Meer nadruk op integratie van immigranten

De politieke partijen zijn het er over eens dat in Europees verband afspraken moeten worden gemaakt over het immigratiebeleid in het algemeen en over het groeiende aantal asielzoekers in het bijzonder.

Tot nu toe is daar weinig van terechtgekomen; Europese landen scherpen toelatingsnormen voortdurend aan, maar zelden in overleg met elkaar. Dat leidt ertoe dat landen de problemen naar elkaar doorschuiven. Het Tweede-Kamerlid Wolffensperger (D66) wees daar vorige week in de Tweede Kamer nog eens op toen een wetsvoorstel aan de orde was waarin het beginsel van veilige landen werd geïntroduceerd; vluchtelingen uit landen die als veilig kunnen worden aangemerkt, moeten in het algemeen sneller kunnen worden teruggestuurd. In Europees verband bestaan daarover nog geen afspraken, maar Nederland wil eenvoudig niet achterblijven bij Duitsland, dat sinds kort het veilige-landenbeginsel hanteert.

Geen enkele partij zegt asielzoekers de wacht aan of noemt een maximum aantal asielzoekers dat Nederland kan opnemen. Wel zullen vreemdelingen die eenmaal in Nederland mogen blijven de komende jaren meer moeite dienen te doen om hier te integreren. Sommige partijen verkondigen dat mede in het besef dat de extreem-rechtse partijen hun aanhang te danken hebben aan de toenemende vreemdelingenhaat en van de steeds breder levende opvatting dat de gevestigde partijen het minderhedenvraagstuk de afgelopen jaren hebben laten liggen. Om deze niet onaanzienlijke groep kiezers binnenboord te houden of te halen, slaat met name de VVD een hardere toon aan. Hoewel het vooral de PvdA is die bij de gemeenteraadsverkiezingen veel kiezers aan de extreem-rechtse partijen heeft verloren en op 3 mei opnieuw dreigt te verliezen, treedt de VVD de allochtonen het meest agressief tegemoet: Buitenlanders die in Nederland mogen blijven, moeten worden verplicht een inburgeringscontract met de overheid aan te gaan, remigratie moet worden gestimuleerd.

Van alle democratische partijen liggen de programmapunten van de VVD ten opzichte van buitenlanders het dichtst bij de belangrijkste punten uit 'Oost West Thuis Best' van de Centrumdemocraten. Waar de VVD vooral de nadruk legt op de plichten die buitenlanders in Nederland hebben, wijzen CDA en PvdA op de plichten èn de rechten. In tegenstelling tot de VVD menen zij dat minderheden zoveel mogelijk in eigen organisaties moeten kunnen gedijen. Volgens de VVD werkt verzuiling van minderheden juist belemmerend bij integratie van mensen van buitenlandse afkomst. Dat geldt volgens de liberalen bijvoorbeeld voor het pleidooi van het CDA om de opleiding van islamitische geestelijken (imams) te bevorderen. De christendemocraten beschouwen de vrijheid van godsdienst als essentieel en vinden dat evenzeer allochtonen op dat gebied de ruimte moeten hebben. De partij trekt de grens bij fundamentalisme “dat gericht is op gewelddadige bestrijding van andersdenkenden”.

De opvatting dat allochtonen beter geschoold moeten worden om meer kans op een baan te maken, is een terugkerend punt in de verkiezingsprogramma's. De nadruk op verplicht onderwijs in de Nederlandse taal is nieuw. VVD en D66 vinden dat uitkeringen van allochtonen moeten worden gekort als deze bepaalde inburgeringsprogramma's weigeren. GroenLinks vindt dat niet alleen allochtonen zich op dit punt moeten inspannen. In het belang van de integratie zouden ook Nederlandse leerlingen in basis- en voortgezet onderwijs in staat moeten moeten worden gesteld Surinaamse, Turkse en Arabische taal- en cultuurvakken te volgen.

    • Ward op den Brouw