Britse diplomatieke dienst: arrogante mannenwereld

True Brits, BBC 2, 22.30-23.30u.

De man die de aandacht van iedereen in de kamer opeist, heeft het over de stoelen: rood leer met knopen en houten armleuningen. “Ze zijn vreselijk, echt vreselijk. Niet alleen lelijk, maar ook oncomfortabel.” De mensen om hem heen kijken angstig. Dan breekt er een grijns uit op zijn gezicht. “Gelukkig behoren ze tot de verantwoordelijkheid van de minister-president,” zegt hij. Opgelucht lacht iedereen met hem mee.

Het is één van de eerste beelden uit de zesdelige documentaire BBC-serie True Brits, die vanavond begint. Volgens de makers biedt de serie een kijkje in de geheime wereld van het Britse ministerie van buitenlandse zaken. Natuurlijk gaat het hier over diplomaten en heeft het ministerie ervoor gezorgd dat er niet al te veel geheimen worden weggeven, maar vooral tussen de regels door is veel te beleven: absurditeit, arrogantie, xenofobie.

In de eerste aflevering, The Minister's Story, staat Tristan Garel-Jones centraal, de man die het akkoord van Maastricht door een vijandige volksvertegenwoordiging loodste. Hij geniet zichbaar van de angst die hij bij zijn ondergeschikten opwekt en van zijn bijnaam, The Prince of Darkness, gebaseerd op het feit dat hij houdt van onenigheid, manipulatie en samenzweringen. Zijn assistent is òf vol ontzag voor zijn baas òf hij vreest voor zijn baan, want hij slijmt: “Hij brengt mij tot het uitvoeren van dingen die ik zelf nooit zou durven. Af en toe breng ik hem weer terug op aarde, maar het is eigenlijk een dubbelspel waarin hij de leiding heeft. Hij is één en al kwikzilverachtige energie.”

Het programma volgt Garel-Jones op een dag dat hij in Rome ontbijt en in Londen luncht, alvorens naar Parijs af te reizen voor een ontmoeting met zijn Franse collega. Daar, in de Britse ambassade, krijgt hij hoofdpijn en vraagt om een aspirine. De capsule die hij in zijn hand geduwd krijgt, herkent hij niet. Iemand suggereert dat het een zetpil zou kunnen zijn. Best mogelijk, zegt Garel-Jones. “One of the things with Europe, they're always putting things up their bums, aren't they.”

De soms adembenemende arrogantie van deze mannen die in rijke ruimten vol antiek hun duistere pad bewandelen, stroomt ook van het scherm tijdens een latere aflevering, The Ambassador's Story, waarin Salman Rushdie komt pleiten voor actie tegen de fatwa. David Gore-Booth, hoofd van de afdeling Midden-Oosten en maker van grappen over het feit dat auto's van assistenten nóóit die van een ambassadeur mogen inhalen, heeft de gotspe om te zeggen: “Ik kan u categorisch verzekeren dat de Britten daar, soms in hun eentje, tegen zijn opgestaan.” Deze man gaat binnenkort in Saoedi-Arabië werken. Zijn vrouw gaat natuurlijk mee en zegt dat ze heel blij is met de verhuizing omdat het voor hem zoveel betekent.

De vrouwelijke diplomaten komen er beter af. Er komen er twee in de serie voor: de één bedacht het sturen van Britse soldaten naar Bosnië, de andere is hoofd van het consulaat in Bangkok. Deze Jean Sharpe zegt echter, met een afdoende lach: “Ik zal nooit, waar dan ook, ambassadeur worden.” Uitleg hoeft ze niet te geven. True Brits maakt zeer duidelijk dat de diplomatieke dienst in Engeland een mannenwereld is. En hoewel het ministerie van buitenlandse zaken niet al te veel heeft willen prijsgeven, biedt de serie een fascinerende blik op een groep mensen die nog niet in de gaten hebben dat hun wereldrijk in werkelijkheid niet meer bestaat.

    • Sue Baker