Meer politie, meer rechters, meer cellen

Over de bestrijding van de criminaliteit bestaat een grote mate van consensus bij de vijf grootste partijen. De veelvoorkomende criminaliteit op straat, de georganiseerde misdaad, de fraude en het groeiende fenomeen van milieucriminaliteit moeten volgens alle partijen harder worden aangepakt.

Kern van de problematiek is een ondercapaciteit in alle schakels van de justitiële keten - politie, openbaar ministerie, rechterlijke macht en gevangeniswezen. Er is vooral op straat te weinig politie, waardoor de pakkans te klein is. De dader die wel bij de kraag wordt gevat kan de dans ontspringen doordat er niet genoeg cellen zijn voor verdachten en veroordeelden. Door het tekort aan personeel bij het openbaar ministerie en de rechterlijke macht lopen rechtszaken te veel vertraging op.

De komende kabinetsperiode moet het aantal politiemensen en hulpagenten volgens de grote partijen met zo'n 6.000 tot 10.000 koppen groeien. Ook het aantal cellen wordt belangrijk uitgebreid, van ruim 8.000 nu tot bijna 12.000 aan het einde van 1995. Over de vraag hoe het heenzenden van verdachten en veroordeelden moet worden voorkomen zolang het cellentekort niet is opgelost wordt verschillend gedacht. Het CDA ziet geen bezwaar in het plaatsen van twee verdachten op één cel, mits het om kortgestraften gaat of om mensen die een straf uitzitten omdat ze een boete niet hebben betaald. D66, PvdA en GroenLinks zijn daar tegen. Alle grote partijen spreken zich uit voor versterking van het lik-op-stuk-beleid: mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan lichte vergrijpen zullen sneller hun straf moeten ondergaan. CDA, PvdA, D66 en GroenLinks vinden dat het aantal alternatieve straffen voor lichte vergrijpen moet worden vergroot.

De aard en omvang van de zware criminaliteit vraagt om ruimere opsporingsbevoegdheden van politie en justitie, vinden VVD en D66. De liberalen gaan daarin het verst. D66 vindt dat er voor de bestrijding van de zware criminaliteit een code moet komen voor politiemensen om risico's voor de 'maatschappelijke integriteit' van de politie te mijden. GroenLinks en het CDA vragen expliciet aandacht voor de bescherming van de positie van verdachten. Het CDA vindt wel dat de politie meer controlebevoegdheden moet krijgen op plaatsen waar bepaalde misdrijven veel voorkomen, zoals Schiphol.

Niet alle oplossingen voor de bestrijding van de misdaad worden gezocht in de versterking van de justitiële keten. Het terugdringen van criminaliteit begint bij de meeste partijen bij misdaadpreventie. Door voorlichting moeten burgers, winkeliers en bedrijven meer worden betrokken bij het voorkomen van criminaliteit. D66 vindt dat bij preventie beter onderscheid moet worden gemaakt tussen verschillende groepen daders en potentiële slachtoffers.

CDA, VVD en GroenLinks vinden dat vormfouten moeten kunnen worden hersteld om te voorkomen dat verdachten vrijuitgaan. Voorwaarde is dat het gaat om vormfouten die de belangen van de verdachte niet schaden, zoals tikfouten.

Over de aanpak van de drugsproblematiek zijn de meningen verdeeld. Zo wil het CDA het verbouwen en verhandelen van grondstoffen voor softdrugs tegengaan. D66 en GroenLinks willen de softdrugs legaliseren. Deze twee partijen zijn met de PvdA voorstander van een gecontroleerde verstrekking van harddrugs aan verslaafden. De VVD wil de mogelijkheden voor medische behandeling en begeleiding van druggebruikers versterken. Geen van de grote partijen is er voorstander van verslaafden tot afkicken te dwingen.