Toverloze schrijversliefde in stram oud Oxford

Shadowlands. Regie: Richard Attenborough. Met: Anthony Hopkins, Debra Winger, Edward Hardwicke. In 10 theaters.

De film begint met een plaats en een jaartal _ Oxford, 1952 _ en verwerft zich extra intimiteit: de personages worden eens zo aanraakbaar, hun wederwaardigheden eens zo meebeleefbaar, ze zijn immers 'echt'. Dat Shadowlands ook nog nadrukkelijk wordt aangeduid als 'een waargebeurd verhaal' is daarna eigenlijk al te veel.

De personages dragen historische namen en worden op allerlei manieren geidentificeerd als de mensen naar wie die namen verwijzen, en zo vertelt Shadowlands de 'ware' geschiedenis van de relatie tussen de Iers-Engelse schrijver C.S. Lewis (1898-1963) en de Amerikaanse dichteres Joy Gresham die in 1960 aan zijn zijde stierf.

Joy Gresham begon in 1950 met Lewis te corresponderen, uit bewondering voor zijn populair-theologische verhandelingen en, als we de film mogen geloven ook voor zijn kinderboek Het betoverde land achter de kleerkast dat toen net was gepubliceerd. Het zou het eerste deel blijken te zijn van een gedurende de jaren vijftig geschreven serie sprookjesboeken die bekend werden als de 'Narnia-verhalen'.

In Shadowlands zien we Joy Gresham arriveren in de stramme mannengemeenschap van de Universiteit van Oxford, schutterig opgewacht door Lewis die daar Engelse literatuur doceert en de broer met wie hij zijn hele leven samenwoonde. De film permitteert zich wat mopjes over het verschil in levenstijl tussen Engelsen en Amerikanen en er ontrollen zich vooral dankzij Debra Winger als de, voor het vrouwenhatende Oxford van die dagen bijzonder onconventionele Gresham enkele amusante scenes, die Attenborough zoetelijk nostalgisch vormgaf. Anthony Hopkins speelt weer de zonderlinge, overtuigd onemotionele Engelsman die in de knoop raakt met zijn gevoelens. Hij doet dat met overgave, maar vooral na Howards End en The Remains of the Day lijkt het hem allemaal wel erg gemakkelijk af te gaan, die haperende stem, die naar binnen gekeerde ogen, die onhandige glimlach en die verlegen motoriek. We weten het nu wel en bijna zouden we snakken naar Hannibal 'the Cannibal' Lecter - het monster uit de thriller The Silence of the Lambs dat Anthony Hopkins minstens zo geinspireerd gestalte gaf.

Het moet jaren gekost hebben eer C.S. Lewis toegaf aan zijn gevoelens voor Gresham, maar op dat punt verschaft Shadowlands, hoezeer ook in de weer met het verwijzen naar de werkelijkheid, geen inzicht in data meer. De film wekt zelfs, vagelijk, valselijk, maar romantisch, de suggestie dat hun liefde binnen een jaar of twee zijn beslag kreeg. Gresham heeft dan inmiddels terminale kanker en actrice Debra Winger trekt tranen via de van haar bekende routine die ze opdeed in Terms of Endearment. Het mist allemaal zijn doel niet, we huilen braaf mee, maar Attenborough betoont zich intussen net zo'n slepend en vooral ongepassioneerd verteller als in Gandhi, A Chorus Line en Chaplin _ ook zulke parmantig oprechte en fantasieloos ambachtelijk gemaakte films van zijn hand.

Het is onbegrijpelijk waarom zowel Attenborough als scenarist William Nicholson er in Shadowlands van hebben afgezien om in een film die zo de nadruk legt op 'waargebeurd', het diepste wezen van hun personages links te laten liggen. C.S. Lewis was een schrijver, Joy Gresham een dichteres. Dat zij schrijft komt heel even aan de orde bij haar kennismaking met Lewis, verder mag ze alleen breien en moederen. Van zijn werk komen slechts zijn godsdienstige filosofieen aan de orde. Gresham wijst de kamergeleerde en overtuigd vrijgezel Lewis de weg uit het veilige maar kleurloze 'schaduwland' van studie en universiteitsleven en haalt hem over tot iets wat je avontuur zou kunnen noemen. Samen gaan ze op zoek naar de 'Gouden Vallei', het stralende, Engelse rivierlandschap van de aquarel die zijn wand heeft gesierd sinds zijn kinderjaren, de tijd dat alles nog mogelijk was en doen gelijk stond aan durven.

Dit is de enige, bedekte, verwijzing naar de sfeer die hij opriep in de kinderboeken, die hij toch voor het merendeel in de jaren met Joy Gresham geschreven heeft. En dat diskwalificeert nu precies de door Attenborough zo vurig bepleite authenticiteit van Shadowlands. In Lewis' boek Het neefje van de tovenaar (1955, vert. Madeleine van den Bovenkamp-Gordeau) krijgen de hoofdpersonen een tartend gedichtje te lezen: “Avontuurlijke vreemdeling, je moet kiezen / Trotseer het gevaar door op de bel te slaan / Of vraag, tot je je verstand zult verliezen: / En als ik het nu eens wel had gedaan?...” Regels vol betekenis, gezien Lewis' angst voor gevoelens en voor Gresham. In de film merken we niets van zo'n literaire vlucht om antwoorden te zoeken in een imaginaire kinderwereld. Die houdt het op de treurig verlopende liefdesgeschiedenis van twee intelligente grauwe katten. Lief, zielig, maar onbijzonder.

    • Joyce Roodnat