Hoop en vrees

DE MINISTERS VAN financien en de presidenten van de centrale banken van de wereld, dit weekeinde in Washington bijeen voor hun halfjaarlijkse overleg in het kader van de Groep van Zeven, het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank, hebben zichelf een schouderklopje gegeven over de wijze waarop ze de problemen van de recessie in de rijke industrielanden en de overgang naar een markteconomie in de voormalige communistische landen tot nu toe hebben behandeld. Zonder een acute crisis om de tevredenheid te verstoren, overheerste de ontspannen sfeer van de zonovergoten Washingtonse lente.

De Amerikaanse economie draait als vanouds, de inflatie blijft vooralsnog gematigd. In West-Europa tekent zich een voorzichtig herstel af, dat misschien zelfs iets krachtiger is dan werd verwacht. De grote sprong voorwaarts in Azie gaat onverminderd door, in een aantal Oosteuropese landen is het dieptepunt achter de rug en in Rusland begint het besef te ontstaan dat economiche hervormingen de moeite waard zijn.

ACHTER DEZE verworvenheden tekenen zich evenwel uitdagingen van een immense omvang af. Het werkloosheidsprobleem in West-Europa is een treffend voorbeeld. Het IMF heeft er op gewezen dat de discussie over de negatieve effecten van de Europese welvaartsstaat moet worden geopend, maar daarmee zijn de politieke obstakels voor een sanering van de sociale zekerheid nog lang niet weggenomen. Overeenstemming over een effectieve aanpak en daling van de werkloosheid zijn niet in zicht. Op monetair terrein ontdekken de centrale banken dat hun instrumentarium aan kracht inboet. Hun beleid wordt ondermijnd door vernieuwingen in de financiele markten die leiden tot kapitaalstromen waarop de centrale banken geen greep hebben. Met als gevolg ongewenste verstoringen van de renteontwikkeling.

Ook de twee internationale instellingen die zich in de eerste linie van het economische veranderingsproces in grote delen van de wereld bevinden, het IMF en de Wereldbank, hebben te kampen met onzekerheden. Het IMF heeft zich met zijn jongste lening van 1,5 miljard dollar diepgaand gecommitteerd aan de hervormingen in Rusland - naast de verplichting ook andere voormalige Sovjet-republieken te steunen. Als Rusland zich niet aan de afgesproken doelstelllingen voor het macro-economische beleid houdt, of als de 'mafia-economie' het wint van de pogingen om een markteconomie te vestigen, staat het IMF een pijnlijke mislukking te wachten, die de reputatie van dat instituut voor jaren kan beschadigen.

De Wereldbank wijst met recht op haar betrokkenheid bij de spectaculaire ontwikkelingen in Azie, maar zij loopt in Afrika grote risico's. De Afrikaanse bevolking verdubbelt in minder dan twintig jaar tot een miljard. In grote delen van Afrika ontbreekt het overheden aan ieder gezag en bestaat een wetteloosheid die leidt tot drama's zoals het bloedbad in Rwanda. Bevolkingsexplosie, ecologische verwoesting, gewelddadigheid, verpaupering en massale migratie maken Afrika tot een continent waarmee de Wereldbank noch andere internationale instellingen zich raad weten.

DE TEVREDENHEID over het economische herstel in de industrielanden is daarom betrekkelijk. Het einde van de Koude Oorlog heeft weliswaar een wereldwijde economische integratie binnen bereik gebracht, maar de daarmee gepaard gaande sociaal-economische ontwrichting en het zich aandienende bestuurlijke vacuum hebben velen verrast. De vaardigheden van de betrokken internationale instellingen zijn nog nooit zo op de proef gesteld als nu het geval is.