WAO-debat blijft, consensus over kinderbijslag

Het publieke debat gaat vooral over de ongewisse toekomst van de WAO, de WW en de AOW. Maar andere ingrepen in de sociale zekerheid staan al vrijwel vast: in de kinderbijslag en in de uitkeringen voor weduwen, weduwnaars en wezen. Elke coalitie moet het daarover eens kunnen worden, gelet op de verkiezingsprogramma's.

Opvallend is dat alle vijf grote partijen bij de kinderbijslag af willen van het huidige systeem dat vooral kinderrijke gezinnen 'beloont'. Voor het eerste kind krijgen ouders nu de laagste kinderbijslag; daarna wordt deze kwartaalbijdrage van de overheid steeds hoger. Deze progressie moet van de partijen (grotendeels) verdwijnen. De verschillen bij de kinderbijslag zijn nu groot; wie één kind heeft onder de zes jaar krijgt per kwartaal 279 gulden en een toeslag van 22 gulden. Een extreem voorbeeld: wie erin is geslaagd acht kinderen in de leeftijdsgroep 12 tot en met 17 jaar te hebben incasseert per kind 808 gulden per kwartaal en een totale toeslag van 107 gulden.

De vijf grote partijen vinden dat er voor het derde kind - en daarna - te veel kinderbijslag wordt gegeven; zij willen daarentegen het bedrag voor de eerste twee kinderen eventueel verhogen. Verder pleiten CDA en VVD voor invoering van het woonlandbeginsel waarbij de kinderbijslag wordt afgestemd op de kosten van levensonderhoud in het land waar de kinderen wonen. Dat zou betekenen dat de kinderbijslag voor bijvoorbeeld Marokkanen en Turken die hier verblijven en wier kinderen in het moederland wonen, daalt.

PvdA, VVD, D66 en CDA vinden alle vier dat nieuwe weduwen en weduwnaars niet meer in aanmerking horen te komen voor een uitkering op grond van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). Pogingen van het huidige kabinet op deze uitkeringen te snoeien zijn gestrand in de Eerste Kamer. Na een overgangsregeling zal deze wet waarschijnlijk toch verdwijnen.

De komende jaren zullen in het teken staan van discussies over hervormingen van het sociale-zekerheidsstelsel. Over de WAO lopen de opvattingen nog altijd uiteen. De VVD wil naar een ministelsel, terwijl het CDA juist het sinds vorig jaar geldende systeem prefereert, waarbij de uitkering hoger wordt naarmate de arbeidsongeschikte langer heeft gewerkt. Maar ook wil deze partij dat de werknemersverzekeringen als de WAO en de WW op den duur geheel aan de sociale partners worden overgedragen. Voor wat betreft de Ziektewet is daarvoor in de politiek groeiende steun te signaleren; die heeft vermoedelijk haar langste tijd gehad.

De PvdA vindt dat er de komende jaren voor WAO'ers eigenlijk niets (opnieuw) moet veranderen. D66 en GroenLinks volgen de suggesties van de Commissie-Buurmeijer grotendeels om de WAO-uitkeringen te beperken tot werknemers die voor tweederde arbeidsongeschikt zijn verklaard. De hoogte van de WAO-uitkeringen worden volgens deze voorstellen weer 70 procent van het laatst verdiende (premie)loon en de werkgevers krijgen de verantwoordelijkheid voor de overige arbeidsongeschikten.

    • John Kroon