Verongelukken Airbus in Japan eist 262 levens

TOKIO, 27 APRIL. Luchtvaartdeskundigen tasten nog in het duister over de oorzaak van het verongelukken van een verkeersvliegtuig van de Taiwanese luchtvaartmaatschappij China Airlines, gisteravond op de luchthaven van het Japanse Nagoya, waarbij 262 mensen om het leven kwamen.

Negen inzittenden overleefden de ramp, die kort voor de landing plaatshad. Het Japanse ministerie voor transport gaf vandaag de tekst vrij van de laatste conversatie tussen de gezagvoerder van de Airbus A-300-600R, Wang Lo-chi en de verkeerstoren. Tot anderhalve minuut voor de landing, onder goede weersomstandigheden, leek er niets mis te zijn met de vlucht, CAL 140, onderweg van Taipei naar Nagoya. Om kwart over acht meldde de piloot plotseling dat hij de landing zou afbreken ('Going around'). Hij noemde geen reden. 33 seconden later stortte het toestel neer.

De Airbus, bouwjaar 1991, brak in stukken en vloog in brand. Brandweerlieden hadden veertig minuten nodig voor het bluswerk. De overlevenden, onder wie twee Japanse broertjes van drie en zes jaar, zaten allen in het voorste deel van het vliegtuig, bij het raam. Onderzoekers trekken hieruit de voorlopige conclusie dat de Airbus bij de doorstart te sterk is opgetrokken en met de staart de grond heeft geraakt. Maar de reden voor de afgebroken landing is daarmee nog niet gegeven. Verklaringen van ooggetuigen dat het landingsgestel niet was uitgeklapt konden nog niet worden bevestigd. De meeste inzittenden, 256 passagiers en 15 bemanningsleden, waren afkomstig uit Japan en Taiwan. (AP, Reuter)