Opnieuw verdeeldheid medische specialisten

ROTTERDAM, 27 APRIL. Het Nederlands Specialisten Genootschap is uit het samenwerkingsverband van medisch specialisten gestapt. Dit 'strategieteam' onderhandelt met het ministerie van volksgezondheid over de invoering van de aanbevelingen van de Commissie modernisering curatieve zorg. Deze commissie onder leiding van oud-minister-president B.W. Biesheuvel heeft onder meer een andere honoreringsregeling voor de medisch specialisten voorgesteld en integratie van hen in het ziekenhuis.

Volgens het NSG wil het 'strategieteam', waarin de twee andere landelijke verenigingen van vrij gevestigde specialisten nog wel zitting hebben, vooral voorkomen dat de adviezen van de Commissie-Biesheuvel worden uitgevoerd. Het Genootschap meent dat de andere verenigingen te weinig rekening houden met zijn opvattingen. Het NSG had al eerder ingestemd met de aanbevelingen van de commissie, terwijl de Landelijke Specialisten Vereniging en de Nederlandse Specialisten Federatie het advies als 'onaanvaardbaar' afwezen.

De drie landelijke specialistenorganisaties besloten in maart samen met een aantal wetenschappelijke verenigingen 'een strategieteam' te vormen. Dit zou de specialisten gaan vertegenwoordigen in het 'platform' waaraan ook de specialisten in dienstverband, huisartsen, ziekenhuizen, verzekeraars en patiëntenporganisaties deelnemen. Het platform onderzoekt samen met het ministerie op welke wijze de verschillende aanbevelingen van de commissie zo goed mogelijk kunnen worden ingevoerd. Voor 1 juli moet het platform met zijn werk klaar zijn, wat dan als basis kan dienen voor het nieuwe kabinetsbeleid.

Volgens de voorzitter prof.dr. E.V. van Hall van het NSG was het vooraf “uiteraard” bekend dat het standpunt van zijn vereniging over het rapport van de Commissie-Biesheuvel inhoudelijk sterk afweek van dat van de LSV en de NSF. “Wij wisten ook dat LSV en NSF het vooral belangrijk vonden dat naar buiten toe het front van de specialisten weer werd gesloten. Het NSG heeft daaraan meegewerkt in de hoop dat het invloed zou kunnen uitoefenen op de besluitvorming in het strategieteam. Wij wilden dat in elk geval het standpunt van het NSG betrokken zou worden bij de inbreng in het platform, zodat niet de indruk zou ontstaan dat er consensus was over een gezamenlijke oppositie tegenover de overheid. Die is er namelijk niet.”

Tijdens de zaterdag gehouden ledenvergadering van het Genootschap kreeg het bestuur de opdracht uit het strategieteam te stappen. Dat was nodig, omdat het strategieteam vooral wil voorkomen dat essentiële onderdelen van het rapport worden ingevoerd. “Als het Genootschap daar langer aan zou meewerken, zou het ongeloofwaardig zijn geworden. Het onderschrijft immers in hoofdlijnen en op essentiële punten, zoals de integratie van de specialist in het ziekenhuis, de analyses en aanbevelingen”, aldus Van Hall.

Hij zet bovendien vraagtekens bij de rol van de wetenschappelijke verenigingen bij de onderhandelingen. “Die zijn er allereerst voor het bewaken van de inhoudelijke kwaliteit van de beroepsuitoefening. Dat ze nu in feite de politiek in gaan, heeft zeker niet de instemming van een groot deel van hun achterban”, aldus Van Hall.