Squashers soms onherkenbaar als ze in teamverband spelen

Donderdag begint in Zoetermeer het Europese kampioenschap squash voor landen. De Nederlandse vrouwenploeg verdedigt de tweede plaats die ze vorig jaar achter Engeland behaalde. Oranje speelt in de poule tegen Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. De Nederlandse mannen moeten proberen door het bereiken van de negende plaats de degradatie van 1993 ongedaan te maken. Griekenland en Israel zijn de opponenten in de groep.

ZOETERMEER, 26 APRIL. Als squashers in teamverband moeten spelen worden ze volgens Jonah Barrington, trainer-coach van Nederland, “in een web gevangen”. Dan moeten ze ineens niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de ploeggenoten spelen. Dat kan een verrassende uitwerking hebben. De één gaat beter spelen, de ander slechter. “Sommigen zijn absoluut niet meer te herkennen.”

Voormalig topspeler Barrington, zes keer winnaar van het Open British - het squash-Wimbledon - wordt geacht in Zoetermeer de gang van zaken bij de Nederlandse vrouwen in goede banen te leiden. Hij is niet alleen coach, maar ook psycholoog. Barrington weet nu al dat hij aan het einde van het toernooi kapot zal zijn. “De coach speelt niet één partij, hij doet ze allemaal mee, alle rally's, alle slagen.”

Hij heeft het nadeel dat hij nog niet zo lang met de Nederlanders te maken heeft. De kleurrijke Ier is voor een periode van zes keer twee weken ingehuurd door de squashbond. “Ik moet snel leren.” Barrington heeft de speelsters al nauwkeurig geobserveerd, op en naast de baan. “Toch zal ik ongetwijfeld bepaalde dingen verkeerd hebben gezien.” De strenge toernooiregels maken het een coach bijna onmogelijk een fout te herstellen. Wanneer, bijvoorbeeld, zijn nummer één faalt kan ze niet naar de tweede of derde plaats binnen het team worden verplaatst, maar moet ze helemaal worden vervangen. “Dat is keihard”, aldus Barrington.

De Nederlandsen vinden het leuk om in teamverband te spelen. “Ik zou het niet altijd willen”, zegt Nicole Beumer. “Maar dit is een prettige afwisseling. Ik speel het hele jaar alleen. Soms kan dat flink eenzaam zijn. Alleen op de baan, alleen op reis, alleen in een hotel.” Nationaal kampioene Hugoline van Hoorn vindt het een prettig gevoel te weten dat “de mensen om je heen ook willen dat je je beste squash speelt”. Bij individuele toernooien moet ze er maar naar raden wie voor haar is. Van Hoorn zorgt er dan wel voor dat er altijd iemand, meestal haar broer en tevens trainer, aanwezig is bij wie ze steun kan zoeken, met wie ze als ze dat wil bij de wedstrijden even oogcontact kan hebben.

Beumer en Van Hoorn beoefenden vroeger een teamsport - Beumer hockey, Van Hoorn handbal. Lang hielden ze het niet vol. “Ik had er moeite mee dat ik niet alles zelf in de hand had. Soms stond ik te vloeken en te tieren als een andere een fout had gemaakt. Ik doe het liever alleen. Dan kan ik alleen maar kwaad zijn op mezelf”, aldus Van Hoorn.

Het spelen in ploegverband in het squash is volgens de internationals anders dan in echte teamsporten. Beumer: “Je staat toch alleen op de baan. Dan denk je niet aan je team of aan het EK. Dan wil je winnen, het liefst met 3-0.” De sfeer binnen het team is belangrijk. En die is bij Nederland goed. “We trekken ons aan elkaar op”, vertelt Beumer. “Als ik de anderen zie trainen, motiveert mij dat om harder te lopen. Dan wil ik niet voor ze onderdoen.”

Beumer en Van Hoorn hebben het minder gezellig meegemaakt. Toen behoorde oud-kampioene Babette Hoogendoorn nog tot de ploeg. Van haar wordt beweerd dat ze vaak de sfeer verpestte. Dat ze zelfs met opzet partijen verloor. “Ik probeerde me er niets van aan te trekken, maar als ik nu terugkijk, denk ik toch dat het me onbewust energie heeft gekost”, aldus Beumer. Van Hoorn kwam in 1987 als reserve bij de nationale ploeg en wist niet wat ze meemaakte. Ze zag dat met name Hoogendoorn en Marjolein Houtsma, nu teambegeleidster van Oranje, elkaar het licht in de ogen niet gunden. “Ik vond het allemaal maar raar.”

Barrington is vol lof over het huidige team. “Er wordt wel gezegd dat vrouwen in de sport altijd voor problemen zorgen, maar dat is hier zeker niet het geval.” Hij spreekt van “een ongewone groep vrouwen”. Niet de beste van de wereld, stelt hij, want Engeland en Australië zijn sterker. “Maar het is wel de meest interessante squashploeg in de wereld.” En daarom kunnen de vrouwen volgens de coach naar een ongekend niveau stijgen. “Dan zullen ze ook zichzelf verrassen.”

    • Hans Klippus