Politiefaciliteiten

DE REL OVER de opheffing van het Interregionaal rechercheteam is in zekere zin een “blessing in disguise”. Deze stelling poneerde althans de geestelijke vader van de nieuwe Politiewet, prof. Fasseur, onlangs in het Juristenblad. De onverkwikkelijke ruzie in politieland heeft volgens hem duidelijk gemaakt dat met name de centrale burgemeesters zich als korpsbeheerder actiever met de politie moeten bemoeien. Fasseur: “Het wordt hoog tijd dat politiechefs die hun plaats niet kennen met de wet in de hand terecht worden gewezen.”

Hoe hoog een politieambtenaar ook stijgt, hij is en blijft in een dienende functie. Wie bij deze ontboezeming onwillekeurig heeft gedacht aan de openlijk ruziende hoofdcommissarissen Nordholt en Wiarda wordt nu door minister Van Thijn (binnenlandse zaken) uit de droom geholpen. Het veelbesproken 'functioneringsgesprek' over de IRT-affaire is uitgelopen op een ondubbelzinnige steunverklaring van de bewindsman aan de politiechefs. Dat is overigens geheel in lijn met de manier waarop Van Thijn als burgemeester zijn eigen mediagenieke hoofdcommissaris Nordholt steeds heeft afgedekt. Hoe het valt te verenigen met de teneur van het IRT-debat in de Tweede Kamer dat de affaire niet zonder gevolgen zou blijven, zal hij nog moeten uitleggen. HET COLLEGE van de nieuwe korpsbeheerders heeft de opdracht van Fasseur in elk geval wel verstaan en maakt zich op het mes te zetten in de riante toeslagen waarvan de politietop zich gedurende de totstandkoming van het nieuwe bestel tijdens de afgelopen kabinetsperiode heeft voorzien. Dat kon in enkele gevallen zelfs oplopen tot enkele duizenden guldens per maand, bovenop voor de openbare dienst behoorlijke salarissen. De toeslagen zijn ongetwijfeld op reguliere wijze verleend. Maar dat is het juist. Menig burgemeester moet de blik even op oneindig hebben gehad wanneer hij zijn handtekening zette onder een “pikettoeslag” of een “functioneringstoelage”. Of misschien zagen zij er wel gewoon tegen op in de clinch te gaan met de zwaargewichten met zilvergalon die tijdens het reorganisatieproces zo goed hun kans hebben gegrepen om zich te profileren. DE SANERING van de dakkapellen op de salarisschalen van het politiemanagement verdient overigens bredere navolging. Het van oudsher wat afgesloten politiewereldje wordt gekenmerkt door een cultuur van grotere en kleinere gunsten. In Amsterdam hebben ze daar zelfs een woord voor bedacht, 'dalven', - en een eigen korpswinkel om speciale kortingen te kanaliseren. In het algemeen vormt een hecht systeem van verworven rechten (kantooruren, inconvenientietoeslagen, reistijden en compensatiereglingen) een blok aan het been om de ambities van het nieuwe bestel waar te maken.