Brouwer en bond zetten elkaar klem

De nu al bijna een week durende staking bij Heineken levert de Industriebond FNV minstens evenveel schade op als de brouwerij zelf. Tegenover het verlies aan marktaandeel dat Heineken als gevolg van deze actie zal moeten incasseren, staat het verlies aan geloofwaardigheid van de bond onder de eigen leden. Het zwalkende beleid van de bond, die vrijwel iedere dag met een andere eis op de proppen is gekomen om de staking te verantwoorden, wijst erop dat de bond even klem staat als Heineken.

Vorige week leek de situatie voor de Industriebond FNV nog zo overzichtelijk. Nadat de oorspronkelijke eis in het CAO-overleg om de vierdaagse werkweek bij Heineken in te voeren door de onderneming direct van tafel was geveegd, eiste de bond alsnog 2,5 procent loonsverhoging bij een één-jarige CAO. Heineken wilde echter niet verder gaan dan 2 procent loonsverhoging, uitgesmeerd over twee jaar. Verder zouden de werknemers dit jaar nog een eenmalige uitkering van 1 procent krijgen. Bovendien bleek de onderneming bereid om 60 werkervaringsplaatsen te scheppen en het werken in deeltijd te bevorderen.

Dat aanbod was te mager, zo vond de overgrote meerderheid van de leden van de Industriebond FNV, en dus werd Heineken een ultimatum gesteld om voor donderdag met een beter voorstel te komen. Dat Heineken hierop niet zou willen ingaan, leek FNV-onderhandelaar J. Duynhoven “zeer onwaarschijnlijk”. Heineken boekte immers miljoenenwinsten en - zo redeneerde de bond - de brouwer moest nog wat goedmaken omdat de bereidheid om banen te scheppen zo gering was gebleken.

Maar vanaf dat moment liep alles fout. Heineken, getergd door de opstelling van de Industriebond FNV, weigerde nog een duimbreed toe te geven. De onderneming voelde zich gesterkt door het feit dat geen enkele recent afgesloten CAO meer dan 1,5 procent loonsverhoging bevat èn door het aanvaarden van de voorstellen door de Industrie- en voedingsbond CNV en de Unie BLHP. De Industriebond FNV, die bij monde van voorzitter B. van der Weg de opstelling van de CNV-bond “een dolkstoot in de rug” noemde, kon niet meer terug. Het actieprogramma was nu eenmaal in werking gesteld en de staking - waar 80 tot 90 procent van de leden in Den Bosch en Zoeterwoude zich voor had uitgesproken - dus een feit.

Die almaar voortdurende staking heeft de Industriebond FNV in een steeds benardere positie gebracht. De voorzichtige handreikingen richting Heineken, zoals het afstand nemen van de oorspronkelijke looneis van 2,5 procent, zijn door de onderneming met dédain afgewezen. De bond wilde daarvoor in de plaats de garantie dat Heineken tot 1 januari van het jaar 2000 bij de nu lopende reorganisatie geen werknemers gedwongen zou ontslaan - een garantie die Heineken al heeft gegeven tot 1 januari 1998, met de afspraak dat halverwege 1997 met de bonden wordt besproken of de termijn moet worden opgerekt. “Deze absurde eis is alleen bedoeld om de bond gezichtsverlies te besparen en daar doen wij dus niet aan mee”, zo laat Heineken weten aan een ieder die het wil horen.

Heineken, dat inmiddels via krante-advertenties van het werkwillige personeel en de biervervoerders alle steun krijgt voor zijn opstelling, heeft inmiddels wel vandaag een kort geding aangespannen om de poortblokkade te breken. De staking zelf wil Heineken niet via de rechter aanvechten, al zou een dergelijk verbod voor de Industriebond FNV wellicht een blessing in disguise zijn - een manier om van een staking af te komen die niemand heeft gewild en tot niets heeft geleid. Maar zelfs die uitweg lijkt Heineken de bond niet te gunnen.

    • Marcella Breedeveld