Bankier Wijffels blijkt radicaler dan de socialist Kok

DEN HAAG, 28 APRIL. De PvdA-politicus kiest voor de geleidelijk weg. De CDA-bankier opteert voor een radicale keuze. “Misschien ben ik wel teveel een kind van de concensus-economie”, verontschuldigt W. Kok zich op een bijeenkomst in Utrecht over de economische positie van Nederland. “Nieuwe stelsels van economische ordening moet je goed onderbouwen. Je moet het niet overhoeds doen. Zoals Lubbers het vier en half jaar geleden zei: 'je moet het werkende weg doen'.”

Maar Lubbers partijgenoot H.H.F. Wijffels, voorzitter van de hoofddirectie van de Rabobank, vindt dat de landen van West-Europa niet zullen ontkomen aan een structurele verandering van de economie. De toenemende structurele werkloosheid en de uit de hand lopende overheidsfinanciën zijn “tekens aan de wand”. “Ik behoor tot de school die fundamentele aanpassingen wil”, zei Wijffels “maar ik besef dat het een minderheid is.”

De CDA'er wil dat het Nederlands bestel drastisch moet worden herzien. De bestaande instituties speelden een belangrijke rol bij het het creëren van welvaart en emancipatie. Maar een maatschappijhervorming is nodig voor het bereiken van volledige werkgelegenheid en een rechtvaardige inkomensverdeling. Een onderdeel van 'Wijffels revolutie' zou de invoering van een basisinkomen kunnen zijn. De Rabo-topman liet niet het achterste van zijn tong zien.

De visie van Wijffels is voor Kok een stap te ver. “Of het nu een oud of nieuwe model is, mensen moeten niet het gevoel hebben dat ze bij de neus worden genomen.” De minister van financiën prees de sociale stabiliteit die volgens hem de basis vormt van de Nederlandse monetaire stabiliteit. “De gulden is hard en de inflatie is laag. Niet alleen door het knappe werk van De Nederlandsche Bank, maar vooral ook door het vertrouwen van het buitenland in onze bedrijven en onze sociale instituties.”

Kok hekelde de pleitbezorgers van ingrijpende veranderingen. “De wijze waarop wij ons leven in ons land hebben ingericht gaat terug op oude tradities van overleg en zorg, van tolerantie en arbeidsethos, van handelsgeest en pacifisme. Wat wij in economisch opzicht hebben gepresenteerd is niet los te zien van deze sociale en culturele verworvenheid en erfenis die zich door de eeuwen heen, laagje na laagje, als een sediment heeft gevormd. Het is van groot belang om daar zorgvuldig mee om te gaan.”

De PvdA-politicus en de CDA-bankier waren het over een ding eens. Een maatschappij waarin tussen de vijftien en twintig procent van de mensen buiten het arbeidsproces staat, kan niet duurzaam zijn.