Partijstrijd om zappende kiezer

Lijsttrekkers en beeldvorming beheersen de verkiezingscampagne. Stevige stellingname ontbreekt, want de grote partijen willen alle opties voor coalitievorming openhouden.

DEN HAAG, 27 APRIL. Tussen de kiezer en de politiek gaapt dezer dagen geen kloof, maar een camera: de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer wordt vooral via de televisie gevoerd. Terwijl de kiezers van zender naar zender 'zappen', schakelen de programmamakers van lijsttrekker naar lijsttrekker op verschillende plaatsen in het land.

Zo ook met D66-leider Van Mierlo eerder deze week in Utrecht. Nadat hij in de tuin van het Academiegebouw enkele vragen heeft beantwoord van de commerciële televisiezender RTL gunt hij een minuutje aan de schrijvende pers, om meteen daarna door te snellen naar een verslaggever van een andere tv-zender die beschikt over de laatste opiniecijfers. Een zeteltje minder voor D66, zo blijkt, en Van Mierlo concludeert berustend: “Het gaat heen en weer.” En tegen de radio zegt hij vervolgens opgewekt dat de 'paarse coalitie' (PvdA, D66 en VVD) een ruime meerderheid blijft houden.

Krap een week voor de verkiezingen is de campagne een 'reactie-circus' waarin de lijsttrekkers druk in de weer zijn een toonzettende uitlating of een kernachtige reactie te lanceren die 's avonds op prime time op televisie wordt uitgezonden.

De campagne wordt, zeker in de laatste week voor de verkiezingen, alleen nog gevoerd via de beeldbuis, over de hoofden van partijgangers in de vertrouwde zaaltjes. Vaak reageren de lijsttrekkers direct op elkaar via programma's zoals 2-Vandaag, NOVA of het RTL-nieuws zonder echt met elkaar in debat te gaan. PvdA-lijsttrekker Kok wil in een Haarlems bejaardenhuis nog eens ingaan op de sociale zekerheid, terwijl VVD-leider Bolkestein in Amsterdam de PvdA “een partij met verschillende petten” noemt. De televisie is het onderlinge communicatiekanaal: de bejaarden, jongeren of werkenden vullen het decor voor de elektronische campagnes van de partijen die van hun lijsttrekker met veel of minder succes een tv-persoonlijkheid proberen te maken.

De electronische media zijn sinds de vorige verkiezingen fors uitgebreid, met divere commerciële en regionale zenders. Niet alleen televisie-, ook radiozenders jagen op “het citaat van de dag” of ten minste de aftroevende reactie. Politici reageren omdat ze overal moeten reageren; ze kunnen in deze laatste fase van hun campagnes geen meter gaan zonder een microfoon.

De Republikeinse presidentskandidaat T. Dewey vergeleek in 1948 de televisie met een röntgenapparaat dat alle trucs van bedriegers zou blootleggen voor het oog van het kiezerspubliek. Inmiddels blijkt dat de televisie vooral verhullend kan werken doordat het de debatten oppervlakkig maakt. SGP-lijsttrekker Van der Vlies noemde de campagne gisteren “de meest oppervlakkige” die hij ooit had meegemaakt.

Meer dan ooit is de laatste week voor de Kamerverkiezingen essentieel omdat een kwart tot een derde van de kiezers de definitieve keuze nog niet heeft gemaakt. De grote vier - CDA, PvdA, VVD en D66 - maken jacht op de zwevende kiezer omdat die bepaalt welke partij het grootst wordt en hoe groot de onderlinge verschillen uitvallen. De partijen poetsen hun eigen blazoen op om de zwevende kiezers te lokken. De PvdA brengt Kok in de positie van staatsman omdat hij meer aanspreekt dan de partij die hij leidt. Op die manier springt de PvdA in het gouvernementele gat dat Lubbers achterlaat. De premier moet bovendien Brinkman te hulp schieten en hij wordt zo steeds minder staatsman en meer CDA-man. Hij waarschuwt in den lande voor de “zwenking naar links” van de PvdA en hoopt twijfelende CDA-stemmers te overtuigen. Brinkman moet intussen het land in om zijn beeld ('kil' en 'koel') bij te stellen en te waarschuwen voor “de onzekere tijden” als de middenpartij CDA niet in een regering zit: de christen-democraten roepen het spookbeeld op van een instabiel Nederland. D66 wijst vooral op gebreken van anderen en de VVD afficheert zich als partij van krachtdadige besluiten. Het zijn beelden en imago's die in het lijsttrekkersdebat op maandagavond 2 mei met alle middelen worden geëtaleerd.

Een probleem in de onderlinge wedijver is dat de grote partijen alle opties voor coalitievorming tot nu toe hebben opengelaten. Geen enkele partij heeft een blokkade opgeworpen tegen een andere, zoals de PvdA ooit deed in de jaren zeventig bij de KVP en de VVD. De speelruimte om zich in de campagne stevig tegen de concurrent af te zetten is daarmee gering.

Opmerkelijk is de blokkade die gisteren tegen CDA-minister Hirsch Ballin werd opgeworpen. Hij mag van D66 en VVD niet in een volgend kabinet op het ministerie van justitie terugkeren. Dit is de meest harde stellingname in de campagne tot nu toe. Hirsch Ballin probeerde vorige week op een CDA-manifestatie in het Turfschip te Breda het beeld te schetsen van een kabinet zonder CDA. Het bijzonder onderwijs zou “lijkbleek” wegtrekken en het leven van de zwakkeren in de samenleving in gevaar komen. “Er mag nooit een sfeer groeien waarin ouders met een mongooltje als kind zich als het ware moeten excuseren dat ze het kind niet hebben laten wegmaken.” Van Mierlo reageerde vrijdag ongekend woedend: “Als dit waar is, trek ik hem de oren van zijn hoofd.” En Bolkestein schreef een open brief waarin hij “zedenpreker” Hirsch Ballin hekelde.

De minister van justitie raakte met zijn opmerkingen een ideologische snaar bij de liberalen van D66 en VVD die het individu alle vrijheid willen geven. Bolkestein tegen Hirsch Ballin: “U wilt terugkeren naar het ancien régime en naar de verstikkende werking van het conformistisch clericalisme dat toen eminente vrijdenkers zoals Voltaire met hand en tand bestreed.”

De campagnes zijn toegespitst op lijsttrekkers, emoties en beeldvorming. De partijprogramma's zijn bij de kiezers vrijwel onbekend; ze zijn niet wervend en dienen als intern discussiestuk waarop diverse stromingen in de partij zich hebben verenigd. Programma's zijn op zich al wollig gestelde compromissen. De verkiezingsleuzen van de partijen zijn evenmin bekend. Alleen de PvdA-slogan 'Kies Kok' kan rekenen op zekere herkenning. Maar de leuzen van D66 ('U wint'), het CDA ('Een groot karwei vraagt een sterke partij') en de VVD ('Wat dit land nodig heeft') zijn nauwelijks bekend bij kiezers, zo blijkt uit opinieonderzoek.

De 'personalisering' van de campagne is het werk van de campagneleiders die zorgvuldig proberen de minpunten te verhullen en de sterke kanten te etaleren. Brinkman moet zo meer lachen, Kok voortdurend vriendelijk kijken en Bolkestein zich opwerpen als de redder in tegenspoed. Maar de voormannen overschaduwen de vraagstukken. Zo verdwenen de sterk oplopende werkloosheidscijfers vorige week weer snel uit de vuurlinie van de campagnes. De mogelijkheden van partijen om aan dit vraagstuk werkelijk iets te doen zijn beperkt. Alle lijsttrekkers zijn voorstanders van loonmatiging en lastenverlichting. Partijen erkennen zo hun onmacht om op korte termijn de problemen op te lossen en verschuiven het debat naar personen en coalities.