'Goedemorgen, nieuw Zuid-Afrika'

JOHANNESBURG, 27 APRIL. “Goedemorgen, nieuw Zuid-Afrika”. De man keek breed lachend op uit zijn kraag. Het was koud en half zeven in White City Jabavu, Soweto. Hij liep met rode schoenen van het stof het vroege zonlicht in, op weg naar de stembus.

Goedemorgen, nieuw Zuid-Afrika. In de ochtendgroet van de anonieme kiezer school het vrolijke besef van wedergeboorte - een nieuw land, waarvoor miljoenen voor het eerst op pad gingen naar de stembureaus in scholen, klinieken, tenten of onder de boom in het bushveld. Heel Zuid-Afrika koos voor het eerst, en de blanken waren meer dan ooit de zichtbare minderheid.

De beschrijvers raken snel door hun bijvoeglijke naamwoorden heen, maar vanmorgen was inderdaad alles historisch. Voor de stembussen in Soweto, die daar vanwege de apartheid niet eerder mochten staan, groeiden de rijen kiezers met de minuut. Zwarte mensen in feestjurken of het zondagse kostuum wachtten geduldig op hun moment. Natuurlijk, zeiden ze in de rij, ze stemden voor huizen, banen, beter onderwijs of gewoon voor “de oude man”. Maar vooral stemden ze voor hun waardigheid. Vanaf vandaag horen ze erbij.

Niet alleen in de zwarte townships was elk beeld een primeur. In mijn buurt, een gegoede blanke buitenwijk van Johannesburg, was de revolutie-per-heden in één blik gevangen. Het gesloten lint kiezers stond, in een rij van een paar kilometer lang, om een blok winkels en kantoren heen, voor het stembureau in de lagere school.

Waar vroeger de blanken in een paar minuten het minderheidsbewind in stand hielden of vergeefs probeerden weg te stemmen, moesten ze nu uren op hun beurt wachten. Er waren tien keer zoveel mede-Zuidafrikanen, met wie ze voor het eerst de rij moesten delen: tuinmannen, huishoudsters, winkelpersoneel en arbeiders uit de omgeving. Het gebeurde ècht: mevrouw kwam met haar personeel in de auto naar de stembus en voegde zich met hen in de rij.

In zo'n atmosfeer was het extra spijtig dat zoveel misging. Tijd is altijd een onzekere factor in Zuid-Afrika, maar wie zo graag wil stemmen zou niet uren moeten wachten. Het falen van de Onafhankelijke Verkiezingscommissie (OVK) gisteren, op de dag van “speciale stemmen”, bleek niet te wijten aan kinderziektes. Ook vanmorgen stonden in Soweto en elders in het land bij verscheidene stembureaus mensen urenlang voor niets te wachten, omdat de stembiljetten niet waren gearriveerd. En als de stembiljetten er al waren, zoals bij het Nancefield-hostel, was het personeel van de OVK nog niet gearriveerd. Het waren dezelfde problemen waardoor duizenden bejaarden gisteren urenlang in de zon zaten te wachten. Een internationale waarnemer in Soweto zei vanmorgen om negen uur, twee uur na het officiële begin, dat ze vier stemlokalen had bezocht. In twee bureaus was nog geen stem uitgebracht, omdat de biljetten er niet waren.

In White City Jabavu paste men zich aan. Er werden stoelen gehaald. Een van de kiezers verliet de rij van honderden wachtenden en kwam terug met een pot koffie. Een straatverkoper plantte zijn stalletje met frisdrank en sinaasappelen in de berm naast de ingang. Gertrude Mofokeng (47) stond hier met haar man Joe (50) en twee kinderen sinds zeven uur. Ze draaide er niet omheen: haar stem zou naar het ANC van Nelson Mandela gaan. “Het is geen geheim, ik stem voor de oude man. Hij zal ons helpen. Misschien kan hij ons een beter salaris, een beter huis en een beter leven geven. Voor de televisie zei hij zelfs dat hij een deel van zijn salaris als president zou inleveren om aan de armen te geven. We zullen zien of hij de waarheid spreekt. We hopen er maar het beste van.”

Gisteravond had Getrude in haar minieme keukentje haar salarisstrookje tevoorschijn gehaald. Ze verdiende als schoonmaakster bij een bank 1108,50 rand en ze hield maar 890,95 rand (ongeveer 500 gulden over), waar ze met haar werkloze echtgenoot en vier grote kinderen van moest leven. Gertrude was al eens naar de Ontvanger der Belastingen geweest om te vragen of het niet minder kon, maar het had niets geholpen. “Misschien dat de oude man er wat aan kan doen”.

De inwoners van het nabijgelegen Nancefield-hostel hebben hun hoop op een ander gesteld: Mangosuthu Buthelezi. De arbeiderspensions zijn per definitie Inkatha-bolwerken, en hier hangen dan ook alleen maar posters van Buthelezi. Sinds vorige week weten de mannen - veelal arbeiders die hun gezinnen in KwaZulu hebben achtergelaten - dat ze kunnen gaan stemmen. Pas toen besloot Inkatha deel te nemen aan de verkiezingen. Christopher Buthelezi - geen familie maar vooraan in de rij - is optimistisch. “We wilden heel graag stemmen. We moesten alleen wachten wat er aan de onderhandelingstafel gebeurde. Nu komt er gelukkig een nieuwe regering, die vooral moeten zorgen voor banen. Zoveel mensen zijn arm, ze eten maar een half broodje per dag en ze wonen slechter dan de paarden bij de renbanen.”

Op de tafel in het stembureau staat een rol met Inkatha-stickers en de beeltenis van de leider te wachten. De stickers worden als noodoplossing onderaan het stembiljet geplakt. Meer dan die stickers is hier bij het hostel vandaag niet nodig.

    • Peter ter Horst