Nauwere banden Nederlandse en Belgische marine

DEN HAAG, 27 APRIL. De bevelhebbers van de marines van Nederland en België willen nauwer gaan samenwerken. De ministers van defensie van Nederland en België hebben over de gezamelijke plannen nog geen beslissing genomen.

De marines werken al samen bij opleidingen en oefeningen, maar nu wil men in Den Helder ook Belgische officieren en manschappen dienst laten doen op een gezamenlijk operationeel centrum. De schepen van beide marines blijven onder eigen vlag varen en zullen ook in de toekomst los van elkaar kunnen opereren. Van gemengde bemanningen is geen sprake.

Het gezamenlijke operationale centrum wordt opgericht om op de begrotingen te besparen en de mankracht beter in te zetten nu beide marines met dertig procent worden ingekrompen. Het gaat om enkele tientallen medewerkers van de Belgische marine die in Den Helder zullen gaan werken. Op logistiek en materieel gebied wordt niet samengewerkt. De onderzeedienst en de marineluchtvaartdienst vallen buiten het samenwerkingsverband, omdat België niet over die onderdelen beschikt.

Nederland heeft met België gezamenlijke acties uitgevoerd met mijnenjagers in de Golf. Voor mijnenoperaties hebben de twee landen een gezamenlijke opleidingsschool in Oostende. In NAVO-verband hebben de twee landen in het verleden vaak samen geoefend. Nederland beschikt in de toekomst over zestien fregatten, België heeft er dan nog drie. Aan het eind van de jaren negentig heeft Nederland 16 mijnenjagers en België vijf. Beide landen hebben twee ondersteunende schepen voor bevoorrading. Nederland heeft over enkele jaren ook nog de beschikking over een amfibisch transportschip.

In een toespraak voor de Belgisch-Nederlandse Vereniging zei de Belgische minister van Landsverdediging Delcroix gisteren in Brussel “dat het een utopie zal zijn, zeker voor kleine landen, om een land-, zee- en luchtmacht te onderhouden”. Hij verwacht dat binnen de Westeuropese Unie en de NAVO betere afspraken zullen worden gemaakt over taakverdeling. In het verleden waren er van Waalse kant sterke bezwaren tegen verdergaande samenwerking met Nederland, maar minister Delcroix verwacht weinig tegenwerking als de bescheiden plannen zijn uitgewerkt.

Op het ministerie van defensie verwacht men niet dat er over de plannen van de beide commandanten snel een beslissing zal vallen. “Het gaat hierbij qua grootte over twee heel verschillende onderdelen. De Belgen hebben straks nauwelijks nog een marine”, zegt een medewerker van minister Ter Beek. “Overigens is de minister wel een voorstander van verdergaande samenwerking en tegen een gezamenlijk operationeel centrum zal hij wel geen bezwaren hebben.”