Schoonmakers: Nederland vervuilt

ROTTERDAM, 27 APRIL. Kantoren, scholen, ziekenhuizen en fabrieken in Nederland dreigen steeds viezer en vuiler te worden. Oorzaak is dat schoonmaakkosten bij de meeste bedrijven en instellingen gelden als sluitpost van de begroting, waarop in de huidige tijd van economische malaise het allereerst wordt bezuinigd.

Dit staat in het gisteren verschenen jaarverslag van de ondernemersorganistie OSB in de schoonmaakbranche. De tegenzittende economie leidt ertoe dat steeds meer lopende contracten moeten worden opengebroken en schoonmaakbedrijven tegen steeds lagere tarieven moeten werken. Dit gaat onherroepelijk ten koste van de kwaliteit.

De rendementen in deze sector zijn in 1993 met 1 procent teruggelopen tot 2,5 procent. Verder bleef de omzet steken op zo'n 3,8 miljard. In de komende jaren verwacht de OSB weinig verbetering van de resultaten. Een mogelijke economische opleving werkt namelijk met minstens één jaar vertraging door in de schoonmaaksector. Op dit moment biedt de bedrijfstak werk aan 166.000 mensen.

OSB-voorzitter A. van Leeuwen-Gijsberts hekelde gisteren tijdens de presentatie van het jaarverslag het kabinetsbeleid. “Een branche die bij uitstek werk biedt aan de moeilijkst plaatsbare groepen op de arbeidsmarkt en bovendien dagelijks een bijdrage levert aan duurzaamheid en veiligheid in de samenleving, verdient beter van een volgend kabinet”, aldus Van Leeuwen.

Naast bekende ondernemersklachten over de boete voor arbeidsongeschikte medewerkers (malus) en de verplichting allochtone werknemers te registreren, weerklonken ook klachten over beleidsmaatregelen die bij andere ondernemers juist op bijval kunnen rekenen. Zo is de OSB tegen de wens van VNO en NCW om het minumloon af te schaffen. De toch al hevige concurrentie in de schoonmaaksector dreigt volgens de OSB-voorzitter dan te ontaarden in een drieste veldslag, waarvan vooral de 3.200 OSB- werkgevers de dupe zullen worden.