Mooi zand

Of het zandblauwtje, volgens het handboek een algemene soort op open, droge zand- en heidegrond.

Bij zijn inventarisatie van tweehonderd vierkante kilometer Veluwezoom heeft Frits van Beusekom deze plant inderdaad volop gesignaleerd, maar vrijwel uitsluitend langs nieuwe snelwegen. Ja, om het zandblauwtje te behouden zou je een uitgekiend schema van wegenbouw moeten opstellen.

Ook op militaire oefenterreinen kun je het, floristisch gesproken, nog treffen: precies het gewenste evenwicht tussen rust en dynamiek, onderhoud en verwaarlozing.

En op kerkhoven dus. Frits nam een handvol aarde van een pas gedolven graf en zei: “Hier valt voor een botanicus straks nog wat te genieten.”

Zand van anderhalve meter onder de grond, mooi zand, schoon zand, niet door regen verzuurd, niet door de wind bemest. Waar het aan de oppervlakte wordt gebracht, biedt het aan bepaalde planten een laatste asiel. Doorgaans zijn het kleine bloeiertjes, stille genieters, specialisten van de smalle marges.

Ze brengen in alle bescheidenheid een boodschap. Ze spreken over de chemie van bodem en lucht, ze zeggen: beste mensen, wat jullie doen moeten jullie weten, maar voor ons is er geen houden aan.

Want ook hier natuurlijk niet in eeuwigheid, ook hun probleem wordt zeker opgelost. Dan hoor je ze nergens meer over.