Nederlander getuige in Malevitsj-zaak

ROTTERDAM, 27 APRIL. De Amsterdamse hoogleraar Slavische letterkunde W.G. Weststeijn is betrokken bij de omstreden overdracht van zes schilderijen van Malevitsj uit de collectie van de Russische letterkundige Nikolaj Chardzjijev aan een Duitse galerie. Dat bevestigt Weststeijn, die optreedt als contactpersoon voor de sinds kort in Nederland wonende Chardzjijev.

President Jeltsin heeft vorig jaar bij decreet verboden dat Russische kunst van voor 1945 zonder officiële toestemming Rusland verlaat. Chardzjijev wordt er door de Russische overheid van verdacht zonder toestemming zes Malevitsjen uitgevoerd te hebben. Om die reden nam de Russische douane vorige week drie koffers met documenten, die Chardzjijev naar Nederland wilde laten brengen, in beslag.

Daarin zat een handgeschreven contract tussen Chardzjijev en de Keulse galeriehoudster Christina Bscher. Zij belooft aan Chardzjijev in Amsterdam 2,5 miljoen dollar te overhandigen 'voor levensonderhoud'. In ruil daarvoor krijgt zij zes Malevitsjen, in 'eeuwig bruikleen'. Hoewel Weststeijns handtekening onder het contract staat, zei hij vanochtend “alleen als getuige te zijn opgetreden” en niet te weten om welke schilderijen het ging. Ook zegt hij niet ervan op de hoogte te zijn of de kunstwerken het land uit zijn gegaan. Dat er sprake is geweest van een verkoop, ontkent Weststeijn echter ten stelligste. “Het gaat om eeuwige bruikleen en waarom Bscher die 2,5 miljoen dollar aan Chardzjijev heeft gegeven, weet ik niet.” Christina Bscher was vanochtend niet bereikbaar voor commentaar.