Ritzen ruziet met senaat over sportterreinen

DEN HAAG, 27 APRIL. PvdA-minister Ritzen (onderwijs) is gisteravond in conflict gekomen met de Eerste Kamer over zijn plan om sportterreinen van scholen te verkopen.

Het voorstel komt erop neer dat de scholen hun sportvelden waarover zij destijds de beschikking hebben gekregen, via overheidssubsidies kunnen kopen van het ministerie. In het geval dat de school dat niet kan of niet wil, komt het sportveld geheel tot de beschikking van het ministerie. Dat kan het terrein vervolgens te gelde maken door het te verkopen aan een derde, bijvoorbeeld de gemeente. Die transactie moet minstens 70 miljoen gulden opbrengen. Ritzen heeft dat bedrag al verwerkt in zijn begroting over het jaar 1992. De Tweede Kamer ging eerder wel akkoord met het voorstel.

Ritzen kon een afwijzing door de Senaat van zijn wetsvoorstel alleen afwenden door vlak vóór de stemming over het wetsvoorstel aan te kondigen de kwestie aan het kabinet te zullen voorleggen. Politiek geldt zo'n 'overleg' als een voorbode van het stellen van de portefeuillekwestie, een dreigmiddel dat door de naderende verkiezingen overigens weinig waarde heeft.

Een ruime meerderheid in de senaat, inclusief de regeringspartij CDA, heeft onoverkomelijke bezwaren tegen zijn voorstel inzake de verkoop van ruim 200 sportterreinen aan scholen in het voortgezet- en beroepsonderwijs. Wanneer het voorstel sneuvelt, zit Ritzen met een gat in zijn begroting van 70 miljoen gulden. De minister weet zich vooralsnog alleen verzekerd van de steun van PvdA en GPV.

Uit het kabinetsberaad moet de “te kiezen koers met het wetsvoorstel” duidelijk worden, zei Ritzen. Vóór zijn aankondiging in de senaat had hij al overleg gehad met premier Lubbers (CDA) en vice-premier Kok (PvdA).

Ritzen hekelde gisteravond tijdens het debat in de senaat de opstelling van de CDA-fractie. Hij verweet de dwarsliggende coalitiepartner met zoveel woorden een onzuivere beoordeling van zijn voorstel. CDA-woordvoerder Kuiper bracht als belangrijk bezwaar naar voren dat het wetsvoorstel het bevoegd gezag van de scholen “een nadeel” oplevert, zonder dit expliciet uit te werken. Ook PvdA-senator Van Veldhuizen constateerde dat een “goede inhoudelijke motivering” van het CDA ontbreekt.

Behalve het CDA lieten in de senaat ook de oppositiepartijen VVD en D66 weten niet met het voorstel te kunnen instemmen. VVD-senator Heijne Makreel deed het voorstel af als “ongrondwettelijk”. (ANP)