PROGRAMMA'S VERGELEKEN; SOCIALE ZEKERHEID

Vandaag over een week kiest Nederland een nieuwe Tweede Kamer. De verkiezingscampagne ging tot nu toe vooral over betrouwbaarheid van lijsttrekkers en coalitievorming na 3 mei. Uit een peiling van de stemming in dertig dorpen en stadswijken, afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad, is gebleken dat de kiezers zich wel degelijk interesseren voor 'kwesties' en veel minder voor 'mannetjes'. De overeenkomsten tussen de verschillende partijprogramma's zijn groot. Maar verschillen zijn er ook. Een overzicht van de opvattingen van de vijf grote partijen over belangrijke thema's.

CDA

De Ziektewet moet verdwijnen; werkgevers krijgen de plicht zieke werknemers gedurende “een bepaalde periode” door te betalen. De WAO-uitkering wordt afhankelijk van de periode waarin de werknemer premie heeft betaald (dit geldt nu alleen voor de nieuwe gevallen). De WW blijft voorlopig hetzelfde; wel wordt een voorwaarde voor een uitkering dat de werknemer van de laatste 39 weken er 26 heeft gewerkt (nu 26 van de laatste 52 weken). Bijstandsuitkeringen worden verzelfstandigd en per persoon gesteld op 50 procent van het huidige minimumloon. Er wordt meer kinderbijslag gegeven voor het eerste kind en minder voor het derde en volgende kind. Kinderbijslag voor kinderen in het buitenland wordt afgestemd op de kosten van dat land (woonlandbeginsel). De uitkeringen voor weduwen en weduwnaars worden op termijn afgeschaft. De uitkeringen kunnen waarschijnlijk niet aan de lonen worden gekoppeld, maar dat wordt van jaar op jaar bekeken. Het minimumloon wordt zonodig verlaagd.

PvdA

Een wijziging in de hoogte en de duur van de WAO- en de WW-uitkeringen is in de komende periode niet gewenst. De vervolguitkering op de WW moet worden verlengd. De komende vier jaar blijven in de bijstand de bestaande sociale minima voor alleenstaanden, samenwonenden en éénoudergezinnen gehandhaafd. De kinderbijslag moet voor ieder kind even hoog worden. De wet die het al dan niet koppelen van uitkeringen aan lonen regelt moet “naar letter en geest” worden uitgevoerd. De uitkeringen voor weduwen en weduwnaars worden geleidelijk afgeschaft.

VVD

De hoogte van de uitkeringen wordt beperkt. Er komt een 'ministelsel' voor mensen die voor het eerst een WAO of WW-uitkering krijgen; zij krijgen 60 procent van het huidige minimumloon, dat overigens afgeschaft moet worden. Bestaande uitkeringen worden vier jaar lang bevroren. In de bijstand blijft het sociaal minimum vooralsnog 100 procent van het minimumloon voor een kostwinner en 80 procent voor eenoudergezinnen. Alleenstaanden krijgen 60 procent van het minimumloon, maar mogen zelf tot 70 procent bijverdienen. De individuele huursubsidie gaat omlaag en wordt onderdeel van de bijzondere bijstand. De kinderbijslag moet voor iedereen gelijk worden; voor kinderen in het buitenland geldt het woonlandbeginsel. De uitkeringen voor nieuwe weduwen en weduwnaars worden afgeschaft. De ziektewet verdwijnt; er komt een verplichte doorbetaling (60 procent van het minimumloon) voor werkgevers. Een voorwaarde voor een WAO-uitkering wordt dat iemand vijf jaar heeft gewerkt.

D66

De WW-uitkeringen worden niet beperkt. Een WAO-uitkering krijgt een werknemer alleen als hij voor ten minste tweederde arbeidsongeschikt is. De werkgever blijft in andere gevallen verantwoordelijk voor het inkomen van de gedeeltelijk arbeidsongeschikte; hij mag hem niet ontslaan. De uitkeringen moeten op de lonen achterblijven; ze worden voor de helft gekoppeld. Via de belasting moet koopkrachtverlies zoveel mogelijk ongedaan worden gemaakt. Bijstandsuitkeringen bedragen 50 procent van het sociaal minimum, waarbij alleenwonenden een toeslag van 20 procent krijgen, eenoudergezinnen van 40 procent en een (echt)paar van 50 procent. De stijging van de kinderbijslag vanaf het tweede kind wordt afgeschaft. De uitkeringen voor weduwen en weduwnaars worden gefaseerd opgeheven.

GroenLinks

Er komt een 'negatieve inkomstenbelasting'. Iedereen zonder eigen inkomen krijgt dat bedrag in elk geval als uitkering, als eerste stap naar een basisinkomen. De uitkeringen worden automatisch aan de loonontwikkeling gekoppeld. De uitkeringen voor vroeggehandicapten en werklozen die langer dan drie jaar een minimumuitkering hebben, gaan met 10 procent omhoog. De kinderbijslag wordt voor de eerste twee kinderen verhoogd en op den duur voor andere kinderen afgeschaft. De kinderbijslag wordt inkomensafhankelijk gemaakt. WAO-en WW-uitkeringen moeten minimaal 70 procent van het laatstverdiende loon bedragen; de WAO wordt beperkt tot werknemers die voor tweederde arbeidsongeschikt zijn verklaard. De Ziektewet wordt verlengd tot anderhalf jaar.