Liberale roep om waarden is vals

Minister Hirsch Ballin van justitie viel onlangs in een toespraak de liberale roep om een terugkeer naar christelijke waarden aan. Volgens Hirsch Ballin biedt juist het liberalisme geen aanknopingspunten om het morele verval het hoofd te bieden. Hierboven de verkorte weergave van de speech van de minister, hieronder de reactie van VVD-leider Bolkestein.

Tot voor kort werd het religieuze vacuüm opgevuld door ideologieën die een alternatief voor het Koninkrijk Gods projecteerden in de aardse werkelijkheid. Nu ook deze ideologieën zijn verdwenen, is de westerse mens in metafysisch en moreel opzicht geheel aan zichzelf overgelaten. In het optimistische Verlichtingsdenken kan elk individu zijn eigen God zijn. Ik vrees echter dat deze pretentie de krachten van het individu verre te boven gaat en daarom gevaarlijk is. Iemand die alleen verantwoording schuldig is aan zichzelf, gaat sjoemelen.

Het morele vacuüm en de sociale desintegratie hebben enerzijds geleid tot een sterke toename van de omvang en ernst van de criminaliteit en van het misbruiken van overheidsvoorzieningen, en anderzijds tot de stijging van het zelfmoordcijfer en van het aantal mensen dat verslaafd is aan alcohol en verdovende middelen. Of men misbruikt de normloosheid ten eigen bate, of men valt ten slachtoffer aan eenzaamheid en teleurstelling. De overheid wordt steeds meer gezien als een leverancier van voorzieningen en steeds minder als een instantie waartegenover men ook vanzelfsprekende morele verplichtingen heeft. Het heersende morele relativisme maakt het voor de overheid minder goed mogelijk zich te beroepen op een gemeenschappelijk waarden- en rechtsbewustzijn. Zij wordt juist geacht zich niet te bemoeien met de ethiek en de opvattingen van mensen.

De liberalen zijn de belangrijkste erfgenamen van het Verlichtingsdenken dat ons al deze zegeningen heeft gebracht. Laten wij eens bezien welk antwoord zij hebben op het vraagstuk van de criminaliteit. De criminaliteit is een lastig probleem voor het Verlichtingsdenken. Naarmate de Verlichtingsidealen meer vervuld lijken te worden - naarmate de samenleving rationeler wordt ingericht, het individu een belangrijker plaats krijgt en het religieuze besef afneemt - neemt het criminaliteitsprobleem toe. De Verlichting werpt wel degelijk een Schaduw af. De instelling 'ieder voor zich' maakt teveel deel uit van het probleem om het te kunnen oplossen. Men kan niet staan voor een hyper-individuele maatschappij, waarin iedereen zoveel mogelijk zijn eigenbelang nastreeft, en tegelijkertijd jammert over de toenemende onveiligheid. Wil men het eerste, dan moet men het laatste op de koop toenemen.

Het liberalisme kan geen samenhangend antwoord geven op de oorzaken van het criminaliteitsprobleem. Wij zien dan ook dat de VVD, op grond van een te oppervlakkige analyse van het criminaliteitsvraagstuk, te simpele oplossingen aandraagt. Kort gezegd: wij komen er niet met meer politie-agenten alleen. Wij komen er zelfs niet met het veel uitgebreidere pakket aan maatregelen dat Justitie de afgelopen vier jaar heeft ingezet op het gebied van wetgeving, preventie en versterking van de strafrechtelijke keten. Daarvoor is het beleid tezeer afhankelijk van het draagvlak voor en het vertrouwen in de rechtsstaat van een zo groot mogelijk deel van de bevolking.

Waar het om gaat, is dat politici weer de hartstocht durven opbrengen om de grote maatschappelijke uitdagingen werkelijk aan te gaan. Daarvoor is noodzakelijk dat zij de geruststellende neutraliteit van de bureaucratische begrippenkaders de rug toekeren. Zij moeten weer een moreel appèl op de bevolking durven doen.

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk lijkt ook VVD-leider Bolkestein dit te hebben begrepen. In een interview met NRC Handelsblad pleit hij ervoor dat de VVD het christendom weer als uitgangspunt opneemt in haar beginselprogram. Hoewel ik dit verlate inzicht van Bolkestein op prijs stel, zijn er twee zwaarwegende bezwaren te noemen tegen de 'bekering' van de VVD tot het christendom en het humanisme. Ten eerste is er bij de persoon Bolkestein geen sprake van een waarachtige bekering, maar van een bekering die is ingegeven door nuttigheidsoverwegingen. Hij zegt zelf niet religieus te zijn, maar vindt een 'bezielend verband' noodzakelijk voor de samenleving. Voor alle anderen dus. Het is een illusie te menen dat men mensen kan overhalen iets te geloven waarin men zelf niet gelooft. Bolkesteins betoog zal door de hedendaagse burger onmiddellijk als negentiende-eeuws paternalisme worden doorgeprikt.

Ten tweede staat een pleidooi voor het christendom en de noodzaak van een bezielend verband dermate haaks op de liberale ideologie dat het die in feite opzij zet. Met de aanvaarding van het christelijk geloof, zou het liberalisme in strijd raken met zichzelf en daarmee zichzelf aan de kant zetten. Het einde van de geschiedenis zou dan niet de overwinning van de liberale filosofie betekenen, wat Bolkestein nog niet zo lang geleden beweerde, maar de overwinning van het christendom. Dat zou betekenen dat Bolkestein, om consequent te zijn, lid zou moeten worden van een christelijke politieke partij.

Hoe ongeloofwaardig en ongerijmd het uit zijn mond ook moge klinken, Bolkestein heeft gelijk dat de samenleving een bezielend verband nodig heeft om niet te desintegreren. Morele overeenstemming is niet goed mogelijk zonder dat een besef bestaat van een buiten de mens staande, zuiver geestelijke instantie waaraan mensen uiteindelijk verantwoording schuldig zijn. In de godsdiensten van alle ons bekende culturen verlangt God het goede van de mens. Het wetenschappelijke wereldbeeld daarentegen, dat alleen de ratio als kenbron erkent en dat de opvatting huldigt dat alles materie is, kan geen moraal genereren noch een moraal rechtvaardigen. Het liberale mensbeeld sluit zeer nauw aan bij het wetenschappelijke. Het poneert de volledige autonomie van het menselijk individu, dat alleen aan zichzelf verantwoording hoeft af te leggen. Daarmee wordt niet alleen de noodzaak van een bezielend verband ontkent, maar wordt ook een morele consensus onmogelijk.

In de afgelopen kabinetsperiode heb ik, in aansluiting op de hierboven genoemde grondoorzaken van het criminaliteitsprobleem, sterk de nadruk gelegd op de noodzaak van een revitalisering van waarden en normen. Wanneer het niet lukt in onze pluralistische samenleving overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke, publieke moraal, zal ook het meest efficiënte en effectieve politieke beleid de desintegratie van de samenleving niet kunnen tegenhouden. In de letterlijke betekenis van het woord kan religie, re-ligare, het individu opnieuw verbinden met zijn oorsprong die voor ons allen dezelfde is. Die nieuwe verbinding kan tot stand worden gebracht zonder ten koste te gaan van de verworvenheden van de Verlichting. Van wezenlijk belang voor de toekomst is dat de moderne mens inziet dat hij voor zijn ontwikkelingsgang tot waarachtige autonomie niet zonder een morele en sociale gemeenschap kan.

Moraal moet niet worden gezien als een begrenzing, maar als een voorwaarde voor zelfverwerkelijking. Door het goede te doen, komt de mens niet alleen dichter bij God, maar ook dichter bij andere mensen te staan. Juist door afstand te doen van zijn egoïsme, nadert hij zijn ware bestemming. In de concrete betrokkenheid van mensen op elkaar en in het door onderlinge zorg gemotiveerde handelen komt de mens tot zijn recht en verwerft hij zich continuïteit, stabiliteit, karakter en vrijheid.

    • Derde op de Kandidatenlijst van het Cda
    • Mr. E.M.H. Hirsch Ballin