Apartheid in Bosnie

Wat zich sinds de vrijlating van Nelson Mandela in Zuid-Afrika voltrekt, is gemeten naar het gedrag van politici en staatslieden in andere delen van de wereld uitzonderlijk, om een zwak woord te gebruiken. We weten dat de verhoudingen in dat land om veranderingen schreeuwden, radicaler naarmate ze verder op hun beloop werden gelaten. Apartheid is het niet voor verbetering vatbare voorbeeld van wat op het gebied van de samenleving tussen rassen en godsdiensten moreel verwerpelijk is, en behalve dat vooral politiek destructief.

Vermenging van rassen, het naast elkaar bestaan van godsdiensten en culturen hoort tot de historische onafwendbaarheden. In het ene land went men daar sneller aan dan in het andere. Maar juist in de bakermat van de officiele rassenscheiding, door kerk en staat gesanctioneerd, vroeg het een onvoorstelbaar inzicht en uithoudingsvermogen van degenen die zich hebben voorgenomen, er het begin van een eind aan te maken. Dat ze aan die onderneming zijn begonnen is het uitzonderlijke van De Klerk, Mandela en degenen die hun wankel initiatief van het begin af, met gevaar voor hun have en leven hebben gesteund. Valt er een vergelijking tussen Zuid-Afrika en Bosnie te maken? De verschillen zijn zo groot dat de vraag absurd lijkt. Maar toch: In het politiek idioom van Zuid-Afrika zouden we kunnen zeggen dat de vechtende partijen in het vroegere Joegoslavie al een paar jaar proberen, 'etnische thuislanden' te vestigen. Waar de bevolkingsgroepen voor de oorlog beschaafd met elkaar verkeerden, wordt met het grofste geweld een etnisch-godsdienstige vorm van apartheid ingevoerd. Het verschil is dan dat in Zuid-Afrika de Verenigde Naties al tientallen jaren partij zijn tegen de apartheid, terwijl ze in het Joegoslavisch conflict zich min of meer in de tegengestelde rol hebben laten dringen. Al bemiddelend, proberend de gevolgen van de apartheidspolitiek te beperken en te verzachten, hebben de VN fase na fase opnieuw feitelijk hun zegen gegeven aan wat er intussen met de apartheidsoorlog werd bereikt. Van crisis naar crisis gaat de ontwikkeling in Zuid-Afrika vooruit; in Bosnie op dezelfde manier achteruit. Dat, grof gezegd, zouden we, beide landen vergelijkend, het verschil kunnen noemen.

Hier houdt de vergelijkbaarheid op. In Zuid-Afrika is geen partij die stelselmatig, georganiseerd, in volle openbaarheid een groot deel van een stad kan verwoesten, en dan, half afgeschrikt, half geappaiseerd, hetzelfde probeert met de volgende stad, daarin slaagt, en opnieuw half afgeschrikt, half geappaiseerd wordt. In Bosnie is al veel vertoond waarvan we hadden verondersteld dat de nazi's in de Tweede Wereldoorlog de slotvoorstelling hadden gegeven. Maar de Serviers hebben in Gorazde compact, binnen vier weken datgene herhaald waarvoor de bezetters in Rotterdam vier jaar nodig hadden.

Anthony Lewis begint een column in de Tribune met de herinnering aan de verwoesting van het centrum van Rotterdam op 14 mei 1940. Daarmee houdt de overeenkomst tussen Rotterdam en Gorazde niet op. Overal waar de Duitsers zich de laatste jaren van de oorlog terugtrokken, richtten ze verwoestingen aan van het soort dat alleen maar in het brein van vandalistische krankzinnigen kan opkomen. In Rotterdam waren dat in het najaar van 1944 kilometers kademuur, hijskranen, havenwerken. In Gorazde werd op het nippertje het ziekenhuis verwoest en de waterleiding opgeblazen. Voor wie het nog niet kon geloven: de geest van de vechtende Serviers (er zullen er meer zijn die aan vrede de voorkeur geven) wordt bezeten door een vernietigende razernij.

De Verenigde Naties, de NAVO, alle instellingen die als bemiddelaar of mogelijke intervenierende partij bij het conflict zijn betrokken, hebben ieder argument gebruikt om deze diagnose niet te hoeven stellen. Een paar weken geleden, toen de gevechten om Gorazde begonnen, heeft de bemiddelaar van de VN, Akashi, net als zijn voorgangers gedaan alsof aan Servische kant redelijke mensen zijn gesprekspartners waren. Misschien heeft hij verondersteld dat hun redelijkheid was toegenomen omdat een ultimatum een eind had gemaakt aan de beschieting van Sarajevo. Maar als deze redelijkheid al was bevorderd, werd ze onmiddellijk weer teniet gedaan door de militairen en strategische deskundigen die verklaarden dat het 'model Sarajevo' op Gorazde niet kon worden 'toegepast'. Onverwijld pasten Karadzic en zijn generaal Mladic hun eigen model toe. Het volgende, niet uitvoerbaar verklaarde ultimatum, had daarna hetzelfde resultaat als dat van Sarajevo - op zichzelf een wonder omdat het met voorwaardelijke praatjes was omhangen.

Bijna alle vergelijkingen tussen Joegoslavie en Zuid-Afrika gaan mank. Maar er is nog een verschil waardoor de ene situatie aan de andere doet denken. In Zuid-Afrika weten de leiders van de constructieve partijen ongeveer waar ze heen gaan. Voorzover er constructieve partijen in Joegoslavie zijn te onderscheiden hebben die niet meer dan de vaagste voorstelling van hun doel. Etnische apartheid met vermijding van grootschalige moordpartijen is het best denkbare. Maar bij voortgezet beleid van alle partijen - dat wil zeggen voortgezette gefaseerde agressie van Servische kant, gecombineerd met aarzeling in zigzag-vorm van het Westen - zal etnische apartheid door grootschalige moordpartijen het resultaat zijn.

Toen de beschieting van Sarajevo voor de Serviers zich tot een kermisattractie had ontwikkeld, ontdekte het Westen dat de 'geloofwaardigheid' in het geding was. Herontdekking van de 'geloofwaardigheid' volgde na de dood van ongeveer zevenhonderd inwoners van Gorazde. Behalve degenen in een Bosnische stad die straks de volgenden zullen zijn om ons aan deze belangrijke eigenschap te herinneren, zijn er andere partijen, landen in Europa die de geloofwaardigheid van het Westen langzamerhand hebben afgeschreven. Het Westen zal meer geluk hebben dan het verdient als er geen verder beroep op zijn geloofwaardigheid wordt gedaan.

    • H.J.A. Hofland