Politie trekt te weinig lering uit klachten burgers

DEN HAAG, 26 APRIL. De politie trekt te weinig lering uit onderzoeken van de Nationale Ombudsman over klachten van burgers. In veel gevallen komen de rapporten van de ombudsman niet onder ogen van de politiefunctionaris aan wie de klacht is gericht.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam (UvA), dat vanmorgen door de Nationale ombudsman mr.drs. M. Oosting aan Tweede-Kamervoorzitter Deetman is aangeboden. Het Sinzheimer Instituut deed de afgelopen jaren onderzoek naar de waardering van het werk van de ombudsman en de effecten die de rapportages hebben op de instanties waartegen een klacht is ingediend.

Ruim tachtig procent van de 900 ondervraagde burgers zei tevreden te zijn over de wijze waarop de ombudsman de klacht heeft behandeld. De belangrijkste motieven van burgers om de ombudsman in te schakelen zijn het “gelijk krijgen” of het betrokken bestuursorgaan “op de vingers te tikken”, zo blijkt uit het onderzoek. Veel klagers hebben het gevoel dat de overheid hen “minachtend” of als “een nummer” heeft behandeld. Een formele opstelling, traagheid van handelen en een gebrek aan informatie van de overheidsinstelling zijn de meest gehoorde klachten. Een kwart van de klagers hoopt met de procedure op financiële genoegdoening: smartegeld of kwijtschelding van boetes of heffingen. De helft van de klagers wier klacht niet in behandeling is genomen door de ombudsman heeft geen begrip voor die beslissing.

De meeste aangeklaagde instellingen trekken voldoende lering uit de rapporten van de ombudsman, zo blijkt verder uit het onderzoek. Geregeld worden formulieren vereenvoudigd en wordt voorlichtingsmateriaal verbeterd; gemaakte fouten worden over het algemeen hersteld.

De politiekorpsen reageren minder alert op de rapporten van de ombudsman. Vorig jaar verschenen er 217 verslagen naar aanleiding van klachten over het optreden van de politie. Politiemensen voelen zich volgens de onderzoekers door de klachten vaak “miskend” in hun streven zich dienstbaar te maken aan de samenleving. De “wij-cultuur” bij de politie laat weinig ruimte voor kritiek van binnenuit of van buitenaf. Er bestaat weerstand om de kritische burger aan het woord te laten en angst om zich voor het eigen gedrag te verantwoorden. Voorbeelden van klachten over het optreden van de politie zijn de weigering een aangifte op te nemen, maar ook het 'automatische' gebruik van handboeien bij de aanhouding van verdachten. Dat is volgens de onderzoekers “eerder een gewoonte dan onderdeel van een afweging tussen het vluchtrisico en de lichamelijke integriteit van de verdachte”. Ook blijkt de politie soms gebrekkige informatie over de reden van een aanhouding te verstrekken.

Burgers die zich tot de ombudsman wenden, vormen geen afspiegeling van de Nederlandse bevolking, zo blijkt verder uit het onderzoek. Verreweg de meeste klagers zijn van middelbare leeftijd en hebben een relatief hoog opleidingsniveau. Bij de klachten over de politie was dat niveau lager. Van alle burgers die bij de ombudsman om assistentie vragen is 25 procent van het vrouwelijk geslacht.

Bij de Nationale ombudsman werken zeventig mensen. Het onafhankelijke instituut werd in 1982 ingesteld om burgers de kans te geven te klagen over de werkwijze van overheidsinstellingen en zelfstandige bestuursorganen.

Vanuit het oogpunt van financieel beheer heeft de regering-Van-Dúnem op deze wijze een belangrijke stap gezet, de inflatie is tot stilstand gekomen, maar het betekent wel dat de Angolezen worden gedwongen op eigen benen te staan, het aanbod van buitenlandse consumptiegoederen is verschrompeld. Op straat kunnen de maatregelen van Van-Dúnem dan ook op weinig steun rekenen, het kleine beetje dat voor de burgers nog was weggelegd is hen nu ook afgenomen.