Ajax wil kampioenschap pas zondag vieren

KERKRADE, 28 APRIL. Is dat bescheidenheid? Het kampioenschap kan Ajax na de 2-1 overwinning gisteren op Roda JC niet meer ontgaan, omdat naaste achtervolger Feyenoord niet meer in staat geacht moet worden in drie wedstrijden een achterstand van zes punten en een nadelig doelsaldo van dertig doelpunten goed te maken. Maar niemand in Ajax-kringen, op een handvol supporters na, die in Kerkrade wenste feest te vieren.

Merkwaardig, maar waar. Enige vreugde zou in het voetbalbedrijf niet missstaan. Of dan toch zeker enige opluchting, dat het kampioenschap eindelijk weer naar Ajax gaat. Voor het eerst sinds 1990. De spelers leken er wel behoefte aan te hebben, na de zwaar bevochten zege op Kaalheide. Ze zochten de supporters in het stadion op om hen te bedanken en bleven lang op het veld voordat zij de kleedkamer opzochten. Maar er viel niets te vieren, er mocht gewoon niets gevierd worden.

De kampioensschaal was er wel, maar kon niet overhandigd worden omdat in theorie Feye noord nog kans heeft op de titel. Trainer Van Gaal bestelde in de perskamer een rum-cola, met een citroenschijfje. Zoals altijd. Kampioen? Pas als hij de kampioensschaal in handen heeft. Zondag in Amsterdam, in een waarschijnlijk uitverkocht Olympisch Stadion, na de wedstrijd tegen Heerenveen. Om dan naar het Leidseplein te gaan, om daar gehuldigd te worden. Omdat de politie geen feest op woensdagnacht wilde.

Op de tribune, in het supportersvak van de gasten, wilden ze wel. Kort voor de rust, kort nadat Davids op aangeven van Litmanen Ajax naar een 2-1 voorsprong had geschoten, braken ze door de hekken en bestormden ze de atletiekbaan. Laten we het voor deze keer op enthousiasme houden. Maar scheidsrechter Van der Ende zag gevaar en legde de wedstrijd stil totdat de ME de supporters weer van het veld had verdreven. Het oponthoud duurde twee minuten.

Er was alle reden tot feeststemming. Niet alleen door het kampioenschap dat Ajax veroverde. Roda en Ajax speelden een aantrekkelijke wedstrijd voor liefst 19.000 toeschouwers - zoveel waren er in negen jaar niet op Kaalheide geweest. Vooral in de eerste helft, toen geen sprake was van enig krachtsverschil. Toen ook liet het elftal van Roda zien dat het voetbalkwaliteiten bezit. Gevoegd bij een tomeloze, soms grove inzet, maakten de Limburgers het de Ajax-verdediging lastig.

Al na acht minuten scoorde Roda. De Nigeriaan Babangida snelde in het centrum van de Ajax-verdediging achter de bal aan, kreeg De Boer en Rijkaard naast zich, maar zag kans met een fraaie boogbal de in wanhoop uit zijn doel gelopen doelman Van der Sar te passeren. Ajax wankelde. Rijkaard en Blind werden voortdurend geconfronteerd met de snelheid van de Roda-aanvallers. Pas nadat Rijkaard zich nadrukkelijk als mandekker van de lange Hofstede ging manifesteren, werd Roda minder gevaarlijk.

Ajax speelde voor zijn doen verdedigend voetbal. Uit voorzorg tegen het gevaar dat de snelle Babangida en de behendige Huiberts zouden kunnen aanrichten. De gelijkmaker viel plotseling. Roda-verdediger Trost aarzelde met Finidi in zijn rug met terugspelen, omdat hij niet wist of hij de bal moest koppen of met de voet moest plaatsen. Finidi slaagde er bij de achterlijn in Trost de bal afhandig te maken om vervolgens met een bekeken voorzetje Litmanen in staat te stellen 1-1 aan te tekenen.

Roda raakte in de war. Doomernik moest een bal van de doellijn halen na een inzet van Ronald de Boer. In de veertigste minuut stond Ajacied Davids zomaar vrij op de rand van het strafschopgebied na een pass van Litmanen. Tegen zijn schot had doelman Waterreus geen verweer: 1-2.

Roda, dat nog kans maakt op kwalificatie voor het UEFA-Cuptoernooi, ging in de tweede helft opnieuw in de aanval. Weer met hard spel, maar ook met fraaie combinaties. Babangida kreeg echter steeds minder kans van Frank de Boer. En omdat Rij- kaard en Blind in het centrum van de Ajax-verdediging sterk speelden, werd allengs duidelijk dat Roda weinig kansen zou krijgen op de gelijkmaker. Een schot van Babangida, tien meter van Van der Sar, had een beter lot verdiend, maar de bal verdween over het doel.

In de slotfase meldde Roda-doelman Waterreus zich zelfs bij vrije trappen in het strafschopgebied van Ajax. De wanhoopspogingen hadden geen effect. Overmars kreeg daardoor zelfs de gelegenheid tot tweemaal toe op een verlaten Roda-doel te schieten. Eerst plaatste hij van veertig meter de bal naast het doel. In de laatste seconde schoof hij de bal vanaf de middenlijn wel over de doellijn. Maar juist voordat de bal doel trof, floot scheidsrechter Van der Ende af. Geen doelpunt.

De Ajacieden belaagden de scheidsrechter over zoveel vermeend onrecht. “Omdat hij even daarvoor nog had aangegeven dat er nog twee minuten te spelen waren”, verklaarde Rijkaard. “Wie van voetbal houdt keurt zo'n doelpunt goed.” Het voetbalplezier was gisteren aan zijn spel af te lezen. Zo fanatiek speelde hij. Zo sterk speelde hij ook de laatste wedstrijden.

Maar waarom zoveel ophef bij de Ajacieden over een overbodig doelpunt? Ajax had toch gewonnen. Waarom geen feestvreugde? Ajax was toch kampioen. Is dat nu bescheidenheid, verzadiging of gewoon een professionele instelling?

Eenzaam reed de spelersbus rond het middernachtelijk uur naar Amsterdam. Slechts één auto volgde. Uit de ramen wapperden sjaals. Een paar trouwe supporters dat wilde weten dat Ajax kampioen was geworden. Die wilden niet wachten op de kampioensschaal. De cijfers spreken voor zich.