Z-Afrika vist naar 'keurmerk' IMF

WASHINGTON - Het bezoek dat ANC-leider Mandela vorige week aan de beurs van Johannesburg bracht, was in hoge mate symbolisch. Het ANC heeft de anti-kapitalistische retoriek al lang achter zich gelaten. Mandela droeg op de beursvloer de boodschap uit dat het ook na de verkiezingen business as usual zal zijn. De vrijwel zeker aanstaande president van Zuid-Afrika is al langer bezig aan een campagne om het vertrouwen van de internationale financiële markten te winnen.

De eerste stap was een ontmoeting met topman Camdessus van het Internationale Monetaire Fonds, vorig jaar september in Washington. Mandela beseft dat Zuid-Afrika met de grenzeloze wereldmarkten van vandaag nauwelijks kans heeft overeind te blijven in de jungle van de internationele financiële wereld, wanneer het niet eerst het keurmerk van het IMF krijgt opgestempeld. In het hoofdkantoor van het fonds in Washington heeft Mandela in elk geval een hele goede indruk gemaakt. “We hebben er vertrouwen in dat de zaken zich goed zullen ontwikkelen”, zegt Edwin L. Borneman, die als onder-directeur van het Afrika-departement van het IMF verantwoordelijk is voor Zuid-Afrika.

Vorig jaar december kreeg het land voor het eerst in ruim tien jaar weer een lening (849 miljoen dollar) van het IMF uit een speciale kredietfaciliteit die beschikbaar is voor het opvangen van een noodsituatie of een plotselinge daling van de export. Voor dergelijke leningen gelden nauwelijks voorwaarden. In dit geval ging het om extreme droogte, waardoor meer graan moest worden geïmporteerd, en een sterke daling van de wereldmarktprijzen voor goud en platina. In 1982 had Zuid-Afrika voor het laatst een zogenoemd 'standby' krediet van 364 miljoen dollar gekregen en nog eens 636 miljoen dollar uit de faciliteit, waaruit ook in december werd geput. De Verenigde Staten hadden, onder president Reagan, als grootste aandeelhouder van het IMF destijds geen bezwaar. Sinds het Amerikaanse Congres vorige herfst de sancties tegen Zuid-Afrika ophief is voor Washington de weg vrij het IMF uit te nodigen met geld over de brug te komen.

Maar voor een 'standby' moet de nieuwe Zuidafrikaanse regering wel eerst een geloofwaardig economisch aanpassingsprogramma opstellen. In december heette het dat het IMF door de regelmatige consultaties en stafbezoeken in een “constructieve dialoog” met Zuid-Afrika was gewikkeld. Bij het IMF heeft men uit vele gesprekken met alle groeperingen de indruk dat er in het land brede steun bestaat voor een “behoedzaam” fiscaal en monetair beleid. Een deel van het “goede nieuws” is ook dat niemand de onafhankelijke positie van de centrale bank ter discussie stelt.

Een IMF-functionaris die zelf aan de gesprekken deelneemt, noemt de toestand van de Zuidafrikaanse overheidsfinanciën “precair maar wel hanteerbaar”. Het tekort kan dit jaar van 8,5 naar 7 procent van het bnp dalen. “En er is politieke consensus dat het tekort volgend jaar naar 6 procent gaat”, aldus de functionaris. Dat is nog altijd niet genoeg om de nationale schuldquote naar beneden te krijgen. Het apartheidsverleden brengt Zuid-Afrika curieus genoeg een financieel voordeel. Alle dubbele overheidsstructuren (voor blank en zwart) kunnen worden afgeschaft, wat een aanzienlijke besparing kan opleveren. Daar staat tegenover dat in onderwijs en gezondheidszorg achterstand van zwarten moet worden ingehaald.

De inflatie is inmiddels van 20 tot minder dan 10 procent gedaald. Het betalingsbalansoverschot van 2 miljard dollar is voor Zuid-Afrika voldoende om zijn buitenlandse schuldverplichtingen na te komen.

Het “fundamentele probleem” voor Zuid-Afrika zit volgens IMF-deskundigen in de extreem hoge werkloosheid. Ongeveer de helft van de arbeidsgeschikte bevolking heeft geen baan. De IMF-deskundigen achten het werkloosheidsprobleem ernstiger dan in de omliggende Afrikaanse landen, omdat in het geürbaniseerde Zuid-Afrika de werkloosheid sterk in de steden is geconcentreerd. Het huidige investeringsniveau van 14 procent van het bnp is veel te laag om de werkloosheid te drukken. Het IMF gaat er vanuit dat een investeringsniveau van 20 tot 23 procent nodig is. De economische groei zou dan op 5 à 6 in plaats van de huidige 3 procent uitkomen.

Voor een groei-impuls moeten er in elk geval meer buitenlandse investeringen komen, want de binnenlandse besparingen zijn laag. Zuid-Afrika heeft de afgelopen jaren vooral geld kunnen aantrekken door de introductie van een gunstige wisselkoers waartegen buitenlandse investeerders de zogenoemde 'financiële' rand kunnen aankopen. Bezitters van obligaties, die onder meer worden uitgegeven door overheids- en semi-overheidsbedrijven, krijgen de opbrengsten uitbetaald in de duurdere 'commerciële' rand. Dat verhoogt het rendement voor de buitenlandse belegger aanzienlijk. Het IMF steunt in principe nooit meervoudige koerssystemen, omdat deze tot economische verstoringen leiden. Maar bij het fonds heeft men tegenwoordig meer oog voor bijzondere omstandigheden. Een IMF-functionaris maakt duidelijk dat het IMF voorlopig dan ook niet aan het systeem wil tornen.

De Wereldbank is al sinds de politieke hervormingen actief in Zuid-Afrika. Het gaat vooral om technische adviezen aan de regering, het ANC en non-gouvernementele organisaties. Bovendien is een reeks studies verricht, waaronder één naar de mogelijkheden voor kleine zwarte ondernemers. Volgens topman Lewis Preston weet de bank dan ook “tamelijk goed” wat het in Zuid-Afrika te doen staat, wanneer van de nieuwe regering een verzoek om hulp komt.

Over bedragen wil men in Washington nog niet praten. Maar gezien de goede betrekkingen die IMF en Wereldbank reeds met Zuid-Afrika onderhouden en de grote financiële behoeften in het land, lijdt het geen twijfel dat de kredietverlening na de verkiezingen spoedig op gang komt.

    • Hans Buddingh'