Na Lenin-beelden probeert Rus het nu met koperen Columbus voor VS

Na het inzakken van de vraag naar monumentale beelden van Lenin en Stalin ging de Georgische beeldhouwer Zoerab Tsereteli op zoek naar een westers onderwerp. Het werd een 120 meter hoog koperen beeld van Columbus, door Gorbatsjov in 1991 geschonken aan de Verenigde Staten. Maar daar wil niemand het hebben.

MOSKOU, 26 APRIL. Grote vormen zijn altijd kenmerkend geweest voor de beeldhouwkunst van Zoerab Tsereteli. Maar met een koperen Columbus van 120 meter hoog lijkt deze winnaar van de Lenin-prijs de grens van zijn mogelijkheden te hebben bereikt. Beoogde afnemers in de Verenigde Staten willen het beeld niet hebben en de pers in Rusland beschuldigt Tsereteli van illegale export van strategische grondstoffen. Ondanks steun van Boris Jeltsin, Bill Clinton, Michail Gorbatsjov en George Bush is Tsereteli's geschenk aan Amerika nog altijd niet af.

En het begon allemaal zo voorspoedig.

Drie jaar geleden keurde de toenmalige president van de Sovjet-Unie, Michail Gorbatsjov, een plan goed om een passend cadeau te laten maken ter gelegenheid van het 500-jarig jubileum van de ontdekking van Amerika. Zoals Frankrijk Amerika ter gelegenheid van het honderjarig bestaan het Vrijheidsbeeld schonk, wilde de Sovjet-Unie zijn nieuw ontdekte vriend een Columbus-beeld geven. Getrouw de Sovjet-tradities zou De ontdekking van de nieuwe wereld het Vrijheidsbeeld in grootsheid nog overtreffen.

Beeldhouwer Zoerab Tsereteli, evenals zijn vriend de minister van buitenlandse zaken Edoeard Sjevardnadze uit Georgië afkomstig, was toen al jarenlang een toonaangevende kunstenaar in de Sovjet-Unie. Hij was halverwege de jaren zestig doorgebroken met zijn schilderij Op wacht voor de vrede, een voorstelling van spelende kinderen aan de voet van een heuvel met radarantennes. Internationaal vergaarde hij roem met zijn beeld St. Joris en de draak, dat op kosten van de Sovjet-regering is neergezet bij het gebouw van de Verenigde Naties in New York.

Kenmerkend voor Tsereteli's werk zijn een uitbundig kleurgebruik, waarmee hij uitdrukking wil geven aan optimisme en levensvreugde, en extreme afmetingen, waarmee hij monumentaliteit nastreeft. “Of het nu een abstracte voorstelling is, een menselijk gezicht, een landschap of een bos bloemen, het is altijd groot,” zo staat te lezen in de catalogus die in 1985 van zijn werk is uitgebracht en die zelf ook al vijf kilo weegt. Tsereteli's tientallen meters lange mozaïeken domineren speelplaatsen en vijvers in de hele voormalige Sovjet-Unie. Zijn juichende sculpturen, met behulp van hijskranen en helikopters in elkaar gezet, accentueren menig heuveltop.

Dat monumentale is precies wat nu problemen geeft. Hoewel president Bush samen met Gorbatsjov in de zomer van 1991 het Moskouse atelier van Tsereteli heeft bezocht en het project zijn zegen heeft gegeven, bleek de beoogde ontvanger van het geschenk, de stad New York, helemaal geen beeld van 500 ton zwaar en 120 meter hoog te willen hebben. Een tweede mogelijke standplaats was Miami, met zijn overwegend spaanstalige bevolking. Ook daar rezen protesten tegen deze verering van Columbus. Bovendien heeft onderzoek in windtunnels van het Moskouse Instituut voor Aerodynamica uitgewezen dat de windsnelheden en de hoge temperaturen van Florida het beeld teveel zouden worden.

Uiteindelijk is de stad Columbus in Ohio bereid gevonden het beeld een passende plaats te geven. Maar vertegenwoordigers van indianen-stammen in Ohio protesteren nog fel tegen de beoogde verering voor hun 'kolonisator'. Een ander probleem betreft de kosten van oprichting van het beeld: die worden geschat op 20 miljoen dollar en het gemeentebestuur is niet van plan die te betalen. De Russische regering vindt op haar beurt dat zij met de 25 miljoen dollar die het ontwerp en de bouw van Columbus hebben gekost, wel genoeg heeft gedaan aan deze erfenis van het Sovjet-regime. In Ohio hebben fans van Tsereteli zich verenigd in de New World Monument Foundation, die nu bezig is het geld bijeen te brengen.

Volgens Tsereteli zelf zijn alle problemen bijna opgelost. In januari heeft hij president Clinton tijdens diens bezoek aan Moskou nog een model van het beeld kado gedaan, hij is met burgemeester Loezjkov zelf in Ohio gaan kijken en hij ontvangt naar eigen zeggen bijna wekelijks brieven van dankbare schoolkinderen uit Columbus, Ohio. Het beeld wordt op dit moment van de fabriek in St. Petersburg, waar het is gebouwd, in gedeelten verscheept naar Amerika.

De Georgische beeldhouwer is overigens buitengewoon moeilijk over het project te spreken te krijgen. Herhaalde toezeggingen voor een bezichtiging van het beeld in St. Petersburg werden niet nagekomen. Op een afgesproken tijdstip was hij niet thuis. Maar dat is wellicht te wijten aan alle aandacht voor een ander groot project waarbij Tsereteli is betrokken: het monument ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Moskou. Voor deze kolossale combinatie van monument, museum en beeld hebben Moskovieten al meer dan tien jaar geleden een dagloon moeten afstaan. Een geliefd wandelgebied is er voor afgegraven, maar het werk is nog altijd niet klaar. Burgemeester Loezjkov heeft steeds woedender oorlogsveteranen moeten beloven op 9 mei, de Dag van de Overwinning, een deel van het gebouw te openen en daarom is Tsereteli er nu dag en nacht mee in de weer.

Als hij uiteindelijk tijd heeft blijkt de zestig-jarige kunstenaar de gastvrijheid zelve, maar niet erg mededeelzaam. De meeste tijd gaat op aan een rondleiding door zijn nieuwe huis, het voormalige gebouw van de Duitse ambassade in Moskou. Het betreft een stadsvilla met een bijna ontelbaar aantal kamers, gangen en trappen. En al die kamers, gangen en trappen hangen van onder tot boven vol met schilderijen, mozaiëken en keramiek, die allemaal door Tsereteli zelf zijn gemaakt. Om te beschikbare ruimte optimaal te benutten zijn de werken op formaat gesorteerd en een leek zou het oeuvre van Tsereteli kunnen indelen in drie categoriën: vierkant, rechthoekig en rond.

Hoeveel kunst hij inmiddels heeft geproduceerd weet de artiest zelf niet. Maar als Tsereteli's droom uitkomt zullen al zijn draagbare werken op een dag te zien zijn op een grote overzichtstentoonstelling, die dan een wereldtoernee zal maken. Tijdens de rondleiding treffen we ergens in de kelder van het huis een vrouw aan temidden van Tsereteli's doeken en stapels hout: zijn lijstenmaker. “Ze is volledig in dienst,” zo licht Tsereteli's dochter en assistent toe. “Papa schildert sneller dan zij kan inlijsten.”

Tsereteli zelf is trotser op de twee maquettes van elk vijf bij zes meter die de centrale hal van de voormalige ambassade domineren. Het zijn plannen voor een themapark voor kinderen, dat aan de oevers van de Moskva moet worden gebouwd. Alle grote monumenten van de wereld moeten er bijeen worden gebracht. In de hal staan op de schoorsteenmantel ook de foto's van Tsereteli met Clinton, Bush, Gorbatsjov, Sjevardnadze, James Baker en andere grootheden.

Buiten in de tuin tenslotte toont hij tijdens een wandeling nog enkele tientallen beelden, waaronder verschillende Columbus-variaties en zijn nog onvoltooide werk De Muur van Wantrouwen. Dit laatste beeld, dat het neerhalen van het IJzeren Gordijn moet verbeelden, toont een jongetje dat met de armen geheven het kwaad probeert te overwinnen. Het model hier in de tuin is twaalf meter hoog, de definitieve versie moet 32 meter worden. “Na kunstenaars als Picasso en Chagall is er een leemte ontstaan. Die wil ik opvullen,” zegt Tsereteli.

De Georgische kunstenaar ziet het als zijn bijzondere taak “te voorkomen dat het slechte in de mens zich met de wereld bemoeit”. En daarom is hij zo buitengewoon teleurgesteld over de het artikel over hem dat vorige maand verscheen in Komsomolskaja Pravda. Hij heeft inmiddels begrepen dat er nog meer van dergelijke lasterlijke stukken zullen volgen. “Alleen de vijanden van het volk en de vijanden van de kunst kunnen zoiets schrijven. Ze zijn jaloers op mijn succes.”

De Komsomolskaja Pravda, niet de slechtste van de Russische kranten, belichtte op 18 maart namelijk een onverwachte andere kant van de Columbus-sage. Voor de produktie van het beeld is volgens de krant in 1992 een besloten vennootschap opgericht, die het Columbus-project vooral ten eigen bate zou hebben aangewend. Voor het beeld is 500 ton koper nodig, maar 'Columbus BV' heeft vrijstelling van uitvoer-rechten aangevraagd én gekregen voor maar liefst 8500 ton koper. De extra 8000 ton zou illegaal zijn verkocht met een winst zo groot, zo schrijft de krant, “dat het koperen beeld met goud en edelstenen zou kunnen worden bekleed.” Nadat president Jeltsin vorig jaar maart zijn ondergeschikten opdracht zou hebben gegeven alles te doen dat voltooiing van het project zou helpen, zouden ten minste drie aanvragen voor belastingvrije export zijn ondertekend door de Moskouse burgemeester Loezjkov.

“Het is allemaal gelogen,” zegt Tsereteli. Gerechtelijke stappen ondernemen tegen aantasting van zijn goede naam zal hij echter niet, omdat, zo zegt hij, “een kunstenaar zich alleen kan verdedigen met het maken van kunst.” Burgemeester Loezjkov, die al vaker is beschuldigd van veel grotere misstappen, heeft ook nog niet gereageerd. Het verhaal is niet uit onafhankelijke bron bevestigd te krijgen.

Hoe de organisatie van de Columbus-schenking - volgens Tsereteli “een daad van liefdadigheid” - dan wel in elkaar zit, blijft een raadsel. Columbus BV bestaat, maar dat is volgens de kunstenaar “een speciaal fonds waaraan firma's, regeringen en het volk allemaal bijdragen.” Hij wil ook nog wel kwijt dat hijzelf “zonder honorarium” werkt. Maar over dergelijke aardse zaken weigert Tsereteli lang te praten. “Kom op zeg, bent u geïnteresseerd in geld of in kunst?”

Het belang van logistiek is volgens Tsereteli duidelijk iets dat verbleekt bij de eeuwigheidswaarde van kunst. Het deert hem ook niet dat Columbus op zijn vroegst dit jaar zal worden opgericht, terwijl toch al in 1992 de grote Columbus-herdenking plaats had. “Wie weet nog dat het Vrijheidsbeeld, geschonken ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de onafhankelijkheidsverklaring in 1876, pas is onthuld in 1886?”

    • Hans Nijenhuis