Televisie laat zien dat de politiek geen boodschap meer heeft

In de 'amerikanisering' van de Nederlandse politiek is de opkomst van D66 een belangrijk moment. Niet alleen zette toen een proces van ont-ideologisering en deconfessionalisering in, ook werd voor het eerst op Amerikaanse wijze van de televisie gebruik gemaakt. Daarna is het alleen maar erger geworden, zegt Jan Simons.

Afgelopen dinsdag vertoonde NOVA (in een verslag van de onlangs door de Haagse kunstvereniging 'Stroom' georganiseerde manifestatie 'On/Macht van het Beeld') weer eens de legendarische verkiezingsspot van D66 uit 1967. Hier loopt de jonge Van Mierlo langs de Amsterdamse grachten. Hij mijmert over het thema van de toespraak, die hij in de Bussumse televisiestudio zal houden. Die spot is in de overlevering gaan staan voor de introductie van charisma en televisie als onmisbare bestanddelen van de politieke communicatie. Sindsdien wordt haast bij elke verkiezingscampagne uiting gegeven aan bezorgdheid over de 'veramerikanisering' van de Nederlandse politiek _ onlangs nog door minister d'Ancona, die politieke partijen tot terughoudendheid maande bij het kopen van zendtijd bij RTL4 en RTL5.

Het schrikbeeld van de 'veramerikanisering' van de politiek behoeft enige nuancering. Vijfentwintig jaar 'mannetjes-makerij' hebben buiten Van Mierlo zelf tot op heden niet echt een politicus (m/v) opgeleverd, die dankzij een mediagenieke uitstraling het electoraat voor zich kan winnen. De lijdensweg van Brinkman laat zien welk boemerang-effect een op Amerikaanse leest geschoeide campagne kan krijgen, wanneer de spanning tussen imago en identiteit te groot wordt. Politieke commercials in het bijzonder _ het voorwerp van zorg van de minister van WVC _ genieten bovendien zo'n lage kijkdichtheid, dat uit kijkersonderzoek niet eens een waarderingscijfer kan worden afgeleid.

Historisch is het niet juist, dat met D66 de Nederlandse politiek werd 'veramerikaniseerd'. Deze eer komt eerder toe aan de KVP, die als eerste in de jaren zestig in de persoon van mannetjesmaker Ben Korsten de diensten van een professionele public relations adviseur inhuurde. In de meeste van de (schaars) bewaard gebleven uitzendingen 'in het kader van de zendtijd voor politieke partijen', werd de partij gepersonifieerd door het pratende hoofd van de voorman. Wie het D66-filmpje uit 1967 vergelijkt met de huidige commercial van D66, waarin Van Mierlo in close-up als het gezicht van zijn partij optreedt, zal merken dat zijn in voice-over uitgesproken tekst uit 1967 de allure heeft van een politiek-filosofische bespiegeling, terwijl zijn tekst uit de hedendaagse spot niet veel meer is dan een rond enkele trefwoorden als 'democratie', 'vernieuwing' en 'referendum' gesponnen akoestische brij. Zo bezien was de breuk in stijl van politieke communicatie tussen D66 en de traditionele politieke partijen in 1967 ook weer niet zo groot, en wordt de huidige D66-commercial gekenmerkt door dezelfde oppervlakkigheid als die van anderen. Gedeeltelijk valt dit laatste verschijnsel toe te schrijven aan de veranderde context, waarbinnen televisieboodschappen vandaag de dag tot de kijker komen. Met de komst van de kabel is in vergelijking met vijfentwintig jaar geleden het televisie-aanbod meer dan vertienvoudigd. De afstandsbediening, die inmiddels tot in negentig procent van de televisiekijkende huishoudens is doorgedrongen, heeft van de zwevende kiezer een zappende kijker gemaakt. Een spot als die van D66 _ maar hetzelfde geldt voor een vergelijkbare VVD-spot met Bolkestein _ calculeert het vluchtgedrag van de kijker in, die de spot niet hoeft uit te zien om de boodschap toch 'mee te krijgen'. Dit soort spots zijn bewegende affiches: eyecatchers voor de vluchtige passant.

bp In de zwart-witte CDA-clip waarin Lubbers zijn ambt kennelijk al aan Brinkman overdraagt, verraadt een Engelstalig liedje dat het vertoog niet het belangrijkste medium is waarmee het CDA de kiezer toegemoet treedt. Tot welke middelen men zijn toevlucht moet nemen om de aandacht van de kijker te richten op de inhoud van een boodschap, laat de spot 'De Persconferentie' van het CDA zien. Opvallende camerabewegingen en schuine kaders voegen de nodige suspense toe aan beelden, waarin Brinkman tegenover de filmende en schrijvende pers geemotioneerd bezweert dat het CDA de AOW'ers wil ontzien. Zijn gesproken tekst verschijnt in groot uitgevoerde, doorlopende ondertiteling onder in beeld. Deze bevestigt het gesproken woord, en is tevens bedoeld om naast de vluchtige blik van de verstrooide kijker ook het aandachtige oog van de lezer te vangen.

xp Toch zijn de karakteristieken van de hedendaagse politieke commercial niet alleen aan het veranderde medialandschap toe te schrijven. Toen in 1989 voor het eerst de twee-minutenspot in de verkiezingscampagne verscheen, ontstond een nieuw genre dat het meest expliciet vorm kreeg in een spot van het CDA. In kort bestek werden hierin de zegeningen van twee kabinetten-Lubbers geteld. Een montage van krantekoppen verbonden in deze spot de indruk van onpartijdigheid aan dat van kernachtige formuleringen. De spot opende met een grauwe, in slow motion afgespeelde opname van een menigte in een winkelstraat, terwijl de krantekoppen gewag maakten van economische rampspoed en werkloosheid. Hierop volgde een zwart-wit foto van het nieuwe kabinet op het bordes bij de koningin, waarin het hoofd van de jongste premier en de vorstin in kleur waren uitgelicht. Kleurenbeelden van bedrijvigheid in havens, vliegveld en rijdende treinen illustreerden de wending ten goede, waarover de krantekoppen euforisch berichtten, culminerend in beelden van Lubbers met respectievelijk Bush en Gorbatsjov. Maar dan. Dreigende muziek onder een beeld uit de Tweede Kamer, een kop met de tekst 'Wat deden Voorhoeve en Kok naast elkaar?', een beeld van de toenmalige VVD-leider en alweer een slow-motion opname van Lubbers die de Kamer verlaat kondigen een dreigende terugval in de inertie aan, waaruit de jonge en dynamische premier het land nu juist gered had. De spot laat zich gemakkelijk samenvatten: het land is in nood; de vorstin roept de held te hulp; de held redt het land; de held wordt verraden, waarna, in de traditie van de poppenkast, de held zich persoonlijk tot het publiek wendt met het verzoek hem te helpen zich van zijn belagers te ontdoen.

Deze spot introduceerde het politieke sprookje als nieuw televisiegenre. Deze eenvoudige verhaalvorm mag bij elke kijker bekend verondersteld worden, zodat de verteller zich uitsluitend hoeft te beperken tot het verdelen van de geschikte rollen over de gewenste personages, zonder de kwalificaties van 'goed' en 'slecht' van enige nadere argumentatie te voorzien. Het beruchte spotje, dat Theo van Gogh in datzelfde jaar voor de PvdA maakte, bediende zich van dezelfde vorm, met dat verschil dat de deplorabele uitgangspositie die in de CDA-spot door Lubbers ten goede werd gekeerd, hierin de hele spot in beslag nam (waardoor de spot dan ook in reclame-kringen als te negatief werd beoordeeld). Zwart-wit beelden van een huilend kind, dat zijn speelgoed werd afgepakt, een oud vrouwtje dat een steile trap beklimt, een jongetje dat niet met de schoolbus mee mag rijden en een jonge vrouw die de universiteit verlaat en (vergeefs?) het arbeidsbureau binnengaat, illustreren de sombere situatie waarin Lubbers het land heeft gebracht. Opvallend motief in deze spot was een rood potlood, waarop de leus 'Tijd voor een Ander Beleid' stond gedrukt.

In de huidige campagne wordt dit genre ingezet door de VVD: zwart-wit beelden en krantekoppen schetsen onder dreigend tromgeroffel de noodtoestand die het huidige kabinet heeft doen ontstaan. Uitspraken van Hirsch Ballin over criminaliteit en Brinkman over werkgelegenheid worden met de harde realiteit gecontrasteerd en vervolgens nog eens herhaald. De boodschap is duidelijk: het land is in nood, en deze onbetrouwbare schurken zijn daarvoor verantwoordelijk. Kleurenbeelden introduceren de grimassen trekkende Bolkestein als de held die aan het slot van de spot 'daadkracht' in het vooruitzicht stelt.

De grote politieke ideologieen, die tot de jaren zestig christelijke, socialistische en liberale 'zuilen' van elkaar gescheiden hielden, zijn in deze commercials teruggebracht tot een eenvoudige, neutrale en inwisselbare verhalende formule. Politieke tegenstellingen worden in deze spotjes niet langer inhoudelijk gemotiveerd: de kwalificaties van 'goed' en 'kwaad' zijn het gevolg van een louter formele structuur, die appelleert aan een universele kennis van verhalende vormen, maar niet aan politieke overtuigingen of maatschappelijke belangen. De commercials richten zich niet tot een bepaalde groep van kiezers, maar vooral tot verstrooid door het medialandschap zwervende kijkers aan wie de politiek wordt gepresenteerd als just another soap.

De hedendaagse politieke commercial laat zien, dat de altijd sterk met D66 verbonden legende van 'amerikanisering' van de Nederlandse politiek zoals elke legende ook een kern van waarheid bevat. Met D66 kwam het in de jaren zestig ingezette proces van ontzuiling, deconfessionalisering en ont-ideologisering van de politiek voor het eerst duidelijk aan de oppervlakte. Nu, vijfentwintig jaar later maken de politieke commercials duidelijk, dat in dit proces de kiezers en hun politieke vertegenwoordigers elkaar ergens zijn kwijtgeraakt. Niet dat de politieke partijen geen boodschap aan de kiezers hebben _ ze hebben vooral geen boodschap voor de kiezer.

    • Jan Simons