in landbouwmachines. Landbouwers investeren nauwelijks nog in werktuigen. De markt kromp in Nederland met 40 procent, maar ook Europees gaat het slecht. De verkoop van het aantal tractoren in Europa bijvoorbeeld halveerde in vijf jaar van 200.000 tot 100.000 stuks. Buiten de mechanisatie ging het vooral slecht in de omzet van graszaden. De gigantische voorraden zijn inmiddels afgebouwd.

Cebeco heeft door de teruglopende winst over de laatste jaren besloten zich te concentreren op de echte kernactiviteiten. Cebeco OK Beheer, dat in olie-produkten deed en pompstations uitbaatte is inmiddels afgebouwd. Dat geldt ook voor Cebeco Sahin (tuinbouwmateriaal). Verder is een reeks andere bedrijven afgestoten: Cebeco Ingenieursbureau, Cozo, VEK Adviesgroep, Road Benelux, Manus Holland, Cebeco Peulvruchten, Polem, Trio, Ovifrance, een deel van CV Sloten, Aarts Conserven, Pelmolen Holland, Vetimex/Farvet, HVA, Intraden en het Rekencentrum en de Interne Accountantsdienst, twee onderdelen van de houdstermaatschappij. De pogingen 'om wat slanker te worden' lijken aardig te slagen. Cebeco hanteert daartoe een '80+plan' om te komen tot een kostenreductie van tenminste tachtig miljoen. Dertien procent rentabiliteit van het eigen vermogen is het streven. Het eerste kwartaal van 1994 heeft volgens de directie al een wat rooskleuriger beeld.

Boon typeert 1993 als het jaar van de kentering. Het motto was en is 'afbouwen, ombouwen en opbouwen'. Naar zijn idee is het afgelopen jaar bij land- en tuinbouw het besef doorgebroken dat de gestage volumegroei, waaruit Nederland altijd zijn winst heeft gehaald, nu - na decennia - definitief voorbij is. Het is niet langer de land- en tuinbouw die bepalen wat de consument dient af te nemen, het zijn de consumenten die de markt bepalen. “Dat vereist een mentale herprogrammering”, stelt Boon. “Volume-groei en kwantiteit zullen worden ingeruild voor duurzaamheid, gespecialiseerde produkten met een hoge toegevoegde waarde en marktgerichtheid. Dát heeft perspectief”.

    • Bram Pols