Wuivende (hand)palmen

In Costa Rica, achter de Antillen, tussen Nicaragua en Panama, moet je zijn. Alles reilt en zeilt zoals wij zo graag zien, na een diner met vrienden en een sigaar bij de open haard: rust, lekker weer, hoge levensstandaard, vriendelijk voor bedrijven en buitenlanders, witte stranden, dito hotels, milieubewust, vlak bij de States enzovoort. Zo beschrijven en verkopen de Costaricanen hun paradijsje.

Geen wonder dus dat gepensioneerde Amerikanen dit landbrede golfterrein zien als een vaderland. Ook Nederlanders die zich terugtrekken uit het ordinaire gewoel hier, slaan de Antillen weleens over en kopen er een huis met een lap grond om lekker te tuinieren. Dag stom Nederland met je stress. Eindelijk rust onder de wuivende palmen.

De handel haakt in op de vermeende goede naam van deze rijke kust met fiscaal aantrekkelijke, veelbelovende constructies met vers geplant teakhout als onderliggende waarde, tropisch scharrelhout boven alle kritiek verheven. De rage slaat over op boomboederijen in andere warme, verre en vooral rustige landen. Je moet niet hebben dat raddraaiers uit protest tegen kapitalisten die te veel verdienen aan onze bomen de boel in de fik steken of besmetten met een eng virus.

Een lezer uit Groningen schrijft dit. Waar zit de adder in dit bos? Ze beloven groene investeringen, hoge rendementen en een bijdrage aan het herstel van tropische regenwouden. Te mooi om waar te zijn!

Waar gaat het om? Je neemt met een klein (vergelijken bij de opbrengst) bedrag deel in de aanplant van jonge bomen die over 8, 12, 16 of 20 jaar hardhout leveren. Tegen die tijd zullen, zeggen aanbieders, om allerlei redenen de houtprijs en groei zo zijn gestegen dat na aftrek van kosten de opbrengst een gemiddelde stijging van 15 tot 25 procent per jaar vertoont. Je moet durven als verkoper. Wat geeft het? Over twintig jaar zijn de meesten toch met een pensioen of bij een andere baas.

Daarbij vergeleken zijn verkopers van aandelenplannen, met 11, 12 of 13 procent, verlegen schooljongens. Maar die opereren op een terrein waar koersen en prijzen al tientallen jaren worden geregistreerd en gevolgd door instellingen als beurzen. Voor (teak)hout bestaat geen openbare beurs. De informatie komt van betrokken partijen en die hebben er belang bij een stijgende trend te beloven. Kortom: er is geen adder. Iedereen mag een mening hebben. Pas over twintig jaar weten we meer. Hoewel je nu al kan zeggen dat in een markt met zulke fraaie rendementen het aanbod zal toenemen en de vraag afnemen.

Een bekende aanbieder van groen goud is verzekeraar Ohra met de Teakwood Rendementspolis, een combinatie van belegging en levensverzekering van 20 jaar en bij overlijden, vóór de einddatum, uitbetaling van een garantiebedrag. Zo past dit net binnen de bekende fiscale regels die een onbelast bedrag van 220 duizend gulden (eigen inleg plus opbrengsten) toestaan in een leven. Wie deze hier gebruikt kan zich benadelen in zaken als een spaarhypotheek, spaar of beleggingsplan die rond deze vrijstelling zijn opgebouwd. Je moet er zuinig mee omspringen. Daarbij kan de Ohra als verkoper niet objectief adviseren.

De polis is een fiscale huls met een risicovolle belegging als inhoud. Zo kan je allerlei projecten verpakken: werk van jonge kunstenaars, palmbomen op Groenland of postzegels van arme landen. De verzekerde/belegger draagt altijd het risico, niet de organisatoren. Of wel? De Ohra biedt immers een garantie.

Die bedraagt voor een 35-jarige man na 20 jaar 17.466 gulden, ongeacht de groei en opbrengst van het hout en de koers van de dollar in het jaar 2014. Daarvoor betaalt hij contractueel in het eerste jaar 5357 gulden en de volgende 19 jaren 557 gulden. Samen 15.940 gulden. Je krijgt dus altijd meer dan betaald is, ook bij overlijden.

Is dat waar? Wie 5357,- op een spaarrekening zet en rekent met 3 procent netto (na betaling van belasting) rente bezit na 20 jaar 9.675 gulden en bij 4 procent 11.737 gulden. Zet je de 19 vervolgpremies van 557 op dezelfde manier weg, dan bedraagt het eindsaldo 14.410 plus 9.675 is 24.085 gulden. Totaal 8.145 rente, een rendement van 51 procent (op de inleg van 15.940) of gemiddeld 2,55 procent per jaar. Je kan niet sparen tegen het door Ohra verwachte, niet zekere, rendement van 15 tot 25 procent.

In het meest ongunstige geval, beperkte groei en prijsstijging en een dollar van 1,50 bedraagt het rendement 11 procent, berekent Ohra. Het kan slechter volgens deskundigen in de houtbranche. Die vergelijken dit teak met Nederlandse populieren. De tijd zal het leren, maar zo lang kan een avontuurlijke belegger niet wachten.